Cyprus in crisis

Bronzen standaard uit Enkomi (Cyprus Museum, Nicosia)

Zo rond 1200 v.Chr. raakte het oostelijke Middellandse Zee-gebied in een enorme crisis. Verschillende steden werden verwoest (zoals Ugarit) en andere werden verlaten (zoals de Hittitische hoofdstad Hattusa). In Griekenland werden de Mykeense burchten opgegeven en dit is ook de tijd waar de Trojaanse Oorlog wordt geplaatst. In Egypte begon de Derde Tussentijd, in de Levant traden de Arameeërs aan. Op Cyprus werden Enkomi en Kition geplunderd. Deze crisis wordt doorgaans geassocieerd met de “Zeevolken” die worden genoemd in de teksten van farao Ramses III. Een fijn boek over deze materie is dat van Eric Cline.

In deze verwarde tijd vestigden verschillende groepen Griekse immigranten zich op Cyprus, bijvoorbeeld in Maa (Palaiokastro). De Griekse dialecten die later, in de archaïsche en klassieke tijd, op Cyprus werden gesproken, bewijzen dat de kolonisten zijn gearriveerd vanaf de Peloponnesos. Latere Griekse mythen over helden uit de Trojaanse oorlog die zich op Cyprus vestigen, lijken echo’s te bevatten van deze gebeurtenissen. In elk geval wordt vanaf de twaalfde eeuw v.Chr. op Cyprus Grieks gesproken.

Lees verder “Cyprus in crisis”

Byblos in de Late Bronstijd

El (Nationaal Museum, Beiroet)

De Late Bronstijd was de eerste grote bloeiperiode van de Mediterrane culturen. Ik zal er niet al te uitgebreid op ingaan – ik verwijs naar de stukjes die ik al eerder heb geschreven over de Hittieten in Anatolië, over het Mykeense schrift Lineair-B, over het scheepswrak bij Uluburun, over de tegenover Byblos gelegen Cypriotische havenstad Enkomi, over de godin Astarte, over de Egyptische buitenpost Kamed el-Loz, over de mythologie van Ugarit, over briefwisselingen en over Troje. Een fascinerende tijd, die in Egypte wordt getypeerd door de dynastieën 1819 en 20. Farao Toetmozes III veroverde Kanaän – ook daarover heb ik al eens geblogd – en bereikte de rivier de Eufraat.

Byblos was nu een Egyptisch vazalkoninkrijk, maar herwon enige vrijheid toen de Hittieten naar het zuiden oprukten. Een stuk of zestig brieven, gevonden in het Tell Amarna, illustreren hoe de Egyptische heersers probeerden de Byblische vorsten Rib-Hadda en Ili-Rapih loyaal te houden. Overigens verwijst het eerste element in de laatste naam, Ili dus, naar de Kanaänitische godheid die we uit de Bijbel kennen als El. Zie het plaatje hierboven: dat er Egyptische invloed is aan te wijzen, is een understatement. Uit de kleitabletten van Ugarit, een havenstad ten noorden van Byblos, kennen we de mythologie rond deze god, die wordt vervangen door Ba’al maar een eerbiedwaardige oergod blijft.

Lees verder “Byblos in de Late Bronstijd”

Wen-Amun (3)

Een Libanese cederboom in de winter

In het eerste en tweede deel van dit stuk vertelde ik hoe de Thebaan Wen-Amun was uitgezonden om in Byblos hout te kopen. In Dor, de havenstad van het volk van de Tjeker, was Wen-Amun echter beroofd van zijn goud en zilver. Omdat de stadsvorst compensatie weigerde, had Wen-Amun het zilver geconfisqueerd van een Tjeker-schip. Daarmee bereikte hij Byblos, waar koning Zakar-Baal hem uitlegde dat hij het hout niet zomaar kon komen opeisen: Byblos was onafhankelijk en farao Nesbanebdjed diende de volle prijs te betalen.

***

Hoewel de verhoudingen duidelijk waren bekoeld, vonden Wen-Amun en koning Zakar-Baal toch een compromis. Er werd alvast wat hout naar Egypte gestuurd en een bediende voer mee om een brief van Wen-Amun over te brengen, waarin deze vroeg om extra zilver. In Egypte lijkt men te hebben gedacht dat als men snel zou antwoorden, het minder erg zou zijn als men probeerde het hout alsnog op een koopje te krijgen, want Nesbanebdjed stuurde nog in de winter

vier kruiken en één vaas van goud, vijf kruiken zilver, tien kledingstukken van koningslinnen, tien kledingstukken van fijn linnen, 500 zachte linnen matten, 500 ossenhuiden, 500 touwen, twintig zakken linzen en dertig manden vis.

Lees verder “Wen-Amun (3)”

Wen-Amun (2)

Een ivoortje uit een van Byblos’ koningsgraven (overgang Bronstijd/IJzertijd, Nationaal Museum Beiroet)

In het eerste deel van dit stuk vertelde ik hoe de Thebaan Wen-Amun door de hogepriester van Amon, Herihor, was uitgezonden om in Byblos hout te kopen. Farao Nesbanebdjed verleende steun maar in Dor, de havenstad van het volk van de Tjeker, werd Wen-Amun beroofd van zijn goud en zilver. Omdat de stadsvorst compensatie weigerde, confisqueerde Wen-Amun het zilver van een Tjeker-schip. Daarmee bereikte hij Byblos, waar hij zijn paviljoen opsloeg bij de haven en het edelmetaal samen met een beeldje van Amon een veilige plek gaf.

***

Wen-Amun was niet welkom. De tijd waarin de koning van Byblos blij zou zijn geweest hout te mogen leveren voor een bark voor Amon in het verre Thebe, was al ruim een halve eeuw voorbij en de plaatselijke koning, Zakar-Baal, liet Wanamun weten dat hij diende te vertrekken. Wen-Amun antwoordde dat hij geen schip had om naar Egypte terug te keren. Dat herhaalde zich iedere dag, een maand lang: elke morgen kwam een koninklijke bediende de heuvel aflopen om de Egyptenaar te zeggen dat hij moest vertrekken en elke morgen klom hij van het strand terug naar het paleis om de koning te vertellen dat Wen-Amun niet vertrekken kon. Toen gebeurde er iets wonderlijks.

Lees verder “Wen-Amun (2)”

Wen-Amun (1)

“Tjeker arresteren gezochte zilverrover Wen A.”

De bovenstaande foto, een screenshot van de website van een Libanese krant, deed me onbedaarlijk lachen. Dat is omdat ik er een totaal idiote associatie bij heb: de avonturen van Wen-Amun.

Wen-Amun leefde in de eerste helft van de elfde eeuw v.Chr., laten we zeggen rond 1070. Er is wat discussie over de precieze datering van zijn onfortuinlijke reis naar Byblos. Egypte was in elk geval in die tijd de supermacht niet meer die het ooit was geweest: tijdens of kort na de regering van Ramses VI (r.1442-1134) was het zijn bezittingen in Kanaän kwijtgeraakt. Intern was Egypte verdeeld: de ene farao Ramses volgde op de andere farao Ramses totdat, na de dood van Ramses XI in 1077 v.Chr., de eenheid helemaal verdween. In het noorden regeerde farao Nesbanebdjed, de eerste vorst van de Eenentwintigste Dynastie, en in het zuiden was de macht in handen van Herihor, de hogepriester in Thebe. En daar was, zo rond 1070, het schip waarmee het cultusbeeld van de god Amon werd vervoerd, toe aan vervanging. En daarmee begint het droevige maar ware en eigenlijk ook grappige verhaal van Wen-Amun.

Lees verder “Wen-Amun (1)”