Synopsis

Iedereen die het Nieuwe Testament heeft gelezen, zal zijn opgevallen dat er nogal wat herhaling in zit. Als je het Matteüs-evangelie uit hebt, lijkt Marcus een uittreksel en Lukas herhaalt dat in wat elegantere zinnen. Pas met evangelie nummer vier, Johannes, merk je dat het allemaal ook anders verteld had kunnen worden. Het is niet zo gek dat een Augustinus aanvankelijk een lage dunk had van de evangeliën. De typering van Marcus als uittreksel van Matteüs schijnt overigens van hem afkomstig te zijn.

De drie eerste evangeliën worden weleens “synoptisch” genoemd omdat ze op het eerste gezicht hetzelfde vertellen. Bij nader inzien is dat niet waar, want Matteüs, Marcus en Lukas hebben drie totaal verschillende perspectieven. Dit nadere inzicht verwerf je door de drie teksten in detail te vergelijken en daarvoor bestaan boeken waarin de evangeliën niet na maar naast elkaar zijn geplaatst. Zo’n boek heet een synopsis. Zie boven voor een willekeurige pagina: drie teksten naast elkaar en onderaan de tekstvarianten.

Lees verder “Synopsis”

Nog één keer Q

De vier evangelisten

Zoals ik al eens aangaf, is een van de leuke kanten van het bloggen dat je reacties krijgt. Op deze blog heb ik het natuurlijk helemaal getroffen met een stel leuke correspondenten. “Olav” stelde laatst vier vragen en hoewel hij van een andere correspondent al een reactie kreeg, beantwoord ik ze ook.

Ik zou hopen dat andere personages in de religiegeschiedenis op evenveel serieuze belangstelling konden rekenen. De historische Siddharta, de historische Mohammed?

Lees verder “Nog één keer Q”

Q (3)

Mattheüs (gevelsteen, Lauriergracht 74, Amsterdam)

[Dit is mijn derde en laatste stukje over de Tweebronnenhypothese. Het eerste was hier.]

Zoals ik in mijn tweede stukje beschreef, zijn de evangeliën van Matteüs en Lukas gebaseerd op twee eerdere teksten: het Marcusevangelie en “Q”. Het is tijd eens in wat detail te kijken naar Q – en als u het héél gedetailleerd wil bekijken, kunt u hier naartoe.

Afgezien van twee korte verhalen over de wijze waarop de duivel Jezus op de proef stelt en over het geloof van een Romeinse officier, bestaat Q uit een korte proloog over Johannes de Doper en vervolgens een grote verzameling uitspraken van Jezus, die werden aangeduid als logia. Het geheel doet een beetje denken aan een spreekwoordencollectie en eindigt met voorspellingen van de Eindtijd, die Jezus’ volgelingen nog zullen meemaken. Dit laatste moet zijn opgeschreven vóór duidelijk werd dat deze profetie niet uit zou uitkomen en is dus vermoedelijk een heel oud deel van de tekst. Voor een vroege datering van Q pleit ook het vriendelijke beeld van de Romeinse officier, dat beter past in de vroege eerste eeuw dan in de late eerste eeuw, en een opmerking van de vroeg-Christelijke schrijver Papias dat Matteüs in de Aramese logia van Jezus heeft opgeschreven.

Lees verder “Q (3)”

Q (2)

q1[Dit is het tweede van drie stukjes over de Tweebronnenhypothese. Het eerste was hier.]

Dat de evangelisten meer waren geïnteresseerd in de boodschapper dan in zijn boodschap, meer in Jezus zelf dan in zijn leer, werd al in de late achttiende eeuw herkend. In de negentiende eeuw boekte het onderzoek vooruitgang door de ontdekking die bekendstaat als de tweebronnenhypothese. Het woord “hypothese” is overigens wat misleidend, want het is alleen een hypothese in de zin dat alle wetenschappelijke kennis tijdelijk is. De tweebronnenhypothese is zeker niet zonder kritiek maar behoort met de atoomtheorie en de evolutietheorie tot de grootste ontdekkingen van de negentiende eeuw.

Al in de Oudheid was geconstateerd dat de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lukas zoveel op elkaar leken dat de auteurs elkaars teksten moesten hebben gekopieerd, samengevat, uitgebreid of op een andere manier bewerkt. Het bleef echter onduidelijk hoe dit precies was gegaan, tot in de negentiende eeuw werd vastgesteld dat de auteurs van Matteüs en Lukas de tekst van het Marcusevangelie hadden overgenomen. Deze constatering staat bekend als “de prioriteit van Marcus” en is aangegeven in het eerste plaatje.

Lees verder “Q (2)”

Q (1)

De leeuw: het symbool van de evangelist Marcus én het wapen van Venetië. Gevelsteentje in Amsterdam (Stromarkt 7).

Het onderzoek naar de historische Jezus is zoals vrijwel al het historische onderzoek: je moet het doen aan de hand van bronnen die eeuwen geleden zijn geschreven en niet met het doel jouw vragen te beantwoorden. De historische Jezus was een Joodse Jezus en de Joodse Jezus was de halachische Jezus – dat wil zeggen dat hij zich, zoals alle religieuze autoriteiten in zijn tijd, bezighield met de juiste uitleg van de Wet om de juiste levenswijze te vinden. De evangelisten, die onze voornaamste bronnen schreven, zijn echter geïnteresseerd in heel andere vragen, zoals wie Jezus was: messias, koning der Joden, zoon van God, pre-existent Woord van God.

Omdat de evangeliën meer in de man dan in diens leer zijn geïnteresseerd, zijn ze te beschouwen als biografieën. Het grootste deel van het leven van de messias uit Nazaret blijft echter onbehandeld: in alle vier staat de laatste week van Jezus’ leven centraal en in alle vier wordt dat aangevuld met verhalen over wat er was gebeurd in de voorafgaande tijd. De evangeliën van Matteüs en Lukas kennen bovendien geboorteverhalen.

Lees verder “Q (1)”