Wen-Amun (2)

Een ivoortje uit een van Byblos’ koningsgraven (overgang Bronstijd/IJzertijd, Nationaal Museum Beiroet)

In het eerste deel van dit stuk vertelde ik hoe de Thebaan Wen-Amun door de hogepriester van Amun, Herihor, was uitgezonden om in Byblos het felbegeerde cederhout te kopen. Farao Nesbanebdjed verleende steun maar in Dor, de havenstad van het volk van de Tjeker, werd Wen-Amun beroofd van zijn goud en zilver. Omdat de stadsvorst compensatie weigerde, confisqueerde Wen-Amun het zilver van een Tjeker-schip. Daarmee bereikte hij Byblos, waar hij zijn paviljoen opsloeg bij de haven en het edelmetaal samen met een beeldje van Amun een veilige plek gaf.

***

Wen-Amun was niet welkom. De tijd waarin de koning van Byblos blij zou zijn geweest hout te mogen leveren voor een bark voor Amun in het verre Thebe, was al ruim een halve eeuw voorbij en de plaatselijke koning, Zakar-Baäl, liet de diplomaat weten dat hij diende te vertrekken. Wen-Amun antwoordde dat hij geen schip had om naar Egypte terug te keren. Dat herhaalde zich iedere dag, een maand lang: elke morgen kwam een koninklijke bediende de heuvel aflopen om de Egyptenaar te zeggen dat hij moest vertrekken en elke morgen klom hij van het strand terug naar het paleis om de koning te vertellen dat Wen-Amun niet vertrekken kon. Toen gebeurde er iets wonderlijks.

Lees verder “Wen-Amun (2)” →

Wen-Amun (1)

“Tjeker arresteren gezochte zilverrover Wen A.”

De bovenstaande foto, een screenshot van de website van een Libanese krant, deed me onbedaarlijk lachen. Dat is omdat ik er een totaal idiote associatie bij heb: de avonturen van Wen-Amun.

Wen-Amun leefde in de eerste helft van de elfde eeuw v.Chr., laten we zeggen rond 1070. Er is wat discussie over de precieze datering van zijn onfortuinlijke reis naar Byblos. Egypte was in elk geval in die tijd de supermacht niet meer die het ooit was geweest: tijdens of kort na de regering van Ramses VI (r.1142-1134) was het zijn bezittingen in Kanaän kwijtgeraakt. Intern was Egypte verdeeld: de ene farao Ramses volgde op de andere farao Ramses totdat, na de dood van Ramses XI in 1077 v.Chr., de eenheid helemaal verdween. In het noorden regeerde farao Nesbanebdjed, de eerste vorst van de Eenentwintigste Dynastie, en in het zuiden was de macht in handen van Herihor, de hogepriester in Thebe. En daar was, zo rond 1070, het schip waarmee het cultusbeeld van de god Amun werd vervoerd, toe aan vervanging. En daarmee begint het droevige maar ware en eigenlijk ook grappige verhaal van Wen-Amun.

Lees verder “Wen-Amun (1)” →

Ivoor uit Megiddo

Ivoor uit Megiddo (Israel Museum, Jeruzalem)

Het Israel Museum in Jeruzalem documenteert de geschiedenis van het Joodse volk. Een volk dat, zoals u weet, over de wereld verspreid is geraakt en – enkele uitzonderingen daargelaten – overal bestond als minderheid, wat betekent dat het Israel Museum in feite een wereldmuseum is waarin vrijwel alle delen van de wereld aan bod komen. Ik herinner me een zaal waar de diverse zwarte hoeden werden geëxposeerd die de Russische Joden plegen te dragen.

Het verband met het zionisme, het idee om de verstrooide Joden te herenigen in het land van Israël, is in dit museum nooit ver weg en daardoor zijn er onderdelen in de expositie die minder behoren bij het Joodse volk dan bij het land. Zoals het bovenstaande ivoortje, dat is gevonden in Megiddo, de stad waar je, van het zuiden komend, Galilea binnen reist. Ik heb daar wel eens eerder over geblogd. Het ivoortje is alleen Joods te noemen in de zin dat het de cultuur van de Kanaänieten documenteert vóór het volk van Israël zich vestigde in het Land van Melk en Honing.

Lees verder “Ivoor uit Megiddo” →

Renan, Renan, steeds Renan (4)

Ernest Renan, de ontdekker van het oude Fenicië

[Dit is het laatste van vier stukjes over een Franse geleerde die ik werkelijk overal lijk tegen te komen. Het eerste was hier.]

Ik heb nu driemaal geblogd over de Franse geleerde Ernest Renan, die, zoals zoveel van zijn tijdgenoten, dacht vanuit een sjabloon over oostelijke, Semitisch-sprekende, nomadische, religieuze volken en westelijke, Indo-Europees-sprekende, in steden wonende, meer filosofisch ingestelde volken. De sjabloon is onhoudbaar, maar Renan was niet de enige die meende dat er een karakterverschil bestond tussen Oost en West. Nog altijd zijn er kwakhistorici die denken dat de Griekse overwinning in de Perzische Oorlogen verhinderde dat het ontluikende, verondersteld vrije westen zou zijn gesmoord door het tirannieke, verondersteld mystieke oosten.

Wat Renans ideeën in positieve zin onderscheidde van deze in feite pre-wetenschappelijke opvattingen, was dat hij de sjabloon niet voor vanzelfsprekend aannam, maar kritisch doorlichtte. Ibn Rushd behoorde, als Arabischsprekende, tot de oosterse wereld, maar was toch een filosoof die de westerse wereld had helpen vormen. Omgekeerd kon Renan van Jezus van Nazaret stellen dat deze altijd in zijn joodse (Semitische) wereld was gebleven: daar paste de sjabloon volgens hem dus wel.

Lees verder “Renan, Renan, steeds Renan (4)” →

Toerist in Libanon (5)

De zuidelijke haven van Byblos

[Vijfde verslag van een vakantie in Libanon; deel één is hier.]

Na enkele heerlijke dagen hier in Libanon, zat het vandaag wat tegen. In de ochtend gingen we naar de opgraving van de oeroude havenstad Byblos. In het Nationaal Museum van Beiroet en het Archeologisch Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet hadden we al veel voorwerpen gezien (in het Louvre trouwens ook), maar de waarheid gebiedt te zeggen dat de opgraving zelf eigenlijk iets te complex was.

De neolithische en chalcolithische gebouwen – had ik al gezegd dat Byblos oeroud is? – zijn sowieso afgesloten, maar ik zou er, denk ik, als we er wel bij hadden gekund, vermoedelijk ook weinig chocola van hebben kunnen maken. Er zijn verschillende gebouwen uit de Bronstijd, zoals de tempel van de stadsgodin, de L-vormige tempel en de tempel met de obelisken (waar veel voorwerpen zijn opgegraven die nu in de musea staan); dit was allemaal wat begrijpelijker, net als de fortificaties die we zagen.

Lees verder “Toerist in Libanon (5)” →

Toerist in Libanon (4)

[Vierde verslag van een vakantie in Libanon; deel één is hier.]

Vandaag hebben we onze auto afgehaald en reden we voor het eerst door het drukke Libanese verkeer. Onze eerste bestemming was de Nahr al-Kalb, de hondenrivier, waar zo’n beetje elk leger dat in de loop van de geschiedenis door Libanon trok, een inscriptie heeft achtergelaten: de Egyptische farao Ramses II bijvoorbeeld, en na hem verschillende Assyrische koningen. Daarvan liet Esarhaddon, die Egypte veroverde, zich afbeelden tegenover Ramses. Nebukadnezar is bijna onvindbaar (namelijk aan de overzijde van de rivier).

Er is een onleesbare Griekse tekst, er zijn twee Romeinse teksten, een Mammelukken-sultan heeft zijn naam in de rotsen achtergelaten, en vervolgens lieten de troepen van Napoleon III er een aandenken achter, gevolgd door de verschillende geallieerde legers uit de Eerste en Tweede Wereldoorlog en uiteindelijk een overwinningsreliëf ter herdenking van het einde van de Israëlische bezetting van Beirut.

Lees verder “Toerist in Libanon (4)” →