Positieve en negatieve heuristiek

De Griekse tempel van Jandial bij Taxila

Ergens eind jaren tachtig verdiepte ik me als student bij een werkcollege in de persoon van Apollonios van Tyana, een Pythagorese wijze van wie de oude Romeinen meenden dat hij een reis had gemaakt naar de stad Taxila in de Punjab. Ik maakte toen ook kennis met de Indische tekst die bekendstaat als de Agamasatra van Gaudapada, waarin Apollonios en zijn leerling Damis worden genoemd. Deze aanwijzing dat Apollonios’ oostelijke reis een historisch feit was, was opgedolven door een fantasierijke onderzoeker die Graham Anderson heette maar een wat nuchterder onderzoeker, Simon Swain, opperde dat het een vervalsing was en dat vormde destijds het einde van de zaak.

Als ik het hier in Tunesië – lees: zonder dat ik het desbetreffende artikel kan raadplegen – goed herinner, bestond zijn argumentatie uit twee constateringen, namelijk enerzijds dat reizen over zulke afstanden zeldzaam waren en dat het dus op voorhand onaannemelijk was dat Apollonios zo ver oostelijk was geweest, en anderzijds dat de tekst circuleerde in een Indische stroming die wel meer vervalsingen op zijn naam had staan. Welbeschouwd is dat laatste niet meer dan een insinuatie. Zoiets kan alleen overtuigend klinken als de lezers al een beeld hebben van hoe de vork in de steel zit: mensen reisden destijds niet zo ver, oude Indiërs schreven geen teksten over Grieks-Romeinse filosofen, en zo voort en zo verder.

Lees verder “Positieve en negatieve heuristiek”

Teksten en vondsten (2)

De wal van het heuvelfort in het Bois du Grand Bon Dieu.

[Dit is het tweede deel van een stukje over de wijze waarop archeologische vondsten kunnen worden gebruikt om teksten te toetsen. In het eerste deel noemde ik dat je eerst moet vaststellen wat de strekking van de tekst is, dat je daarna moet nadenken over de toegestane onderzoekswegen (heuristieken) zijn en dat je tot slot moet formuleren wat de toetsing daarvan zou kunnen zijn.]

Een voorbeeld: Polybios beschrijft dat, toen koning Antiochos III de Grote in 206 v.Chr. de stad Griekse Baktra in het noorden van Afghanistan belegerde, een van de verdedigers erop wees dat oorlog tussen de Grieken vooral de hordes barbaren, die de beschaving wilden overrompelen, in de kaart zou spelen. Dit is een van de weinige teksten over de ondergang van Grieks Baktrië en ze documenteert dus barbaarse dreiging. In alle geschiedenisboekjes staat dan ook dat deze buitenpost van de klassieke cultuur onder de voet is gelopen door Centraal-Aziatische nomadenstammen. Maar…

Lees verder “Teksten en vondsten (2)”

Teksten en vondsten (1)

Wat is een oudheidkundig bewijs? Eerste voorbeeld: het bestaan van koning Salomo. Die kennen we vooral uit het Deuteronomistisch Geschiedwerk en uit teksten die daarvan zijn afgeleid. Dat is weinig materiaal en daarom is de vraag gewettigd of hij wel een historisch personage is. Je kunt nu zeggen dat één bron geen bron is (testis unus testis nullus) en bevestiging eisen uit ander bewijsmateriaal. Je zoekt dan dus naar verificatie. Je kunt het ook omkeren en zeggen dat je het bestaan van Salomo aanvaardt tot je tegenbewijs hebt. Falsificatie. Voor beide standpunten valt iets te zeggen en het komt erop aan dat je je keuze moet kunnen verantwoorden.

Tweede voorbeeld: veel antieke teksten vermelden zaken die simpelweg niet waar kunnen zijn. Herodotos weet dat Xerxes ten strijde trok tegen de Grieken na een droomgezicht. Kallimachos meldt dat toen koningin Berenike wat haarlokken had geofferd, die als sterrenbeeld aan de hemel verschenen. Julius Caesar schrijft in de Gallische Oorlog dat er ten noorden van de Alpen eenhoorns voorkomen. Volgens de evangelist Johannes veranderde Jezus water in wijn. Cassius Dio meldt dat keizer Marcus Aurelius een Egyptenaar in dienst had die regen kon maken. Zulke dingen geloven wij niet – maar andere informatie uit dezelfde bronnen geloven we wel. Opnieuw: je moet in staat zijn te kunnen uitleggen waarom je het ene deel van een tekst wel en het andere deel van dezelfde tekst niet gelooft.

Lees verder “Teksten en vondsten (1)”

Factcheck: Romeinen in Japan?

Romeinse munten, gevonden in Japan (Uruma City Education Board)
Romeinse munten, gevonden in Japan (Uruma City Education Board)

Okinawa is een Japans eiland maar het is misschien wat misleidend het zo te noemen. Daarmee bedoel ik dat het eigenlijke Japan bestaat uit twee heel grote eilanden en twee reeksen kleine eilandjes, waarvan de een in noordoostelijke richting loopt naar Siberië en de ander in zuidwestelijke richting naar Taiwan. In die tweede reeks, de Ryukyu-eilanden, ligt Okinawa halverwege (landkaart).

Onlangs zijn daar Romeinse munten gevonden, daterend uit de vierde eeuw. Uiteraard gehypet als “Romeinen in Japan”, hoewel het dus eigenlijk meer “Romeinen richting Japan” zou moeten zijn. Of nog beter: “Romeinse handelsartikelen richting Japan”. Zouden de munten zijn aangeboden in de antiquiteitenhandel, ze zouden zijn genegeerd. Deze vondst kán immers eigenlijk niet zijn gedaan. De munten zijn echter opgegraven in wat “gecontroleerde omstandigheden” heet: in een professionele, wetenschappelijke opgraving. Hoe komen die munten daar?

Lees verder “Factcheck: Romeinen in Japan?”

Caesar in Kessel: terugblik (5)

Gem met portret van Caesar (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik schreef al wat stukjes over de discussies n.a.v. de claim dat Julius Caesar de Tencteri en de Usipetes had vernietigd in Kessel. Korte inhoud van het voorafgaande:

  • Er is nodeloos veel aandacht besteed aan het gebruik van de term “genocide”. Alleen bij een totaal historisme valt hiertegen bezwaar te maken.
  • Caesars onbetrouwbaarheid is zonder goede argumenten aangenomen.
  • Er is over de interpretatie van de vondsten bij Kessel gesproken alsof deze zou voortkomen uit de feiten, maar er is niets ontdekt. Het veranderende inzicht komt voort uit een gewijzigde negatieve heuristiek.
  • Dit valt niet op TV uit te leggen en het getuigt van een extreem gebrek aan professionaliteit dat het daar is aangekondigd.

Lees verder “Caesar in Kessel: terugblik (5)”

Caesar in Kessel: terugblik (4)

De Waal (bij Druten, dus een eindje stroomopwaarts)

Ik ben de laatste dagen erg bezig met het derde nummer van uw favoriete oudheidkundige tijdschrift, waardoor deze kleine blog, die ik toch vooral schrijf als een plezierig extraatje naast mijn eigenlijke werk, er wat bij inschoot. Vandaag herneem ik echter de terugblik op de claim van Nico Roymans dat Julius Caesar bij Kessel een groep Usipeten en Tencteri had afgeslacht. Zoals ik al opmerkte, is het jammer dat het nieuws zo amateuristisch naar buiten kwam (De Wereld Draait Door ging ermee aan de haal), waarna het aan hyperbolen niet meer heeft ontbroken. De Volkskrant noemde het vorige week zelfs “de grootste Nederlandse oudheidkundige ontdekking ooit”, wat zó onwaar is dat ik het zelfs niet ga uitleggen.

Je kunt ook zonder oudheidkundige standaardoverdrijving kijken naar de vondsten in Kessel en mij viel op dat de discussies die ik zo links en rechts heb beluisterd, drie terugkerende kenmerken hadden. De eerste: er wordt over gesproken alsof het een archeologisch vraagstuk is. De tweede: er wordt over gesproken alsof het een gesloten vraag is. De derde: er wordt over gesproken alsof alleen de feiten – de vondsten in Kessel dus – relevant zijn. Dat is allemaal niet onjuist maar er zijn wat bomen over op te zetten en ik denk dat we moeten beginnen met de simpele vraag wat de vraag nu eigenlijk is.

Lees verder “Caesar in Kessel: terugblik (4)”