De Nok-beschaving

Een kopje met drie gezichten (Musée du Quai Branly, Parijs)

Het NRC Handelsblad publiceerde dit weekend een interview met Zenab Badawi, auteur van An African History of Africa, dat ik al eerder vermeldde. Ik had in dat interview wat kritischer vragen verwacht. Badawi is namelijk wél geïnteresseerd in het verleden, maar haar boek wemelt van de slordigheden en redenatiefouten. Eén daarvan staat in geschiedenisjargon bekend als naïef positivisme: de aanname dat geschreven bronnen én accuraat én representatief zijn. De meeste mensen herkennen wel het eerste probleem (de bevooroordeeldheid van deze of gene bron), maar niet het tweede (de incompleetheid). Badawi is zo iemand. Ze volgt datgene waarover ze informatie heeft en schept zo een verhaal over het verleden, maar het verhaal is niet representatief voor het geheel. Sta me nog een jargonterm toe: An African History of Africa is, hoe sympathiek ook, niet objectadequaat. Een journalist mag daar best vragen over stellen. Je bent een krant hoor.

De Nok-beschaving

Een van de onderwerpen die Badawi overslaat, is de Nok-beschaving. Voor wie deze blog leest omdat ’ie belangstelling heeft voor de Oudheid: Hanno, de Karthaagse zeeman die een ontdekkingsreis maakte langs de westkust van Afrika, had daarmee contact toen hij de monding van de Niger passeerde. Het is ook een van de gebieden waarover W. F. G. Lacroix zijn mooie boek Africa in Antiquity schreef, waarin hij aantoonde dat de Grieks-Romeinse geograaf Ptolemaios betrouwbare informatie weergaf, gebaseerd op de mondelinge tradities waar een zeeman aan de monding van de grote rivieren kennis van kon nemen.

De Nok-cultuur wordt meestal door middel van thermoluminescentie gedateerd tussen 800 v.Chr. en 200 na Chr., met een “aanloopfase” waarover ik het nog zal hebben. Ze is dus even oud als de Nubische culturen van Napata en Meroë. Een respectabele context, zou je zeggen, maar Nok wordt doodgezwegen. En niet alleen door Badawi, hoewel die zegt het “complete verhaal” te willen vertellen.

Lees verder “De Nok-beschaving”

Armoede in Judea

Armoede: een beeld van een bedelaar in Museumpark Orientalis

Niet iedereen in de Oudheid kon gouden haarnetjes dragen zoals die waarover ik gisteren blogde. De enige mij bekende poging om de toenmalige welvaart te vergelijken met die van onze tijd, plaatste de Romeinse wereld ongeveer op het niveau van Nigeria rond 1960. Dat is een jaarinkomen van $93, waar nog bij moet worden aangetekend dat de Romeinen de wereld niet hoefden delen met mensen die met minder werk een heel veel hoger jaarinkomen hadden. Nederland was in 1960 al ruim twintig keer zo rijk als Nigeria.

Er zullen wel andere schattingen zijn voor de toenmalige welvaart, maar ik heb het gegeven nooit meer gecontroleerd. De conclusie dat men leefde in enorme armoede, is wel voldoende duidelijk. Vorig jaar kon ik op deze blog vijf stukken van Dirk-Jan de Vink plaatsen over de armoede in de stad Rome: de bewoners waren arm tot straatarm. En dan had Rome nog diverse vormen van graanuitdeling en kende Italië nog betrekkelijk lage belastingen.

Lees verder “Armoede in Judea”

Rens Bod over zingeving

Ik heb op deze blog wel vaker aandacht besteed aan de boeken van de Amsterdamse geleerde Rens Bod. In De vergeten wetenschappen (2010) toont hij hoe de geesteswetenschappen de maatschappij helpen vormen en in Een wereld vol patronen (2019) biedt hij een geschiedenis van de menselijke kennis. Deze boeken bewijzen dat er nog altijd wetenschappelijke syntheses worden geschreven. Je vraagt je echter wel af wat er nog resteert om samen te brengen voor iemand die al een stuk of tien geesteswetenschappen en álle menselijke kennis heeft beschreven. Maar het blijkt mogelijk. In Waarom ben ik hier? biedt Bod, zoals de ondertitel luidt, een kleine wereldgeschiedenis van zingeving.

Een geschiedenis van bijna alles.

Om meteen een misverstand weg te nemen: religie mag dan de bekendste vorm van zingeving zijn, het is niet de enige. Sterker nog, er is geen enkele samenleving geweest waar niet ook andere zingevingsvormen hebben bestaan. De demonstranten van Extinction Rebellion vinden of creëren zin in het afremmen van de snelheid waarmee de mensheid deze planeet naar de gallemiezen helpt; ouders vinden het zinvol kinderen op te voeden; wetenschappers willen de wereld beter begrijpen; weer anderen laten geen middel onbenut om een hoger bewustzijn te bereiken. Er zijn vele vormen van zingeving. Bod telt er 180, die hij onderbrengt in dertig thema’s en vier groepen: streven naar het onvergankelijke, bijdragen aan de wereld, zelfontwikkeling en “zingeving in extremis”.

Lees verder “Rens Bod over zingeving”

Hanno de Zeevaarder (3): Ontdekkingsreis

Hanno de Zeevaarder ontmoette mensen van de Nok-beschaving. Die maakten terracottabeeldjes zoals deze. Ze zijn te zien in Kurá Hulanda, Willemstad.

Had het eerste deel van de onderneming van Hanno de Zeevaarder bestaan uit stadstichtingen en het tweede deel uit een tocht naar de goudrivier Senegal, het derde deel was een echte ontdekkingsreis. Opnieuw in de vertaling Floris Overduin en Vincent Hunink, met commentaar gebaseerd op Lacroix’ Africa in Antiquity (1998).

De Golf van Guinea

Hanno voer eerst langs westelijk Afrika, boog naar het zuidoosten en bereikte de noordkust van de Golf van Guinea. Het is waar nu landen als Ivoorkust, Ghana en Nigeria liggen. De mensen spraken (en spreken) hier Atlantische Congo-talen.

Lees verder “Hanno de Zeevaarder (3): Ontdekkingsreis”

Illegale oudheden

Soms maakt een diepe verslagenheid zich van je meester

Een week of drie geleden publiceerden de Vlaamse televisieomroep VRT en de krant De Tijd drie artikelen over de illegale handel in oudheden in België. Eén daarvan ging over de Benin-bronzen, het interessantste ging over een Egyptisch beeldje en het derde ging over de vraag waarom nu net België een draaischijf is geworden in de internationale zwarte handel. Het antwoord laat zich raden. De handel in illegale oudheden “heeft kunnen profiteren van de laksheid bij de overheden die moeten strijden tegen dit soort fraude”, aldus Sarah Durant, woordvoerster van het Brussels parket. De laatste specialist bij de Belgische federale overheid is begin dit jaar met pensioen gegaan en de centrale dienst kunstcriminaliteit is opgedoekt.

Als het over illegale oudheden gaat, kennen we uit Nederland soortgelijke journalistieke stukken. Theo Toebosch schrijft er regelmatig over in het Handelsblad het NRC: de grafgiften van Ny-Kau-Ptah, inbeslagnames op de kunstbeurs Tefaf, de Sapfo-papyri, illegaal keramiek in het Amsterdamse Allard Pierson-museum en nog vorige maand de arrestatie van de Italiaanse grafrover Raffaele Monticelli. Ik heb zelf een artikel in de pen gehad over de plundering van opgravingen, niet in verre buitenlanden maar hier in Nederland. Daarbij stuitte ik op zóveel voorbeelden dat het domweg geen krantenartikel meer zijn kon. Wie denkt een boek over illegale oudheden te kunnen schrijven dat geen eindeloze herhaling van steeds hetzelfde verdrietige verhaal is, kan zich melden en krijgt mijn documentatie cadeau.

Lees verder “Illegale oudheden”

Kwakgeschiedenis: afrocentrisme (1)

Taharqo (British Museum, Londen)

Ze kwam uit Benin City in Nigeria, werkte in een ziekenhuis in Londen en sprak zowel Yoruba als Engels. Mijn toenmalige geliefde had een mooie Afrikaanse naam, maar die had ze niet altijd gedragen. Als kind had ze een Engelse naam gehad die ze tegenwoordig opnieuw voert. Haar Afrikaanse naam vertegenwoordigde, om zo te zeggen, een tussenfase van zwart bewustzijn.

Het verbaasde me vaak. Ik heb weinig mensen gekend die zo kritisch waren en zo vaak de vraag stelden of iets wel waar was, maar wanneer het ging om het glorieuze verleden van de oude Afrikaanse koninkrijken, dan nam ze alles aan met een opvallende goedgelovigheid. Dat mag uiteraard en het deed niet af aan haar charme, maar het trof me. Misschien wel omdat de inconsistentie bijdroeg aan die charme.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: afrocentrisme (1)”

Kurá Hulanda

Kurá Hulanda
Kurá Hulanda

Archeologiemusea in Europa schurken traditioneel een beetje tegen de historische musea aan, terwijl de archeologie in Noord- en Zuid-Amerika, waar de geschreven geschiedenis nu eenmaal wat korter is, nauwere banden heeft met de culturele antropologie. In deze traditie staat Kurá Hulanda (het “Hollandse Hof”) in Willemstad: het museum vertelt het verhaal van de menselijke evolutie, de eerste stedelijke culturen in Mesopotamië en Egypte, de Afrikaanse koninkrijken en de slavenhandel.

Er zijn op dit eiland veel herinneringen aan de slavernij en dan denk ik natuurlijk in de eerste plaats aan de etnische samenstelling van de bevolking. Ik schrijf dit stukje met uitzicht over het Spaanse Water op het quarantaine-station, waarvan me is verteld dat als de hier verblijvende slaven bezweken aan een ziekte, de lijken niet werden begraven maar in zee geworpen. Overleefden ze, dan kwamen ze terecht op de werf waar nu Kurá Hulanda is.

Lees verder “Kurá Hulanda”

Timboektoe (2)

Zomaar een oud handschrift, niet uit Timboektoe (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Ik vertelde in de vorige post dat er in Timboektoe informatie ligt die nergens anders beschikbaar is. Maar hoe belangrijk is die? Ik had ooit een Nigeriaanse geliefde, die spinnijdig kon worden om het gemak waarmee Europese historici het konden hebben over “the people without history” (de titel van een boek dat overigens probeerde de balans recht te zetten). Voor haar was de geschiedenis van West-Afrika een halszaak. Een alleszins begrijpelijk standpunt, maar we moeten eerlijk erkennen dat niet iedereen evenveel waarde hecht aan dat onderwerp, zoals het u ook vrij staat geen belang te stellen in de precieze recitatiewijze van de Koran.

Lees verder “Timboektoe (2)”