Stel je voor: het begint overdag ineens donker te worden. De natuur valt stil. Pas na enige tijd wordt het weer licht. Zonsverduisteringen zijn indrukwekkend, zeker voor mensen die niet weten dat het slechts een onschuldige maan is die voor een al even onschuldige zon langs trekt. Zoals de mensen in de Oudheid dus. Op 28 mei 585 v.Chr. gooiden doodsbange soldaten het bijltje erbij neer.
De Meden waren een Iraans volk, berucht om strooptochten in naburige gebieden. In feite vormden die strooptochten een fase van de Indo-Europese migraties: vanuit Centraal-Eurazië naar Iran en daarvandaan naar het westen.
[Tweede deel van een achttiendelige reeks over de slag bij Issos (6 november 333 v.Chr.), waarin de Macedonische koning Alexander de Grote de Perzische heerser Darius III versloeg en de ondergang van het Achaimenidische Rijk inluidde. Het eerste deel was hier.]
De Koninklijke Weg was de eeuwenoude route van het westen van het huidige Turkije naar Babylonië. De Perzen hadden de weg verbeterd en serails gesticht. Uit Persepolis hebben we de vouchers over waarmee voorname reizigers hun voedselrantsoenen konden vragen. Het was over deze weg dat het Macedonische leger oprukte.
Het eerste doel was de rivier de Halys, de grens tussen het westen en oosten van Anatolië. Het was juli en zinderend heet, maar de oogst was al binnengehaald en de foerageurs konden graan bemachtigen in de dorpen langs de weg, waar de inwoners moeilijke tijden tegemoet gingen. Alles verliep voorspoedig. In het huidige Ankara aanvaardde Alexander de onderwerping van de Paflagoniërs, de bewoners van het gebied langs de Zwarte Zee. Hoewel te bezien stond of ze zich oprecht hadden onderworpen, hoefden de Macedoniërs voorlopig niet te vrezen voor een flankaanval op hun aanvoerlijnen. De weg was veilig en ze konden doormarcheren naar Cappadocië, het land voorbij de Halys.
Er is veel te zeggen voor de stelling dat Herodotos van Halikarnassos geen historicus is in onze zin van het woord, maar er is een belangrijk punt van overeenkomst: Herodotos had in de smiezen dat geschiedenis niet “one damn’ thing after another” is, geen kroniek (zoals), maar dat het draait om verklaringen. Historici – ik bedoel eigentijdse – onderscheiden diverse soorten verklaringen, waaronder de oorzakelijke waarin Herodotos in is geïnteresseerd. Daarin was hij een kind van zijn tijd. Vóór Herodotos zochten de Ionische Natuurfilosofen al naar aitia en na Herodotos systematiseerde Aristoteles wat er zoal over oorzaken te weten viel.
Drie soorten oorzaak
Omdat Herodotos leefde op het moment dat het begrip nog niet was uitgekristalliseerd, valt te verwachten dat hij niet zo systematisch is. Dat zien we mooi in de ouverture van de Historiën, het verhaal van Kroisos, koning van Lydië in West-Turkije, waarin Herodotos alle thema’s van zijn werk aangeeft. Om te beginnen is er in dit verhaal een vorm van causaliteit die we kunnen aanduiden als “actie – reactie”. De Perzische koning Cyrus had een zwager van Kroisos van de troon gestoten, dus moest Kroisos reageren. Kroisos’ leger steekt daarop de grensrivier Halys over, wordt verslagen, en nu is het Cyrus die reageert door over de Halys te komen en Kroisos aan te vallen. Actie en reactie.
De Koninkklijke Weg liep van Sparda (Sardes) naar Parsa (Persepolis)
Een van de aardigste inkijkjes in het Perzische Rijk in het aan inkijkjes in het Perzische Rijk bepaald niet arme geschiedwerk van Herodotos is zijn beschrijving van wat hij aanduidt als de Koninklijke Weg: de route van Sardes in het westen van het huidige Turkije naar het kerngebied van het Perzische Rijk.
De Koninklijke Weg
Hier is het begin, in de vertaling van Hein van Dolen:
Langs de hele route zijn koninklijke pleisterplaatsen met voortreffelijke herbergen te vinden. Er is geen gevaar te duchten, want de hele weg gaat door bewoond gebied. Op het stuk dwars door Lydië en Frygië liggen twintig van zulke pleisterplaatsen over een afstand van 520 kilometer. Aan de andere grens van Frygië stroomt de rivier de Halys. Daar staan poorten die je in ieder geval moet passeren om de rivier te kunnen oversteken en daar bevindt zich een belangrijke wachtpost. Na de overtocht naar Cappadocië gaat de reis verder tot de grenzen van Cilicië, een afstand van 572 kilometer, met 28 pleisterplaatsen. Aan deze grenzen staan twee poorten, beide zijn bewaakt. Die moet je voorbij om de weg door Cilicië te vervolgen, een afstand van drie dagreizen of 85 kilometer. (Historiën 5.52)
Het tracé is hier en daar opgegraven. In de Frygische stad Gordion was de straat bijvoorbeeld zes meter breed, maar dat zal niet overal het geval zijn geweest.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.