IIII Flavia Felix

De samenvloeiing van Donau en Sava, gezien vanaf de basis van IIII Flavia Felix (Belgrado)

Zoals ik vertelde in het vorige blogje, was IIII Macedonica uit Mainz in ongenade gevallen doordat het Rijnleger tijdens de Bataafse Opstand (69-70 na Chr.) opzichtig had gefaald. Keizer Vespasianus herformeerde het echter onder de naam IIII Flavia en stationeerde het in Burnum, het huidige Kistanje in Kroatië.

Hoewel veel soldaten vanuit het oude legioen naar het nieuwe zullen zijn overgeplaatst, waren er ook rekruten uit Noord-Italië en wellicht Zuid-Gallië. Gnaeus Julius Agricola (de toekomstige schoonvader van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus) hield toezicht op de feitelijke formering van het legioen. Omdat het insigne van de vernieuwde eenheid bestond uit het sterrenbeeld Leeuw, is het mogelijk dat het eind juli of begin augustus 70 officieel werd opgericht.

Lees verder “IIII Flavia Felix”

Keizer Augustus (1)

De familie van keizer Augustus (bovenaan) en Romeins oorlogsgeweld (onderaan): de Gemma Augustea (Kunsthistorische Museum, Wenen)

De Blois en Van der Spek vertellen in hun handboek Een kennismaking met de oude wereld het standaardverhaal over keizer Augustus. Die heette, zoals we vorige week zagen, oorspronkelijk Gaius Octavius, was door Julius Caesar geadopteerd en noemde zich sindsdien eveneens Gaius Julius Caesar. Om ze te onderscheiden, noemen oudheidkundigen de jongste van het tweetal meestal Octavianus, een naam die hij vanzelfsprekend nooit heeft gedragen. De magische naam “Julius Caesar” was de sleutel tot zijn succes.

Plus de meedogenloosheid waarmee hij diverse burgeroorlogen ontketende.

Koning, of zoiets

Na afloop van de laatste burgeroorlog, waarin hij zijn rivaal Marcus Antonius en diens geliefde Kleopatra VII versloeg, stond Octavianus voor het probleem waar ook Caesar mee had geworsteld: hoe de monarchie te verkopen aan de republikeinse Romeinen?

Lees verder “Keizer Augustus (1)”

Domitianus (35): Dominus et deus

Genius (Capitolijnse Musea, Rome)

Aan het einde van zijn leven had Alexander de Grote verklaard dat hij een god op aarde was. Sindsdien was verering vrij standaard bij de koningen van het Ptolemaïsche Egypte, waar men niet alleen op Alexander maar ook op een faraonische traditie teruggreep. Ook in het Seleukidische Rijk bestond een heersercultus. In het Romeinse Rijk lag het moeilijker. Men vereerde echter overleden, vergoddelijkte keizers en ook de genius (levenskracht, persoonlijke beschermgod) van de regerende vorst. Dat gebeurde op ’s keizers verjaardag en op de dag van zijn troonsbestijging.

Het beeld hierboven toont zo’n genius. Het komt uit de Capitolijnse Musea in Rome maar is nu op de expositie over keizer Domitianus in het RMO in Leiden. Domitianus had zich al eerder betoond als een nieuwe Meleager en liet, zoals gebruikelijk, zijn genius vereren.

Dominus et deus

Allemaal niets bijzonders, maar hij ging een stap verder. Bij zijn zelfpresentatie speelde niet een rol dat hij een zoon was van de vergoddelijkte Vespasianus (filius divi Vespasiani), hij wilde zelf worden aangesproken als god (deus). Volgens de Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio gaven slaafse onderdanen zoveel eerbewijzen aan Domitianus, dat de hele wereld, althans voor zover door de Romeinen beheerst, leek te zijn gevuld met portretbustes en standbeelden van goud en zilver. Domitianus

Lees verder “Domitianus (35): Dominus et deus”

Domitianus (26): Farao

Domitianus als farao

Volgens een bekende etymologie is het Latijnse woord provincia afgeleid van “pro vincere”: een gebied dat is aangewezen om overwinningen te boeken. Als die etymologie correct is, is dat nogal cynisch. Het wingewest was immers al overwonnen en ingelijfd. De Romeinen gaven dan vooral aan dat ze voornemens waren door te gaan met plunderen en uitbuiten. Raubkapitalismus. Gelukkig klopt de etymologie niet. De bewoners van een onderworpen gebied hadden echter zeker aanvankelijk weinig vrolijks om naar vooruit te zien. Dat keizer Augustus beter bestuur bracht, zoals je weleens leest, is grotendeels propaganda.

Corruptie

Wat wél gebeurde is dat tijdens de Tweede Burgeroorlog bleek dat die partij zou winnen die de meeste soldaten in het veld kon brengen. Dat was de partij die het gulst was met de verstrekking van Romeins burgerrecht. Ik blogde al eens over de Lex Roscia. Zo verspreidde het burgerrecht zich over de hele Mediterrane wereld, inclusief verbeterde mogelijkheden om corruptie aan de kaak te stellen. De oudste rechtbank voor deze zaken was er al in het midden van de tweede eeuw v.Chr., maar eigenlijk werd het pas wat toen er senatoriële families kwamen uit de buitengebieden.

Lees verder “Domitianus (26): Farao”