De lente maakt vandaag, eenentwintig juni, plaats voor de zomer. En gegeven de opwarming van deze planeet zal het vroeg of laat wel opnieuw onverdraaglijk heet worden. Voor iedereen die dat niet aankan: drink eens een liégeois.
Dat is een Belgisch drankje, vernoemd naar het wapen van Luik, waarin de kleuren rood en goud nogal prominent aanwezig zijn. Die deelt de Waalse stad met de graven van Loon en waarom dat zo is, ga ik vandaag niet voor u uitzoeken.
Een boek waaraan je zelf hebt meegewerkt, dat kun je natuurlijk niet recenseren. Als je iets positiefs zegt, sta je onder verdenking een bevriende schrijver een handje te willen helpen; als je iets negatiefs zegt, heb je de auteur een rotstreek geleverd door niet tijdig te waarschuwen. Dat weerhoudt me er niet van uw aandacht te vragen voor een net verschenen boek van Robert Nouwen, die alles weet over het Romeinse erfgoed in Haspengouw, dus zeg maar de omgeving van Tongeren. Zijn nieuwste boek heet De Romeinse heerbaan. De oudste weg door de Lage Landen.
Via Vipsania
Die oudste weg is die van de Romeinse havensteden aan het Kanaal via Kassel, Velzeke, Asse, Tienen, Tongeren, Maastricht, Heerlen en Jülich naar Keulen. Je moet je een Romeinse weg niet voorstellen als alleen maar een al dan niet geplaveide straat. Het is een brede corridor door het landschap, met aan weerszijden de uitgestrekte landgoederen van grootgrondbezitters. Daar tussenin waren kleine en middelgrote boerderijen, dorpjes, stations om paarden te wisselen, herbergen en wat dies meer zij. En ook: compleet nieuwe steden op plaatsen waar voordien weinig mensen woonden. Het was dus niet alleen een weg, maar een complete streep romanisering dwars door iets dat aanvankelijk valt te typeren als een IJzertijdlandschap.
Een aarden wal bij Kanne-Caestert, misschien waar Ambiorix zegevierde.
Cassius Dio was een voorname senator uit de vroege derde eeuw na Chr., afkomstig uit een van de oostelijke provincies. Hij was geïnteresseerd in geschiedenis en schreef een overzicht van de groei en het (zijns inziens) verval van het Romeinse Rijk. Daarbij behandelde hij ook Julius Caesars verovering van de Lage Landen.
De legioenen hadden Gallië al onder de voet gelopen en waren al overgestoken naar Britannia toen Caesar in de winter van 54/53 v.Chr. te maken kreeg met een inheemse opstand, aangevoerd door Ambiorix, de vorst van de Eburonen, een stam in de Maasvallei. Diens eerste aanvalsdoel was het pas geformeerde Veertiende Legioen. Het was gestationeerd in Atuatuca, de naam die later gegeven zou worden aan Tongeren. Daar zijn geen Romeinse resten uit die tijd; een alternatief, geopperd door Heli Roosens, is dat het legioen zich bevond bij Kanne-Caestert, op het Belgische gedeelte van de Sint-Pietersberg, maar dan is het weer wat vreemd hoe de naam zeventien kilometer (een dagreis) kan zijn verplaatst. E.J. Trips opperde de heuvel Berg, even ten oosten van Tongeren. Enfin, we bevinden ons ergens in de Haspengouw.
Evangeliarium van Notger van Luik (Grand Curtius Museum, Luik)
“Luik, je hebt Christus te bedanken voor Notger,” schrijft Notgers anonieme biograaf, “en je hebt Notger te bedanken voor al het overige.” Daarmee zei de auteur van de Vita Notgeri geen woord teveel. Keizer Otto I had de monnik uit Sankt Gallen in 971 benoemd tot bisschop van Luik en hoewel deze zijn keizer en daarna diens opvolger Otto II, vervolgens regentes Theophanu en tot slot de jonge Otto III altijd loyaal heeft gediend, was hij niet blind voor de belangen van zijn bisdom. In de jaren na de dood van Otto II steunde hij Theophanu door dik en dun, maar wat hij voor haar veroverde, voegde hij vaak toe aan zijn eigen gebieden, zoals Hoei en een deel van de Haspengouw. Hiermee werd hij de grondlegger van wat later het prinsbisdom Luik zou zijn. In zijn hoofdstad bouwde hij diverse kerken, een paleis en een omwalling.
De man was creatief. Een mooi verhaal – ik sta niet in voor de betrouwbaarheid – is dat over de belegering van het bergfort Chèvremont (bij Chaudfontaine), waar hij zijn tegenstanders een gevechtspauze toestond in verband met een bevalling. De volgende dag vroegen die tegenstanders hem of hij dan de doop wilde komen verzorgen, want ze erkenden weliswaar zijn wereldlijke gezag niet, maar hij was wel de hoogste aanwezige geestelijke. Notker stemde in en toog naar de burcht met een grote groep monniken, die bij nader inzien soldaten bleken te zijn, waarmee hij het garnizoen al snel had overmeesterd.
Het standbeeld van Ambiorix in Tongeren. Ik zeg dit er voor de zekerheid even bij: dit is dus een negentiende-eeuwse reconstructie en de Belgische held zal er in het echt heel anders hebben uitgezien.
In 57 v.Chr. veroverde Julius Caesar het gebied van de Boven- en Midden-Maas. In zijn beroemde boek De Gallische Oorlog noemt de Romeinse generaal de Eburonen voor het eerst in 2.4, waar hij ze vermeldt als een van vier volken die met de vijanden van de Romeinen, de Belgen, mee streden. Volgens Caesar was het viertal “Germaans”, wat waarschijnlijk niet meer wil zeggen dan dat zijn Keltischsprekende tolken hen niet konden verstaan. Ze kunnen inderdaad Germanen zijn geweest, maar de weinige Eburoonse namen die we kennen, lijken alle een Keltische etymologie te hebben.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.