Eise Eisinga (2)

Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker
Het planetarium van Eise Eisinga in Franeker

[Tweede deel van Truus Pinksters beschouwing over Sandra Langereis’ boek Machineman. De tijden van Eise Eisinga (2024). Het eerste deel was hier.]

Het punt om zijn aandacht op te richten kwam met het verschijnen van een boekje met een voorspelling van het einde der tijden, geïnspireerd op het Bijbelboek Openbaring. Mensen werden er heel bang van. Zulke voorspellingen waren er wel vaker geweest, maar deze keer maakte het veel meer indruk omdat het boekje zei zich te baseren op Newtons natuurwetten. De aarde zou geheel gesloopt worden op 8 mei 1774, want dan kwamen Mercurius, Venus, Mars en de reuzenplaneet Jupiter op één lijn te staan en zo zou de aarde uit haar baan om de zon worden getrokken.

Het bijgeloof en de onrust onder de mensen zette Eise aan tot het bouwen van zijn prachtige planetarium, waarmee hij tot op de seconde nauwkeurig de trajecten van alle zichtbare hemelobjecten liet zien. En dat niet voor een bepaalde afgebakende periode maar tot in de eeuwigheid. Zo wilde hij de mensheid geruststellen dat God, de grote klokkenbouwer, het heelal zo vernuftig had geschapen dat het oneindig zou blijven voortbestaan.

Lees verder “Eise Eisinga (2)”

Armoede in Judea

Armoede: een beeld van een bedelaar in Museumpark Orientalis

Niet iedereen in de Oudheid kon gouden haarnetjes dragen zoals die waarover ik gisteren blogde. De enige mij bekende poging om de toenmalige welvaart te vergelijken met die van onze tijd, plaatste de Romeinse wereld ongeveer op het niveau van Nigeria rond 1960. Dat is een jaarinkomen van $93, waar nog bij moet worden aangetekend dat de Romeinen de wereld niet hoefden delen met mensen die met minder werk een heel veel hoger jaarinkomen hadden. Nederland was in 1960 al ruim twintig keer zo rijk als Nigeria.

Er zullen wel andere schattingen zijn voor de toenmalige welvaart, maar ik heb het gegeven nooit meer gecontroleerd. De conclusie dat men leefde in enorme armoede, is wel voldoende duidelijk. Vorig jaar kon ik op deze blog vijf stukken van Dirk-Jan de Vink plaatsen over de armoede in de stad Rome: de bewoners waren arm tot straatarm. En dan had Rome nog diverse vormen van graanuitdeling en kende Italië nog betrekkelijk lage belastingen.

Lees verder “Armoede in Judea”

Arm en straatarm in Rome (5)

Slavenboeien (Noord-Brabants Museum, Den Bosch)

[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het slot van een reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]

Slavernij en sociale mobiliteit

Dwars door de bevolking van Rome liep een onderscheid tussen vrije en onvrije mensen. Onder meer vanuit de juridische geschriften hebben we een vrij scherp beeld van de positie van de servi. Hun onvrijheid had als voordeel dat er iemand naar hen omkeek. Hoog­opgeleide slaven leidden vermoedelijk een redelijk comfortabel leven, bijvoorbeeld als arts of onderwijzer. Sommigen van hen hielden er zélf slaven op na; getrapte slavernij dus. Het gros zal uitgebuit zijn en als voetveeg behandeld. Veelzeggend is dat deurwachten soms vastgeketend werden. Er zijn daarentegen ook voorbeelden van slaven die liefdevol bijgezet werden in het familiegraf.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (5)”

Arm en straatarm in Rome (4)

Een schaal met kleingeld (Amfitheater, Grand)

[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het vierde deel van een vijfdelige reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]

Koopkracht

Laten we naar het Romeinse kleingeld kijken om gevoel te krijgen voor de koopkracht van de bevolking. Bij Petronius lezen we: ‘Hij was zo gierig dat hij een quadrans met zijn tanden uit de modder zou trekken’. Dat oordeel komt duidelijk uit een elitaire koker. De quadrans was de kleinste denominatie. Letterlijk een kwart-as. Twee quadrantes hadden de waarde van éen semis, die overigens weinig geslagen werd. De as had een spilfunctie in het geldsysteem. Vier asses maakten één sestertius. Vier sestertii waren even veel waard als één zilveren denarius, waarvan er 25 in een gouden aureus gingen.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (4)”

Arm en straatarm in Rome (3)

Een zakkendrager, iemand uit het plebs (Nationaal Museum, Beiroet)

[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het derde deel van een vijfdelige reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]

Plebs sordida

Tegenover het ‘fatsoenlijke’ plebs stond het plebs sordida, het ‘smoezelige’ plebs. De armoede van deze restcategorie was structureel. Het waren sloebers, aangeduid als egentes (nooddruftigen) of inopes (mensen zonder bezittingen). Immigranten waren oververtegenwoordigd. Hoewel het vrije mensen betrof, liepen zij het risico om zoveel schulden op te bouwen, dat zij zichzelf of hun kinderen in slavernij moesten uitleveren. Voor het plebs sordida was een dak boven het hoofd niet vanzelfsprekend, evenmin als kleding of een volle maag. In plaats van dure tarwe weken de arme mensen vaak uit naar gerst, kikkererwten en lupinezaad (noot 1). MacMullen (1974) gaat ervan uit dat een derde van de totale bevolking, met inbegrip van de slaven, voortdurend in grote schaarste leefde. Uitgaand van de 200.000 die ik hierboven berekende, includeert hij dus een deel van het plebs frumentaria.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (3)”

Arm en straatarm in Rome (2)

Graanopslagplaatsen bij Romes rivierhaven

[Volgens de propagandisten zou Rome in de vroege keizertijd een stad van marmer zijn geweest, maar de werkelijkheid was anders. Dit is het tweede deel van een vijfdelige reeks over armoede en extreme armoede. Het eerste deel was hier.]

Plebs frumentaria

Het plebs frumentaria (ook wel plebs togata genoemd) onderhield banden met de elite dankzij het clientela-systeem. Dat systeem kwam erop neer dat een cliens bescherming genoot van een patronus, in ruil voor wederdiensten. Wie niet representatief was en geen tegenprestatie kon leveren, moest zichzelf redden. Het plebs frumentaria kwam in aanmerking voor verstrekkingen van graan, door de staat ter beschikking gesteld.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (2)”

Arm en straatarm in Rome (1)

De maatschappelijke hiërarchie: de keizer, verheven boven de armen.

Keizer Augustus was er trots op dat hij Rome als een stad van marmer achterliet. Met zijn intensieve bouwprogramma’s had hij ervoor gezorgd dat de ‘hoofdstad van de wereld’ (caput mundi) zich kon spiegelen aan steden als Alexandrië, Efese en Antiochië. Sindsdien zijn luxe en decadentie onlosmakelijk verbonden aan de hoofdstad van het Romeinse Rijk. Er is veel bekend over het leven van de elite. Maar wat zien we als we verder kijken dan de marmeren façade? Hoe zag het leven van eenvoudige lieden eruit?

Twee problemen dienen zich aan:

  1. Geschreven bronnen zijn in hoofdzaak dóór en vóór de elite geproduceerd; een kleine toplaag met weinig belangstelling voor de rest. Hoe dieper men naar beneden kijkt, hoe vager de contouren.
  2. De elite is beter vertegenwoordigd in het bodemarchief dan eenvoudige lieden.

Lees verder “Arm en straatarm in Rome (1)”

De Bergrede (16): de Mammon

Het is zondag en u bevindt zich weer in de reeks over het Nieuwe Testament, meer in het bijzonder in het deel over de Bergrede. De samensteller daarvan wijdt, na zijn behandeling van het vasten, enkele opmerkingen aan rijkdom en bezit. Het is een beetje een rommelig stukje.

De Mammon

Hier is het begin:

Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen. Verzamel schatten in de hemel, daar vreten mot noch roest ze weg, daar breken geen dieven in om ze te stelen. Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. (Matteüs 6.19-21; vgl. Lukas 12.33-34; NBV21)

Lees verder “De Bergrede (16): de Mammon”

Leergeld

Het was zomaar een bericht in het NRC Handelsblad van afgelopen vrijdag: de Nationale Ombudsman constateert dat de schuldenhulpverlening tekortschiet. Gemeenten laten mensen met financiële problemen ten onrechte in de kou staan. Een schrijnend voorbeeld is wat er gebeurt bij een echtscheiding (sowieso schrijnend natuurlijk): een schuldenregeling is in veel gemeenten pas mogelijk als de rechter de boedelscheiding heeft bekrachtigd, maar dat kan maanden duren en in die tijd stapelen de rekeningen zich op. In mijn kennissenkring ken ik twee betrekkelijk recente gevallen.

Ik ken ook een gezin waarvan de ene ouder ZZP-er is en de andere een deeltijdbaan heeft genomen om voldoende tijd te hebben voor de kinderen. De bank adviseerde ze in 2006 een tophypotheek, maar vervolgens stortte de economie in en had de ZZP-er minder opdrachten. Hoewel die harder dan hard – en vaak onder de prijs – heeft gewerkt om geld binnen te halen, is het niet gelukt en moesten ze het onder water staande huis verkopen.

Lees verder “Leergeld”

Paus

Jaren geleden had Frits Abrahams een vraaggesprek met kardinaal Simonis. Hoewel Abrahams’ interviews altijd steengoed waren, herinner ik me in dit geval weinig van de eigenlijke conversatie en des meer van het slot, waarin de geïnterviewde constateerde dat het gesprek weer eens was gegaan over abortus en homoseksualiteit en niet over de zaken waar het zijns inziens om draaide: de liefde van God en sociale rechtvaardigheid. Dat lag waarschijnlijk ook aan Simonis zelf. De journalist zat daar om hem z’n verhaal te laten doen en als de kardinaal dat niet over het voetlicht kreeg, had hij het vermoedelijk slecht voorbereid.

Ondertussen had Simonis wel een punt. Als er één boodschap is die van de oudste tot de jongste delen van de Bijbel terugkeert, van de donderprofetieën in Amos tot de voorschriften in 1 Korinthiërs, is het de oproep tot sociale gerechtigheid. Abortus wordt bij mijn weten nergens genoemd, homoseksualiteit een paar maal. Seksualiteit is een ondergeschikt thema; sociale gerechtigheid is waar het allemaal om gaat.

Lees verder “Paus”