Karel ende Elegast (2)

Karel en enkele paladijnen (Alte Nationalgalerie, Berlijn)

Ik blogde gisteren over Karel ende Elegast, een middeleeuwse ridderroman over Karel de Grote die op dievenpad gaat, midden in de nacht zijn verbannen vazal Elegast ontmoet, na een duel besluit met hem in te breken in het kasteel van ’s konings zwager Eggerik en zo ontdekt dat deze een staatsgreep beraamt. Afgaande op de tekst heeft Elegast tot de ontknoping niet in de gaten met wie hij van doen heeft, maar ik wees er in mijn stukje op dat een voorlezer de tekst – ik dacht concreet aan regels 824-826 – zó voordragen kan dat de toehoorder een ander vermoeden krijgt. Een kwestie van intonatie, strategisch pauzeren en eventueel een gekke bek.

Dat was een losse flodder van me, maar misschien valt er iets meer over te zeggen. Om te beginnen: Elegast heeft al opgemerkt dat Karel een mooiere wapenrusting draagt dan hij in zeven jaar heeft gezien:

Zi verlichten alse den dag
van stenen ende goude.

Lees verder “Karel ende Elegast (2)”

Karel ende Elegast (1)

Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.
Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren in de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.

Ik vertelde al eens dat een oude vriend ongeneeslijk ziek is. Hij leest graag en bezit een bibliotheek om jaloers op te zijn. Dat leidt tot soms wat wrange cadeaus: al ik aanstalten maak weg te gaan, drukt hij me vaak nog een boek in handen. “Ik heb het niet meer nodig.” Inmiddels bezit ik ongeveer een meter boeken meer dan ik boekenplanken heb. Mijn laatste aanwinst droeg daar gelukkig slechts een paar millimeter aan bij: Karel ende Elegast.

En ineens was ik weer in 4 vwo, al herinner ik me niet of we de geestige ridderroman destijds klassikaal hebben gelezen of dat ik ervan heb kunnen genieten voor mijn literatuurlijst. Het is in elk geval een ontzettend geestige tekst, die de vraag bij me deed opkomen wat er vorige maand in Christiaan Weijts is gevaren dat hem deze ridderroman deed typeren als verstoft monument. Hij betoogde dat er op de middelbare school andere teksten moesten worden gelezen, opdat kinderen het lezen leuker zouden vinden. Me dunkt dat ze dan juist de Karel ende Elegast moeten lezen: een verhaal dat zowel spannend als grappig is, en bovendien helpt het heilige eigen gelijk van onze eigen tijd wat te relativeren.

Lees verder “Karel ende Elegast (1)”

De invloed van het Roelandslied

Een gem met een kruisridder (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Het Roelandslied is een giftige tekst. Het typeert een werelds conflict als onderdeel van de grote kosmische strijd tussen goed en kwaad, waardoor er voor medemenselijkheid geen plaats meer is. Omdat moslims zijn gedemoniseerd, is kwaad doen aan een moslim iets goeds – en dan wordt zelfs wreedheid aanbevelenswaard. Het Nederlandse Roelandslied gaat hierin verder dan het Franse: in Thuroldus’ versie krijgt de verrader tenminste nog een rechtszaak voordat hij wordt gevierendeeld, in de Middelnederlandse wordt Guelloen afgevoerd om hem te coken (te verbranden).

Ik heb al verteld dat David Levering Lewis, de auteur van het boeiende boek God’s Crucible (2008), het Roelandslied omschreef als “a superordinate factor in the European sense of self and of otherness”. De tekst zou “one of the great constitutive myths of Christendom” zijn en een “foundational document”. Dat zijn deftige formuleringen die erop neerkomen dat Europeanen, te beginnen tijdens de Kruistochten, door deze tekst zijn beïnvloed. Toen ze moslims tegenkwamen, is het idee, werden die meteen beschouwd als “Untermenschen”. De compromisloosheid van de Kruisvaarders was dus gevormd door lectuur van het Roelandslied en soortgelijke teksten.

Lees verder “De invloed van het Roelandslied”

Het Roelandslied

Karel en enkele paladijnen (Alte Nationalgalerie, Berlijn)

Zoals ik al eerder beschreef, was het Roelandslied in de tijd van de Kruistochten een tophit. Het werd gezongen in allerlei talen, waaronder het Nederlands.

Van die versie zijn nog ruim duizend regels over, geschreven in de twaalfde eeuw. Het is voldoende om vast te stellen dat het uitgespannen einde van Turoldus’ Franse versie ontbrak en dat het verhaal wat nuchterder wordt verteld, maar verder zijn er vooral overeenkomsten. Net als de Franse versie is de Middelnederlandse een door-en-door religieuze tekst, waarin het christendom staan tegenover de islam. Sterker nog, het heeft trekken van een heiligenleven. Ik weet althans niet wie er anders dan een heilige, bij zijn dood, wordt afgehaald door een engel:

God selve sinen inghel sende,
Daer die grave Roelant ende.

Lees verder “Het Roelandslied”

Het Franse Roelandslied

Ivoren hoorn (Musée de Cluny, Parijs)
Ivoren hoorn (Musée de Cluny, Parijs)

Ik heb gisteren en eergisteren geblogd over de mislukte Spaanse campagne van Karel de Grote en over de nederlaag die zijn achterhoede, beladen met de buit van Pamplona, leed in de pas van Roncevalles. Al heel vroeg moet iemand over die gebeurtenis hebben verteld dat Roeland heel dapper had gevochten en daardoor onsterfelijke roem had behaald. Als ik schrijf “al heel vroeg” bedoel ik “binnen enkele jaren”.

Zeven jaar later, in 785, waren de Franken namelijk begonnen aan een tweede oorlog in noordelijk Spanje. Dat had geleid tot de inname van Girona en hoewel het Umayyadische Emiraat van Córdoba terugvocht door bijvoorbeeld in 793 de Languedoc binnen te vallen, breidde de Frankische invloedssfeer in Spanje zich gestaag uit. In 795 werd het gebied formeel geannexeerd (de “Spaanse Mark”), waarna in 799 Pamplona en in 801 Barcelona vielen. In deze jaren moet het verhaal van Roelands ondergang, dat de Franken eerder zal hebben afgeschrikt dan bemoedigd, een nieuwe draai hebben gekregen: zeker, hij had een nederlaag geleden, maar de wijze waarop hij zich in die moeilijke situatie had gedragen, bewees wat een echte held was. (Een boek over de slag om Arnhem dat ik onlangs besprak illustreert dat dit nog altijd een manier is om te verbloemen dat soldaten hun taak niet konden uitvoeren.)

Lees verder “Het Franse Roelandslied”

Roncevalles 778

Roncevalles

Ik blogde gisteren over de vergeefse veldtocht waarmee Karel de Grote in 778 probeerde zijn invloed in Spanje te vergroten. Geen vijandelijke stad viel in zijn handen, de enige stad die werd geplunderd was zijn bondgenoot Pamplona. Wat er daarna gebeurde, lezen we bij Einhard, wiens woorden ik hieronder zal weergeven in de vertaling van Patrick De Rynck.

Niet dat Einhard de betrouwbaarste bron is, overigens. Lees maar hoe hij schrijft over de mislukte Spaanse campagne:

Karel trok de Pyreneeën over, aanvaardde de overgave van alle steden en burchten die hij aandeed en keerde met een behouden en ongedeerd leger terug.

Lees verder “Roncevalles 778”

Karel de Grote in Spanje

Beeldje van Karel de Grote uit Metz, nu in het Louvre. Het kan ook Karel de Kale voorstellen.

Het huis van mijn ouders staat vol boeken, maar mijn ouders weten dat ze die niet allemaal meer zullen (her)lezen. Daardoor gebeurt het regelmatig dat ik wat boeken meekrijg: ik heb immers de gelegenheid nog wel de boeken te benutten waarvoor ze zijn bedoeld. Dus las ik onlangs de Middelnederlandse versie van het Roelandslied.

De historische achtergrond: in 750 was een einde gekomen aan het kalifaat van Damascus, de daar heersende Umayyadenfamilie was uitgemoord maar er was één overlevende, die in Spanje een Umayyadisch emiraat voor zichzelf begon en lokale potentaten bedreigde, zodat emir Suleyman ibn al-Arabi van Barcelona naar Paderborn trok om zich te plaatsen onder bescherming van Karel de Grote. Die brak zijn campagnes tegen de Saksen af en stak in 778 de Pyreneeën over met – zo vertelt Karels biograaf Einhard – “een zo groot mogelijke troepenmacht”.

Lees verder “Karel de Grote in Spanje”

De archeologische malaise

Karel en enkele paladijnen (Alte Nationalgalerie, Berlijn)

Eigenlijk is de publiciteitsgeilheid van de letterdames en -heren hemeltergend. Ik wil er niet elke keer weer over beginnen, maar het volgende geval kan ik u niet onthouden: Karel de Grote was echt lang. Dat blijkt namelijk uit de analyse van een van zijn botten.

Ja oele. “Hij was breedgebouwd en fors, lang van postuur,” schrijft Karels biograaf Einhard, die eraan toevoegt dat de vorst ondanks deze lengte goedgeproportioneerd was. “Men weet dat zijn lengte zeven keer de maat van zijn voeten bedroeg.” Misschien zijn ’s keizers kleermakers de bron van deze laatste informatie.

Lees verder “De archeologische malaise”

Een olifant in Aken

Een olifant van speculaas
Een olifant van speculaas

Het lieve olifantje dat u hierboven ziet, is gemaakt van speculaas. Ik zag de lekkernij hangen in de etalage van een banketbakker in Aken. En er zit een verhaal aan vast.

In 802 bezocht een zekere Isaak het hof van Karel de Grote in Aken. De zogenaamde Annalen van de Frankische koningen vermelden

dat Isaak een olifant en andere geschenken bij zich had, die waren gezonden door de koning van de Perzen, en dat Isaak in Aken alles aan de keizer overhandigde; de naam van de olifant was Abul Abaz.

Lees verder “Een olifant in Aken”

Karel de Grote

charlemagne
Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.

Het is natuurlijk best leuk de machtigste man in West-Europa te zijn, maar je wil natuurlijk ook iets nalaten, zodat mensen zich jou herinneren. Karel de Grote koos voor een onderwijshervorming. Die staat bekend als de Karolingische Renaissance. Rond 795 dicteerde hij de circulaire die bekend is komen staan als De brief over het cultiveren der letteren. Wie de tekst wil nalezen, kan terecht in de reeks middeleeuwse bronnen die bekendstaat als Monumenta Germaniae Historica, en wel in het eerste deel met Capitularia Regum Francorum. Daarin is het nummer 29.

Het is tekst met twee stemmen. Enerzijds zien we hoe de klerken zich inspanden om het mooi te formuleren, anderzijds horen we de spreektaalwoorden van de grote koning, die de zorg voor het onderwijs legt bij de bisdommen en abdijen. Hier is een deel van de tekst:

Lees verder “Karel de Grote”