De Iberiërs (3)

Iberisch grafmonument (Archeologisch museum, Madrid)

[Laatste van drie blogjes over de bewoners van Zuidoost-Spanje in de tweede helft van het eerste millennium v.Chr. Het eerste was hier.]

Rijk en arm

Een van de manieren waarop de rijke Iberiërs zich van hun arme landgenoten onderscheidden, was de monumentale grafsculptuur. Vanaf het begin, dus zeg maar vanaf pakweg 550 v.Chr., toonden voorname families hun welvaart met opvallende gedenktekens langs de toegangswegen tot de Iberische steden. Ze hadden allerlei vormen en zijn opgegraven in alle delen van de huidige regio’s Valencia en Murcia. Gaandeweg ontstonden ware dodensteden, keurig geordend, alsof het de steden waren van de levenden. Er was dan een hoofdstraat voor de graven van de voornaamste mensen, met haaks daarop zijstraten voor de bijzettingen van minder vermogende stedelingen.

De voornaamste graven – te zien in bijvoorbeeld de musea van Madrid en Elche – zijn werkelijk fantastisch. Er zijn torens en pilaren, er zijn afbeeldingen van wilde dieren en mythologische figuren. Misschien moesten die tevens tonen hoe de mensheid de natuur had overmeesterd en was gaan beheren. Zeker is dat niet, maar ik noem het omdat het ook een mogelijke interpretatie is van oudere stèles, waarover ik binnenkort eens zal bloggen.

Lees verder “De Iberiërs (3)”

Toerist in Elche

Het centrum van Alcudia

In de vorige aflevering van mijn narcistische winterfeuilleton vertelde ik over Alicante, een havenplaats van het Iberische volk der Contestaniërs. Even landinwaarts lag een belangrijke nederzetting, die destijds Ilici heette en tegenwoordig Elche. De eigenlijke ruïnes liggen op een lage heuvel ten zuiden van het stadje, Alcudia (van het Arabische Al-Kudia, “de heuvel”). Hier is het beroemde beeld van de Dame van Elche gevonden. De beheerders van het terrein zijn bezig een soort gedenkteken te bouwen op de plek.

Work in progress

En daarmee is een voornaam punt al genoemd: Alcudia is heel erg work in progress. Er vinden al een eeuw opgravingen plaats, die Iberische en Romeinse huizen aan het daglicht hebben gebracht, plus een stadsmuur, talloze waterwerken, een Iberisch heiligdom, een Visigotische basiliek en een enorme hoeveelheid aardewerk. Het onderzoek is nog in volle gang, de diverse opgegraven gebouwen liggen op enige afstand van elkaar en zijn niet allemaal even makkelijk “leesbaar”. Ze zijn wel interessant, zoals de opstapeling van Iberische, Romeinse en laatantieke huizen, of de van complexe waterleidingen voorziene Romeinse huizen, of de centrale sector van nog niet voldoende geïnterpreteerde representatieve gebouwen.

Lees verder “Toerist in Elche”

De Dame van Elche

De Dame van Elche (Nationaal Archeologisch Museum, Madrid)

Ik heb nog nooit iemand ontmoet niet onder de indruk was bij het zien van een afbeelding van de Dame van Elche. Niet dat ik dit heb getoetst door middel van een representatief bevolkingsonderzoek, maar alleen al uit het afgelopen halve jaar herinner ik me een stuk of vijf mensen die zich er ongevraagd positief over uitlieten.

Ontdekking

Het beeld is in 1897 gevonden bij Elche (of Elx, zoals men ter plekke zegt), waar een antieke stad lag die de Grieken Helike noemden en de Romeinen Ilici. Lange tijd is beweerd dat de ontdekker een veertienjarige jongen was die Manuel Campello heette. Zo’n verhaal past goed bij het slappe format “niet-archeoloog doet ontdekking en zorgt dat het bij de autoriteiten komt en het blijkt belangrijk en nou is de wetenschap heel erg blij”. Archeologen gebruiken dit format graag om mensen ervan te overtuigen vondsten te melden. Dat die vondsten zelden werkelijk belangrijk zijn, wordt er nooit bij gezegd, en ik voel me altijd ongemakkelijk als ik weer lees dat een kind, een wandelaar of een soldaat die een schuttersputje aan het graven was, een vondst deed en meldde. Wetenschappelijke persberichten zijn er om te informeren, niet om te nudgen.

Lees verder “De Dame van Elche”

Tweeënzeventig uur Spanje (1)

Monument voor Cervantes, Madrid

Een tijdje geleden blogde ik over Segovia en daarna over de laatantieke en Arabische geschiedenis van Iberië. Dat had een reden: ik had een uitnodiging gekregen om naar Spanje te komen voor het Hay Festival in Segovia, waarover u hier meer kunt lezen. Het was afgelopen weekend. Ter voorbereiding had ik ook Giles Tremletts boek Ghosts of Spain willen lezen, maar het was daar niet van gekomen. Dat zou me nog spijten.

Een snoepreisje werd het niet. Ik zou in Segovia worden geïnterviewd over soft persuasion, wat je zou kunnen uitleggen als “desinformatie bestrijden vóór die zich voordoet”. Je kunt het ook een proactieve benadering noemen of prebunking. Of normale uitleg, waardoor mensen niet meteen slechte informatie vinden maar goede. Als het economische argument de doorslag moet geven: desinformatie mag dan een verdienmodel zijn, je kunt óók geld verdienen met informatie. Dan moet je alleen zorgen dat degene die goede informatie verspreidt, kan tonen waarom zijn inzichten beter zijn. Open access is dus een voorwaarde. De echte mafkezen overtuig je weliswaar nooit, maar door vroegtijdig correct te informeren, kun je wel verhinderen dat andere mensen in hun richting wegglijden. Over deze materie zou Jan-Willem Bok van de IE Universiteitnoot De afkorting staat voor Instituto de Empresa, zeg maar business school, maar dat is met de oprichting van andere faculteiten eigenlijk misleidend. me interviewen.

Lees verder “Tweeënzeventig uur Spanje (1)”