Hoezo monotheïsme? (3)

Henochs hemelvaart met het offer van Abel (Cappella Palatina, Palermo)

[Dit is het derde stukje in een reeks waarin ik uitzoek hoe monotheïstisch de joden in de Oudheid waren. Het eerste is hier.]

Hierboven beschreef ik dat de joden weliswaar zeiden maar één God te erkennen, maar dat er in de praktijk nogal wat andere hemelingen waren. De joden erkenden bovendien verzelfstandigde attributen van God. Daarover vandaag.

De geest van God wordt genoemd in oeroude teksten: deze garandeert dat een koning goed kan heersen en dat een profeet de waarheid spreekt, terwijl de geest van de waarheid volgens de (sektarische) Gemeenschapsregel vecht tegen de geest van het onrecht.

Lees verder “Hoezo monotheïsme? (3)”

Apollonios van Tyana (5)

Pythagoras (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het vijfde van twaalf stukjes over de antieke charismatische wijze Apollonios van Tyana, die ik presenteer ter gelegenheid van de verschijning van de door mijn vriendin Simone Mooij gemaakte vertaling van FilostratosLeven van Apollonios. Het eerste stukje is hier.]

Apollonios’ biograaf beweert dat hij verschillende werken van de wijze van Tyana heeft gelezen. Het is de moeite waard de publicatielijst te vergelijken met een tiende-eeuwse Byzantijnse encyclopedie, de zogeheten Souda (A 3420).

  1. Filostratos noemt om te beginnen een Hymne aan Mnemosyne, de godin van het geheugen (Leven van Apollonios 1.14).
  2. Filostratos en de Souda noemen allebei Apollonios’ testament (1.3, 7.35), dat zou zijn geschreven in het Ionische dialect van het Grieks.
  3. Alleen Filostratos kent een boek met Pythagorese leerstukken, dat zou zijn in te zien in de bibliotheek van de keizerlijke villa te Antium (8.20).
  4. Misschien is dit boek identiek aan het Leven van Pythagoras dat de Souda vermeldt.
  5. Beide bronnen kennen Apollonios’ Vier boeken over astrologie (3.41).
  6. Ook kennen beide bronnen een boek Over offers (3.41 en 4.19).

Lees verder “Apollonios van Tyana (5)”

Joods monotheïsme

Het leek ooit zo makkelijk: de Grieken en Romeinen waren polytheïsten en de Joden waren monotheïsten. Maar zo makkelijk is het niet. Aan de ene kant stond één god aan het hoofd van een godenvergadering, aan de andere kant stond één God aan het hoofd van de hemelse heerscharen van engelen en aartsengelen, machten en krachten, cherubijnen en serafijnen. Er zijn verschillen, zeker, maar de grens tussen polytheïsme en monotheïsme is niet makkelijk.

Of neem dit. Hoewel er in de Grieks-Romeinse wereld tempels waren voor talloze goden, won het idee terrein dat ze allemaal manifestaties waren van één hoofdgod. “Ik ben één van wezen,” zou de godin Isis hebben verklaard, “maar ik heb vele gestalten, en de wereld vereert mij op veel manieren en onder vele namen.” Omgekeerd konden de Joden behalve aan hun God eer betuigen aan bijvoorbeeld engelen of verzelfstandigde aspecten van het goddelijke, zoals de Kracht, de Geest of het Woord van God. Het verschil tussen polytheïsme en monotheïsme is niet makkelijk.

Lees verder “Joods monotheïsme”

De glorie van Rome

Romulus en Remus (Palazzo Massimo, Rome)

Wat ik wilde worden als ik groot was? Astronaut natuurlijk! Maar ik was dertien en oud genoeg om te begrijpen dat dát moeilijk zou worden. Tropenarts was de voor de hand liggende tweede keuze voor een puber die geregeld post kreeg uit Santiago de Chile, waar een oom hielp in een sloppenwijk. En als weetgierig Kijk-lezertje zag ik een carrière als deeltjesfysicus ook wel zitten. In elk geval zou ik exact kiezen, dat was zeker.

Mijn vader dacht daar anders over. ‘Doe gymnasium! Dat brengt je in contact met de wortels van onze beschaving. Je doet dan wel minder b-vakken, maar je wordt cultureel een rijker mens. Wat had ik dat graag zelf gedaan!’ En mijn vader wist hoe hij zijn zoon op andere gedachten moest brengen: in een antiquariaat kocht hij de Griekse en Romeinse sagen van Gustav Schwab, en binnen de kortste keren zat ik op het gym.

Lees verder “De glorie van Rome”