Byblos in de Late Bronstijd

El (Nationaal Museum, Beiroet)

De Late Bronstijd was de eerste grote bloeiperiode van de Mediterrane culturen. Ik zal er niet al te uitgebreid op ingaan – ik verwijs naar de stukjes die ik al eerder heb geschreven over de Hittieten in Anatolië, over het Mykeense schrift Lineair-B, over het scheepswrak bij Uluburun, over de tegenover Byblos gelegen Cypriotische havenstad Enkomi, over de godin Astarte, over de Egyptische buitenpost Kamed el-Loz, over de mythologie van Ugarit, over briefwisselingen en over Troje. Een fascinerende tijd, die in Egypte wordt getypeerd door de dynastieën 1819 en 20. Farao Toetmozes III veroverde Kanaän – ook daarover heb ik al eens geblogd – en bereikte de rivier de Eufraat.

Byblos was nu een Egyptisch vazalkoninkrijk, maar herwon enige vrijheid toen de Hittieten naar het zuiden oprukten. Een stuk of zestig brieven, gevonden in het Tell Amarna, illustreren hoe de Egyptische heersers probeerden de Byblische vorsten Rib-Hadda en Ili-Rapih loyaal te houden. Overigens verwijst het eerste element in de laatste naam, Ili dus, naar de Kanaänitische godheid die we uit de Bijbel kennen als El. Zie het plaatje hierboven: dat er Egyptische invloed is aan te wijzen, is een understatement. Uit de kleitabletten van Ugarit, een havenstad ten noorden van Byblos, kennen we de mythologie rond deze god, die wordt vervangen door Ba’al maar een eerbiedwaardige oergod blijft.

Hoezeer de Egyptenaren Byblos beschouwden als deel van hun wereld, blijkt uit hun mythologie. Daarin – of, eerlijk gezegd, in een Griekse hervertelling – lezen we dat de godin Isis, die op zoek was naar de delen van het stoffelijk overschot van haar vermoorde echtgenoot Osiris, aankwam bij de bron in Byblos en door de dienaressen van de koning werd uitgenodigd om naar het paleis te komen, waar ze een lichaamsdeel aantrof, bijgezet in een van de pilaren.

Een gouden kalfje uit Byblos, nu in het Louvre. Het bijbelse verhaal over het Gouden Kalf veronderstelt dezelfde Kanaänitische cultus.

Aan het einde van de Bronstijd vernietigden de zogeheten Zeevolken verschillende steden in het Nabije Oosten. (Over deze crisis kunt u het boek 1177 van Eric Cline lezen.) In de tweede helft van de twaalfde eeuw v.Chr. trokken de Egyptenaren zich terug naar de Nijlvallei en we hebben uit deze tijd het even grappige als melancholieke verhaal van Wen-Amun, een Egyptische gezant die cederhout kwam kopen bij koning Zakar-Baal van Byblos. De tekst is literair van aard maar veronderstelt een reële wereld, waarin Egypte niet meer zo invloedrijk was als weleer en Byblos een kleine, onafhankelijke staat was geworden. Ik blogde er al eens over.

De Kanaänitische steden worden in de IJzertijd aangeduid als Fenicische steden, wat overigens niet wil zeggen dat de bewoners van die steden zich herkenden als één volk – een punt dat de laatste tijd wordt benadrukt maar bij mijn weten al een halve eeuw door geen enkele serieuze onderzoeker is verdedigd. In elk geval markeerde de overgang van Brons- naar IJzertijd het begin van de neergang van Byblos. Steden als Tyrus en Arados werden nu belangrijker.

Een ivoortje uit het graf van koning Ahirom (overgang Bronstijd/IJzertijd, Nationaal Museum Beiroet)

Toch bleef Byblos een belangrijke stad, die zich wist te vernieuwen. Het alfabet was al bekend uit Ugarit, maar in Byblos liet men de spijkerschriftvorm achterwege en schiep men het schrift dat voor ons herkenbaar is. Een mooi vroeg voorbeeld is het grafschrift op de sarcofaag van koning Ahirom, die is gevonden in een van de Koninklijke Graven. En ook daarover heb ik al geblogd. Het stukje van morgen zal wat origineler zijn.

[Het stukje van morgen zal dus origineler zijn.]

2 gedachtes over “Byblos in de Late Bronstijd

Reacties zijn gesloten.