Cornelis de Bruijn (9) Perzië

Sjah Soltan Hoseyn, tijdens wiens bewind Cornelis de Bruijn Isfahan bezocht

Dit is het negende van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Sjah Soltan Hoseyn

Perzië was niet meer wat het was geweest toen Cornelis de Bruijn op 21 juli 1703 aankwam in Derbent. Een eeuw lang was het een supermacht geweest en had het zijn grenzen uitgebreid tot voorbij de Kaukasus, tot aan het Aralmeer en tot in Afghanistan. De koningen waren aanhangers van de sji’itische islam, maar waren over het algemeen tolerant en hadden veel gedaan om de handel te bevorderen en de landbouw te ontwikkelen. Europese kooplieden waren een vertrouwd gezicht in de Perzische hoofdstad Isfahan.

In 1694 was echter Sjah Soltan Hoseyn aan de macht gekomen, een diep religieus man die ooit zijn paleis liet afbranden omdat het vuur evident de wil was van God. De Bruijn, die zich doorgaans onthoudt van al te harde kritiek, vermeldt dat de Perzen klaagden over de onpraktische houding van hun koning.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (9) Perzië”

De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)

De gotische bouwstijl is het meest zichtbare aspect van de Renaissance van de Twaalfde Eeuw. Dit gotische portaal naast een romaanse kerk is in Worms; het is ook de locatie van de ruzie tussen Brunhilde en Kriemhilde in het Nibelungenlied.

Was de elfde eeuw, zoals ik hierboven schreef, een overgangstijd? Tja. Alles is altijd een overgangstijd. Je kunt altijd wel iets aanwijzen dat verandert. En je kunt ook altijd continuïteiten aanwijzen. Wat zéker veranderde, was de implosie van het Kalifaat van Córdoba op het Iberische schiereiland. De instorting bood de Normandiërs de gelegenheid de Straat van Gibraltar te passeren, waarna de paus hun, zoals gezegd, zuidelijk Italië in leen gaf. Van daaruit veroverden ze Sicilië, dat tot dat moment bestuurd was geweest door een Arabische vorst. Ook de koningen van Castilië profiteerden van de crisis in het Kalifaat van Córdoba: ze rukten op naar het zuiden en veroverden in 1085 Toledo. Veertien jaar later braken de christelijke legers op nog een derde plaats de wereld van de islam binnen: de kruisvaarders veroverden Jeruzalem.

Vertalingen

Spanje, Sicilië en de “Landen van Overzee” waren de drie plaatsen waar informatie uit de Arabische cultuur eenvoudig kon overspringen naar de westerse wereld. Neem de vertaalscholen die vanaf 1125 bestonden op het Iberische schiereiland: Toledo, Barcelona en Zaragoza. In de laatste werden onder meer de Koran en de dialogen van Plato uit het Arabisch in het Latijn vertaald. De vertaalschool te Barcelona richtte zich vooral op de teksten van de Arabieren zelf. In Toledo vertaalde men de werken van Aristoteles uit het Arabisch. Ook elders waren vertaalinstituten.

Lees verder “De Renaissance van de Twaalfde Eeuw (2)”

Abbasiden en Turken

Modern beeld van Al-Khwarizmi in Khiva
Modern beeld van Al-Khwarizmi in Khiva

Zoals ik eerder aangaf, kan de geschiedenis van Centraal-Azië schematisch worden samengevat in “vier vegen”. De eerste daarvan is een noord-zuid-beweging: de migratie van de Indo-Europeanen waardoor de regio een eenheid werd. De tweede “veeg” is vanuit het zuidwesten naar het noordoosten en is de komst van de islam. Hiermee kwam de religieuze identiteit vast te liggen. De derde beweging was noordoost-zuidwest: de etnische grenzen werden getrokken toen de Mongolen kwamen. Tot slot was er een noordwest-zuidoost-veeg, toen de Russen het gebied in handen kregen en de staten werden gevormd. Ik heb in de eerdere stukjes (1, 2, 3, 4, 5) de eerste twee vegen geschetst en vandaag heb ik het over de islamitische tijd.

De islam was de dominante godsdienst in Iran, in Oezbekistan en in de oases in het zuiden van wat nu Turkmenistan heet. De Abbasidische kalief zond gouverneurs naar het gebied, die soms wat trouwer aan Bagdad waren, soms wat meer hun eigen koers voeren en uiteindelijk de heerser der gelovigen alleen nog in naam erkenden. Ondanks het afbrokkelende centrale gezag maakte het feit dat je overal terecht kon met Arabisch, de bloei van de wetenschappen en kunsten mogelijk.

Lees verder “Abbasiden en Turken”

Zahak, Azi Dahaka, Azazel

toos_mausoleum_firdowsi_sculpture_feryedun_sedighi_24
Zahak in het mausoleum van Ferdowsi

Dit wordt een curieus stukje over middeleeuwse poëzie, mythologie, de Bijbel, joden, Iraniërs, archeologie en het kerstverhaal, dus zet u schrap.

We beginnen met de Perzische poëzie, meer in het bijzonder met de Shahname van Ferdowsi, het nationale epos van Iran, geschreven rond het jaar 1000. In de eerste verhalen speelt een zekere Zahak een rol, die door een kwade genius wordt aangezet tot allerlei kwaad gedrag en verandert in een duivel in mensengedaante, herkenbaar aan twee mensenetende slangen die uit zijn schouders groeien. Uiteindelijk wordt hij verslagen door de held Fereydun, die hem opsluit in een grot onder de aarde, waar hij tot het einde der tijden zal wachten. Het is afgebeeld op het plaatje: een reliëf uit het mausoleum van Ferdowsi in de Iraanse stad Toos, vervaardigd door de beeldhouwer Abdolhossein Sadeghi.

Lees verder “Zahak, Azi Dahaka, Azazel”