III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)

De veldtekens van III Augusta (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De legioenen uit de vroege Keizertijd gaan terug op eenheden uit de late Republiek. Ze zijn vrijwel allemaal geformeerd door Julius Caesar of Octavianus. Het Derde Legioen, dat later de bijnaam Augusta zou krijgen, is een uitzondering. Het is in 43 v.Chr. in het veld gestuurd door consul Gaius Vibius Pansa. De nummers één tot en met vier waren toen, in de laatste jaren van de Republiek, gereserveerd voor de legers van de consuls. Pansa nam dus een eerste en een derde legioen mee toen hij oprukte naar Modena op de Povlakte om te strijden tegen Marcus Antonius. Een tweede en een vierde legioenen gingen mee, gecommandeerd door consul Aulus  Hirtius. Ook in het gezelschap: Octavianus, met een privéleger.

Het drievoudige leger won. Beide consuls kwamen echter om het leven. Octavianus was nu ineens meester van een heel groot leger, marcheerde op Rome en eiste de macht. Zo simpel.

Lees verder “III Augusta, het garnizoen van de Maghreb (1)”

De Maghreb in de Late Oudheid (2)

Het Byzantijnse fort van Madauros

[Tweede van zeven blogjes over de arabisering van de Maghreb. Het eerste was hier.]

Ik eindigde mijn vorige blogje over de Maghreb in de Late Oudheid met de onderwerping van het Vandaalse koninkrijk door de Byzantijnse generaal Belisarius in het jaar 533. Hij sloot een verdrag met een Berber-koning genaamd Massonas, die lijkt te hebben geheerst vanuit Altava in het noordwesten van het huidige Algerije. De twee partijen werkten in de volgende jaren samen, onder meer tegen andere groepen Berbers. De Byzantijnen bouwden een reeks forten. In Tunesië is te denken aan Sufetula (Sbeitla), Mactaris (Makhtar) en Ammaedara (Haïdra). In Algerije gaat het om Theveste (Tebessa), Madauros (M’daourouch), Lambaesis (Tazoult), Thamugadi (Timgad), Sitifis (Sétif) en Tipasa. Meer naar het westen ontbreken de forten, omdat het gebied in handen was van de bevriende Berbers van Altava.

Demografische neergang

Wie die forten ziet, valt op hoe klein ze zijn. Ze zijn ook grotendeels gebouwd uit gerecycled ouder bouwmateriaal, vaak de enorme stukken natuursteen waarop inscripties hadden gestaan. (De Byzantijnse forten zijn een paradijs voor epigrafen.) Omvang en bouwmateriaal zullen wel samenhangen met de demografische neergang in Late Oudheid. Het meest opvallende aspect daarvan is de pest-epidemie die uitbrak in 541, maar de neergang had al eerder ingezet.

Lees verder “De Maghreb in de Late Oudheid (2)”

De opstand van Tacfarinas (3)

Een ereteken voor de Romeinse commandant Scipio in Lepcis Magna

[Dit is het laatste van drie blogjes over de opstand van Tacfarinas. Het eerste was hier.]

De voor het jaar 21 na Chr. door keizer Tiberius aangewezen commandant, Quintus Junius Blaesus, had een nieuwe strategie. Hij begreep dat een regulier leger 100% van de bezittingen 100% van de tijd moet beschermen, terwijl een guerrilla-leider maar af en toe succes hoeft te hebben om door te kunnen gaan. Mits hij de steun heeft van de boeren, die het guerrilla-leger moeten voeden. Blaesus besloot de boerenbevolking beter te beschermen of – afhankelijk van je perspectief – meer onder druk te zetten en verspreidde daarom zijn troepen. Hij bezat immers twee legioenen met hulptroepen en kon zijn manschappen dus ook over een breed terrein inzetten.

Contraguerrilla

VIIII Hispana opereerde in het oosten, langs de weg naar Lepcis Magna, waar generaal Scipio belette dat de rebellen samenwerkten met de verderop wonende Garamanten. Blaesus’ zoon beschermde de boeren rond de Numidische hoofdstad Cirta (tegenwoordig Constantine). Zelf opereerde Blaesus, aan het hoofd van III Augusta, in het centrum, in de omgeving van het huidige Tébessa. Tacitus schrijft:

Lees verder “De opstand van Tacfarinas (3)”

De opstand van Tacfarinas (1)

Ruiter uit een nomadenvolk (Museum Bani Walid)

Het simpele verhaal eerst: Tacfarinas was een Numidische plattelandsrebel die het tijdens de regering van keizer Tiberius opnam tegen de Romeinse legers. Zulke opstanden zijn overal gedocumenteerd waar de Romeinen de macht overnamen. Dat was het simpele verhaal. Nu de iets complexere betekenis. Je kunt zulke gebeurtenissen op verschillende manieren interpreteren, bijvoorbeeld als een vorm van verzet tegen een vreemde overweldiger, of als protest tegen een te geringe mogelijkheid om te profiteren van de kansen die de Romeinse wereld bood, of een combinatie van deze twee motieven, of nog anders.

Perspectiefwisselingen

Het kan nog iets complexer. In de jaren na de Tweede Wereldoorlog veranderde de westerse visie op Griekenland en Rome. Tot dan toe had men de verspreiding van de klassieke cultuur beschouwd als iets goeds. Een veroveraar als Alexander de Grote of een imperialistische mogendheid als Rome bracht de verslagen bevolking naar een hoger cultureel plan. Na de Dekolonisatie keerde het perspectief om: Alexander gold als een massamoordenaar en de Romeinen stonden vijandig tegenover de lokale culturen.

Lees verder “De opstand van Tacfarinas (1)”

De reis van Afrodite

Mozaïek met Afrodite-lokaties (Bardomuseum, Tunis)

Vorige week bezocht ik het onlangs heropende Bardomuseum in Tunis. Het museum, gevestigd in het voormalige paleis van de Bey van Tunis, was een tijdlang gesloten omdat in hetzelfde gebouw ook het Tunesische parlement zetelt en de politieke situatie hier, voorzichtig uitgedrukt, onoverzichtelijk is. In elk geval is het Bardo weer open en gedeeltelijk opnieuw ingericht. Zo zag ik voor het eerst het bovenstaande mozaïek, dat momenteel de ingangshal versiert. Het is in 1995 bij toeval – na een diluviale regenbui – gevonden in Haïdra, het antieke Ammaedara, ooit het hoofdkwartier van het Derde Legioen Augusta.

Het meet 6½ bij 5¼ meter. Een datum heb ik niet kunnen ontdekken. Ik kan me voorstellen dat het plaatje hierboven niet helemaal overzichtelijk is. Hieronder is het nog een keer, uit een betere hoek, op een foto die ik maakte van een foto op een bordje met toelichting.

Lees verder “De reis van Afrodite”