Waarom de Oudheid zo leuk is

Drusus (Koninklijke musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

Het standaardverhaal over de Romeinse aanwezigheid in wat nu Duitsland heet, is ongeveer als volgt: de Romeinse generaal Drusus trok kort voor het begin van de jaartelling over de Rijn en verlegde de grens naar de Elbe, tot de Germanen in de Slag in het Teutoburgerwoud in 9 n.Chr. drie legioenen vernietigden en de Romeinen zich op de Rijn terugtrokken. Daar is toen de welbekende limes ontstaan.

Dit verhaal is heel problematisch. In de eerste plaats staat nergens in de bronnen dat de Romeinen het plan hadden de Elbe als grens te nemen. De vaak geboden moderne verklaring voor dit strijdplan, dat de Elbe-grens korter zou zijn, is pure fantasie. Ze is in elk geval in strijd met wat de Romeinen zelf dachten, want volgens hun topografische inzichten zou de Elbe-grens juist langer zijn geweest. Voor wat het waard is: ik voor mij denk dat ze niet verder hebben willen oprukken dan de Weser. Het stroomgebied van de Elbe is wel verkend, maar het feit dat nog nooit een fort of zelfs maar een marskamp is gevonden tussen de twee rivieren, suggereert dat men er nooit lang kan zijn gebleven.

Een tweede probleem is dat onderzoekers, doordat er stomtoevallig vier bronnen zijn over de Slag in het Teutoburgerwoud, zijn gaan denken dat het gevecht ook wel belangrijk zal zijn geweest (de “Everest Fallacy”: de aanname dat dat wat opvalt ook significant is). Inderdaad hielden na het jaar 9 drie legioenen administratief op te bestaan, maar er zijn aanwijzingen dat de Romeinen gewoon aanwezig zijn gebleven ten oosten van de Rijn. Ik heb een en ander hier behandeld. Het is goed mogelijk dat de Romeinen zich pas terugtrokken ten tijde van de legerhervormingen van keizer Claudius.

De archeologie helpt ons nu even niet verder. De afgelopen eeuw zijn alle vondsten uit het Overrijnse automatisch vóór 9 gedateerd, en het is pas betrekkelijk recent dat men zich realiseerde dat de voorwerpen een generatie jonger kunnen zijn. Doordat archeologen de oren hebben laten hangen naar wat oudhistorici zeiden over het belang van de Slag in het Teutoburgerwoud, bleef het potentieel van de archeologische vondsten onderbenut, zodat we in feite niet weten wanneer de Romeinen zich terugtrokken naar de Rijn.

Het staat ondertussen vast dat de Romeinen ook na Claudius operaties uitvoerden in het Overrijnse. Hoe omvangrijk die konden zijn, werd in 2008 duidelijk toen op de Harzhorn bij Hildesheim een slagveld werd ontdekt. Het gaat om een Romeinse expeditie uit 235/236, verder in Duitsland dan oudheidkundigen tot dan toe voor mogelijk hadden gehouden. Een “Jahrhundertfund”, zoals het in het Duits zo mooi heet.

De vondsten bij de Harzhorn behoren bij een eenmalige expeditie en duiden niet op langdurige aanwezigheid. Sinds kort zijn ook daarvoor aanwijzingen. Aan de bovenloop van de Weser lag de bevoorradingsbasis van Hedemünden, gebouwd door Drusus en later ontruimd – ik zal in het midden laten of het meteen na de Slag in het Teutoburgerwoud of na Claudius’ legerhervormingen is gebeurd. Onlangs is bekendgemaakt dat in 2011 ten noordoosten van Hedemünden niet minder dan zes kleine militaire installaties zijn gevonden (twee bij Dahlenrode, een bij Groß Lengden, een bij Reyershausen en twee bij Jühnde).

Het gaat om een soort wachttorens waarvan alleen vaststaat dat ze jonger zijn dan Hedemünden zelf en dienst kunnen hebben gedaan in de eerste, tweede en derde eeuw. De archeologen houden het voorlopig op installaties die werden bemand tijdens veldtochten, bijvoorbeeld om signalen door te geven van expeditielegers naar de basis aan de Rijn.

Het feit dat torens gebouwd werden, en dat deze – zo zou je uit het bericht kunnen afleiden – bedoeld waren om bij meer dan één campagne te worden gebruikt, betekent om te beginnen dat de bouwers het gebied gebruikten voor herhaalde aanvallen in de richting van de Elbe. Opnieuw blijkt dat de Romeinen veel intensiever aanwezig waren in het Overrijnse dan steeds is aangenomen. Het betekent bovendien dat de bouwers het gebied ten noordoosten van Hedemünden beschouwden als veilig: de plaatselijke bevolking zou de torens laten staan als de Romeinen weer terug waren naar de Rijn. Als dat al gebeurde, want niets sluit uit dat er in dit gebied nog eens een militaire basis wordt gevonden en dat er een moment is geweest waarop men heeft overwogen de gebieden te heroveren die ooit door Drusus bezet waren geweest en daarna opgegeven.

Laten we niet vooruitlopen op de vondst van zo’n basis. Voorlopig mogen we al heel blij zijn met de vondst van de eerste militaire installaties tussen de Weser en de Elbe, en met het feit dat we weer eens met de neus zijn gedrukt op het simpele feit dat we eigenlijk ontzettend weinig weten. De bestudering van de Oudheid is vooral zo leuk omdat er om elke hoek weer iets moois ligt te wachten om te worden ontdekt.

3 gedachtes over “Waarom de Oudheid zo leuk is

  1. MNb

    Gegeven het Romeinse militaire genie kunnen we ook nog eens veronderstellen dat ze het verstandig vonden om een bufferzone in te stellen. Niet elke aanval is bedoeld om gebied te veroveren.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s