Caesar naar Thapsus

Scipio’s haven: Mahdia, iets ten zuiden van Thapsus.

Het was 4 april in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, omgerekend 5 februari 46 v.Chr. U weet dus dat u bent beland in een blogje in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Het antwoord op deze vraag is dat hij begon aan de campagne rond Thapsus, een havenstad die tegenwoordig Ras Dimas heet. Het stadje, waarvan de omgeving in de voorgaande weken was ontdaan van graan en andere levensmiddelen, lag ongeveer achttien kilometer ten oosten van Caesars eigen haven, Lepcis Parva. Caesar had daarvandaan al galeien uitgestuurd om een vlootblokkade te leggen. Bedenk hierbij dat de roeiers veel water nodig hadden, dat aan boord moest zijn en de schepen traag maakte. Desondanks was een begin gemaakt met het uithongeren van Thapsus.

Vandaag 2069 rukte Caesar onverwacht vanuit Aggar op naar deze havenstad. Met hem kwamen zeven veteranenlegioenen: het Vijfde Alaudae, het Zevende, het Achtste, het Negende, het Dertiende, het Veertiende en zijn geliefde Tiende Legioen. Daarnaast het Zesentwintigste (dat had deelgenomen aan de Zela-campagne), het Vijfentwintigste, het Achtentwintigste, het Negenentwintigste en het Dertigste. Al met al twaalf legioenen, plus slingeraars, boogschutters en ruiters. U moet denken aan 60.000 man.

Caesars opmars dwong Metellus Scipio en koning Juba I van Numidië om hem te volgen. Al was het maar omdat in Thapsus ook eigen troepen lagen, gecommandeerd door Gaius Vergilius, die ze niet aan hun lot konden overlaten. Scipio en Juba kwamen met acht Romeinse en drie Numidische legioenen, lichte en zware cavalerie, lichte infanterie en zestig olifanten. Samen 90.000 man, ofwel een stad als Hilversum of Aalst. Ze konden worden bevoorraad vanuit het oude Karthaagse haventje dat nu Mahdia heet.

De omgeving van Thapsus

In Thapsus zette Caesar een val voor zijn tegenstanders, wat illustreert dat zijn verkenners hem een goed beeld hadden gegeven van de omgeving. Zoals het kaartje toont, was Thapsus alleen vanuit het zuiden en westen te benaderen. In het noorden en oosten lag de zee en in het zuidwesten lag een enorme lagune, de Sebkha de Moknine. Caesar blokkeerde de zuidelijke toegangsroute met een klein garnizoen en een inderhaast gebouwde verdedigingswal.

Diezelfde dag begon Caesar de stad te omgeven met versterkingen en een reeks geschikte en strategische punten met posten te bezetten, om te voorkomen dat de vijanden tot hem door zouden dringen en plaatsen binnen zijn linie zouden innemen.

Scipio had intussen Caesars plan vernomen. Hij was nu genoodzaakt slag te leveren, om aan de grote schande te ontkomen dat hij de trouwste aanhangers van zijn zaak, de bewoners van Thapsus, en Vergilius zou verliezen. Hij volgde Caesar haastig over hoog terrein en legerde zich op acht mijl van Thapsus in twee kampen. (Afrikaanse Oorlog 80; vert. Hetty van Rooijen)

De volgende dag, 5 april (onze 6 februari) constateerde Scipio dat hij de belegerde havenstad langs de zuidelijke route niet kon ontzetten, zodat hij het over de westelijke weg moest doen. Dat dwong hem tot een omweg. De tijd die hij zo verspeelde, werd door de soldaten van Caesar benut om de schansen rond Thapsus te verbeteren. Misschien offerden ze ook nog aan de Grote Godenmoeder, wier feestweek net was begonnen. De beslissing zou vallen op 7 april, op een terrein dat door Caesar was gekozen, en ze zouden het opnemen tegen soldaten die een hele dag extra hadden moeten marcheren.

[Wordt overmorgen vervolgd. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

Deel dit:

7 gedachtes over “Caesar naar Thapsus

  1. Robbert

    Enorme legers, als sprinkhanenplagen vraten ze de verre omstreken van het land leeg. Lijkt me onmogelijk dat de boerenstand dit kon overleven – tenzij ze grote voorraden voedsel hadden kunnen verbergen.

    1. ‘Onmogelijk te overleven’, dat is nogal wat. Interessante claim maar waarop baseert u dit? We weten van de oorlogvoering uit deze periode dat men naast de lokale bevolking vooral van eigen bevoorrading afhankelijk was. En natuurlijk was het ook niet de bedoeling en te veroveren provincie om zeep te helpen door alle voedselvoorraden te confisqueren. Dus zolang er een gedegen bevoorrading bestond zal het niet nodig zijn geweest ‘als een sprinkhanenplaag de verre omstreken van het land leeg te vreten’.

      1. Robbert

        Robert Vermaat: uw opmerking is terecht. Het is echter geen claim maar een idee, OK, misschien overdreven. Ik probeer mij voor te stellen hoe die enorme legers (in dit geval: zo’n 150.000 ! man als de getallen kloppen) in de Oudheid zich voedden, gekoppeld aan de vele verhalen (zoals hierboven: “Het stadje, waarvan de omgeving in de voorgaande weken was ontdaan van graan en andere levensmiddelen”) van noodzakelijke strooptochten. Of is ook dit woord overdreven? Gingen de soldaten van beide partijen langs met de vraag: heeft u misschien nog wat voor ons? we betalen er goed voor oid.
        Dat ook graan van overzee aangevoerd moest worden is duidelijk. Bv. uit Egypte of Sicilie? Dat kan dan niet naar Rome of andere plekken. Dus in hoeverre zal hier (of in andere gevallen) sprake zijn geweest van “een gedegen bevoorrading” van de strijdende partijen?
        De eigenlijke vraag lijkt me: verbouwde de boerenstand (kleine boeren, landerijen) zoveel surplus dat ze zonder problemen konden leveren, of werden af en toe, of vaak, hier en daar, toch hele landstreken geplunderd dan wel “om zeep geholpen”?
        Het gaat hier in de burgeroorlog ieder geval niet om het “veroveren van een provincie” – die waren al Romeins – maar eerst en vooral om het vernietigen van de andere partij met alle mogelijke middelen en de strijd om voedsel is daar een van.

        1. Dat is een onderzoeksvraag. Stortte de agrarische sector na zo’n burgeroorlog in, dan konden de boeren dat niet. Bleef de instorting uit, dan wisten de bevelhebbers dat ze niet ‘ongebreideld’ konden foerageren maar dat op de eigen bevoorrading moest worden vertrouwd. Al zal bij uithongering meer druk op de boeren gelegd zijn.

          Maar bedenk wel dat legers die in vijandelijk gebied vrijelijk (konden) plunderen, dat niet konden op eigen grondgebied. Een Romeinse stad die steun bleef betuigen aan een rebel of vijand kon wreed geplunderd worden, maar dat was een uitzondering. Caesar zal dus (net als zijn opponenten) de afweging hebben gemaakt en ook hebben ingekocht.

Reacties zijn gesloten.