Herakles (1)

Herakles (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik heb voor volgende week een stukje klaar waarin ik vertel dat we oude mythen beter niet kunnen navertellen, dus het is alleen maar logisch dat ik vandaag eens de verhalen navertel over Herakles. Eerst maar eens een woord over zijn jeugd.

Herakles – of Hercules, zoals de Romeinen hem noemden – gold als de zoon van een sterfelijke vrouw, Alkmene, en de oppergod Zeus. Zeus’ wettige echtgenote Hera haatte het buitenechtelijke kind en stuurde daarom twee slangen om het te wurgen. De baby wist de ondieren echter te doden. Herakles werd een sterke krijger, maar Hera sloeg hem met waanzin, en het was in een vlaag van waanzin dat hij zijn eigen kinderen doodsloeg.

Lees verder “Herakles (1)”

Een “warrior burial” uit Kreta

Een helm met everzwijnentanden (Archeologisch Museum van Heraklion)

Een Griekse warrior burial is, zoals de naam al suggereert, het graf van een man die is begraven als krijger. Deze luxueuze graven dateren uit de Vroege IJzertijd, laten we zeggen uit de eeuw tussen 1050 en 950 v.Chr. Warrior burials zijn niet alleen aangetroffen in het Griekse moederland (Tiryns, Lefkandi…), maar ook op Kreta (Knossos) en vooral op Cyprus (Oud-Pafos, Salamis, Kourion…). De krijgers – of degenen die als krijgers werden begraven, als we heel precies willen zijn – zijn doorgaans gecremeerd en bijgezet met wapens, driepoten en andere voorwerpen van brons en ijzer. Ik blogde al eens over een man uit Oud-Pafos die is begraven met zijn badkuip.

De graven op Kreta bevatten voorwerpen die zijn vervaardigd op Cyprus of nog verder naar het oosten. Ze doen een beetje denken aan de opmerkingen uit de Odyssee van Homeros, waarin nogal wat Griekse helden via het oostelijk Middellandse Zee-bekken terugkeren naar hun moederland. In het vierde boek van de Odyssee vertelt bijvoorbeeld Menelaos aan Odysseus’ zoon Telemachos dat hij Cyprus, Fenicië en Egypte heeft aangedaan.noot Homeros, Odyssee 4.83-85, 4.615-619.

Lees verder “Een “warrior burial” uit Kreta”

De Zeevolken: de problemen

Het door Zeevolken verwoeste paleis van Ugarit

In de stukken die ik tot nu toe wijdde aan de Zeevolken vatte ik samen hoe De Blois en Van der Spek in Een kennismaking met de oude wereld uitleggen wat er aan de hand was. Ze doen dat met alle voorzichtigheid die het onderwerp vereist, want veel is onduidelijk. Wat echter inmiddels wél zeker is, is dat er een klimaatverandering is geweest die het maatschappelijke aanpassingsvermogen te boven ging. Ik keek naar het bewijsmateriaal en wees erop dat dit viel te presenteren als een consistent verhaal: zo rond 1200 v.Chr. was er een klimaatomslag; volken uit het Griekse gebied raakten op drift; er was een noordwest-zuidoost-beweging van Zeevolken; steden werden geplunderd; het Hittitische Rijk ging ten onder; de vraag naar tin nam af; de interregionale handelsnetwerken stortten in; men schakelde over op ijzer. We zouden de migratie van de Frygiërs vanaf het zuidelijke Balkanschiereiland naar Anatolië nog kunnen toevoegen.

Complicaties

Het is mogelijk het bewijsmateriaal zo te presenteren, maar er zijn complicaties. De voorgaande alinea past mooi in een negentiende-eeuws frame dat beschavingen à la het West-Romeinse Rijk ten onder gingen door migraties. Dat was destijds een populaire analyse – om niet te zeggen: een koloniaal angstbeeld – maar het is voor de transitie van Oudheid naar Middeleeuwen achterhaald. Op drift geraakte stammen assimileerden en de veranderingen in het Mediterrane wereldrijk hadden vooral te maken met het feit dat het al van binnenuit verzwakt was. Iets dergelijks kan natuurlijk ook spelen bij de Zeevolken: die werden gevaarlijk doordat de oosterse grootmachten al verzwakt waren, waarbij de klimaatomslag die de Zeevolken het ruime sop deed kiezen, slechts één factor was. Moeten we niet zoeken naar andere factoren?

Lees verder “De Zeevolken: de problemen”

Myceense religie

Ring uit Tiryns (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)
Ring uit Tiryns (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Een gouden ring, gevonden in een graf uit de vijftiende eeuw v.Chr. in Tiryns in Griekenland. Nu in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene. Van rechts af komt een optocht van figuren met leeuwenhoofden, die de kruiken met zich meedragen waarmee plengoffers worden gebracht. Het voorwerp van hun eerbetoon is de vrouw die links op een troon zit. Ze heeft ook een stuk vaatwerk in de handen. Ze zal wel een godin zin.

Lastig zichtbaar is, helemaal links, achter de troon, een adelaar: het symbool van het oppergezag, in later eeuwen het symbool van de oppergod Zeus. Midden boven is de zonneschijf te zien en rechts daarnaast een maansikkel.

Lees verder “Myceense religie”