Romeins Halder

Hercules in actie (Romeins Museum, Halder)

Weinig musea zijn zo mooi gehuisvest als het piepkleine Romeinse museum in Halder: het ligt middenin een natuurgebied, als een bijgebouw van een landgoed dat in de zeventiende eeuw is aangelegd op een donk bij het Brabantse riviertje de Dommel. Aan de cour van het landhuis is een theehuis, waar het goed toeven is. Kortom: ideaal voor een fietstochtje.

Je denkt bij Romeins Nederland niet meteen aan het Brabantse platteland, hoewel er bij mijn weten al zeker veertig jaar systematisch onderzoek wordt gedaan, dat zich vooral richtte op grote landgoederen zoals Hoogeloon. Een bestaande boerderij is daar in de eerste twee eeuwen na Chr. uitgegroeid tot een buitenverblijf dat in Italië niet zou hebben misstaan. Er was zelfs een badhuis. Elders in Noord-Brabant zijn landelijke nederzettingen gedocumenteerd die meer het karakter hebben behouden van een IJzertijdnederzetting. Ook daar was de Romeinse nabijheid echter voelbaar.

Lees verder “Romeins Halder”

Nog één keer: de wijzen uit het oosten

4QTestimonia, met teksten over de messias (Jordan Museum, Amman)

Ik heb al redelijk wat keren geblogd over Matteüs’ verhaal van de wijzen uit het oosten die naar Betlehem kwamen. Ik doe het vandaag nog één keer en dan houd ik ermee op, althans voor 2025.

Magiërs

Het door Matteüs voor de wijzen gebruikte Griekse woord is magos, en ik vertelde dertien jaar geleden al eens dat dat verwees naar religieuze specialisten uit Perzië. Probleem één: dat zijn geen sterrenwichelaars, hoewel we daar bij Matteüs wel mee te maken hebben. In het Grieks heten sterrenwichelaars soms mathematikoi, vaak chaldaioi en zo nu en dan astrologoi. Geen magoi. Speculaties dat de Perzische magoi aan sterrenwichelarij waren gaan doen toen de Perzen Babylonië hadden onderworpen, zoals geopperd door Mary Boyce, zijn vooral bedacht om dit probleem op te lossen.

Toch is de woordkeuze van Matteüs niet onlogisch. Magoi waren namelijk wel aanwezig als een machthebber ergens arriveerde. Ze zeiden dan gebeden, vaak staand bij een vuuraltaar waarop ze geurstoffen verbrandden. Aangezien Matteüs Jezus presenteert als koning, is hun aanwezigheid in zijn evangelie logisch. Maar hij presenteert ze dus niet in de eerste plaats als sterrenkundigen.

Lees verder “Nog één keer: de wijzen uit het oosten”

Beeldvorming

Paul Damen (van de Joodse Omroep) had een leuke vraag. Het viel hem op dat in werkelijk álle Jezusfilms, waarvan we er met deze kerst vast weer een paar te zien zullen krijgen, Joden altijd licht gebogen door hun deur gaan. Denken ze in Hollywood nou echt dat ze destijds geen grotere deuren konden maken? Bovenstaand plaatje uit een film van Franco Zeffirelli illustreert het punt. En Damen vroeg of ik wist hoe het zat.

Het antwoord is, denk ik, dat de makers ongewild een anti-joods vooroordeel reproduceren. Het beeld dat ze hebben van het verleden, is voor een belangrijk deel bepaald door eerdere films en als het gaat om de Oudheid, gaat zo’n beeld uiteindelijk terug tot de negentiende eeuw. Toen is voor het eerst systematisch nagedacht over de vraag hoe de oude wereld eruit heeft gezien en met de toen geschapen beeldentaal leven we nog steeds. Destijds gold Jezus in brede (lees: overwegend christelijke) kringen als de man die brak met de beklemmende Wet van Mozes, waarin joden punten moesten scoren voor het hiernamaals. Jezus had een God van liefde en genade aan de mensheid getoond. Een westerse, humane geest in een wereld van oriëntaalse bedomptheid dus.

Lees verder “Beeldvorming”