Circumcelliones

Timgad, Donatistisch complex

Als we de kerkvader Augustinus mogen geloven, is de naam circumcelliones afgeleid van het feit dat deze lieden circum cellas pleegden te zwerven, “rondom de heiligdommen”. Dat is niet onmogelijk, maar “heiligdom” is niet de eerste betekenis van cella. Misschien bezondigt de hoogwaardige bisschop zich aan een volksetymologie, ik geef straks een andere verklaring. In elk geval gaat het om opstandelingen op het Numidische platteland die iets te maken kregen met de donatistische kerk.

Wat was dat ook alweer? Het zat zo. Nadat keizer Licinius (r.308-324) zijn medekeizer Constantijn (r.306-337) ervan had overtuigd dat de christenen financieel moesten worden gecompenseerd voor de jarenlange vervolging, kwam de vraag op of de bisschop van Karthago wel correct was gewijd. Eén van de deelnemende geestelijken had zich namelijk nogal meegaand betoond tijdens de vervolging. De officiële, door de keizers erkende kerk zou zich op het standpunt stellen dat priesters ook maar mensen waren, maar dat zo’n kerkelijke wijding toch vooral Gods eigen werk was. Gods zegen rustte dus wel op een bisschop die door niet-helemaal-volmaakte mensen was gewijd. De donatisten waren het daarmee oneens. Ze verwachtten totale zuiverheid van elke geestelijke. Lange tijd is er in de Maghreb naast de keizerlijke kerk een donatistische parallelkerk geweest, en de enorme omvang van het donatistische complex in Timgad bewijst dat die parallelkerk beschikte over aanzienlijke middelen.

Lees verder “Circumcelliones”

C15 | De dood van Constantijn

Constantijn (Capitolijnse Musea, Rome)

[Vijftiende van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Na de inwijding van Constantinopel regeerde Constantijn nog zeven jaar. Jaren waarin hij oorlogen voerde aan de grens, het muntstelsel herzag en wetten uitvaardigde. Die begunstigden het christendom, maar geen van zijn beslissingen was gericht tegen de oude culten. Ook begon hij zijn opvolgers in te werken. Uit zijn huwelijk met Fausta had hij drie zonen, die na zijn dood de macht zouden overnemen. Het feit dat ze christelijke leraren kregen zegt veel over de opvattingen van hun vader.

In juli 335 vierde Constantijn zijn tricennalia, het begin van zijn dertigste regeringsjaar. Alleen keizer Augustus had langer geregeerd. Aan het einde van dat jaar, in de zomer van 336, sprak bisschop Eusebios de traditionele feestrede uit – een andere aanwijzing dat de christenen niet langer slechts werden getolereerd, maar konden rekenen op belangrijke posities in het openbare leven.

Lees verder “C15 | De dood van Constantijn”

Romeins goudstuk, Saksisch offer

Goudstuk van Constans (©Christina Kohnen)

Hé, dat is fijn: ik kan eens iets leuks vertellen. Over archeologie nog wel. En ik hoef niet eens over te schakelen op oudheidkundige standaardoverdrijving. Ook zonder hijgerig geschreeuw is deze vondst gewoon aardig.

Goudstuk

Het gaat over de munt hierboven. Het opschrift op de voorzijde (de “kop”) identificeert de afgebeelde keizer als Fl(avius) Jul(ius) Constans en meldt verder dat hij een pius felix augustus is, een “vrome en gelukkige keizer”. De andere zijde (de “munt”) toont twee Victoria’s en een schild met het opschrift VOT X MVLT XV, steno voor votis decennalibus multis quindecennalibus, wat zoiets wil zeggen als “de geloftes voor het tienjarige jubileum zijn ingelost en er zijn nog meer geloftes voor het vijftienjarige jubileum”. Het opschrift luidt ob victoriam triumphalem, “wegens een triomfantelijke zege”. De munt is geslagen in Siscia, het huidige Sisak in oostelijk Kroatië.

Lees verder “Romeins goudstuk, Saksisch offer”