Archeologie als sociale wetenschap

Giorgio de Chirico, Gli archeologi (1927)

Dit stukje gaat over archeologie. En de conclusie gaat over journalistiek. Maar we beginnen bij de historische taalkunde.

Wetmatige verbanden

Lang geleden hadden wetenschapstheoretici het idee dat wetenschap bestond uit waarnemen, het herkennen van patronen of wetmatigheden, en het doen van voorspellingen. Voor een deel werkt het inderdaad zo. De taalkunde herkent bijvoorbeeld dat als een Latijns, Grieks of Oud-Indisch woord begint met een /p/, daar in de Germaanse talen vaak een /v/ of een /f/ stond. Als een nieuwe Germaanse taal zou kunnen worden ontdekt, mogen we aannemen dat het woord voor vader ook daar begint met een /v/ of een /f/.

De klankwetten hebben dus voorspellend vermogen en als het blijkt te kloppen, heet dat corroboratie. In de afgelopen kwart eeuw zijn nogal wat al bekende talen beter beschreven – denk aan de Indo-Europese talen van Centraal-Azië en Anatolië – en zijn ook allerlei nieuwe talen ontdekt, zoals de talen die zijn gedocumenteerd in de tienduizenden pas ontsloten inscripties uit de Arabische wereld. En de klankwetten blijken grosso modo correct. Uiteraard zijn er uitzonderingen, maar daar gaat mijn stukje niet over. Het gaat me er vandaag om dat we hier een visie hebben op het functioneren van wetenschap, die veronderstelt dat onze kennis van onderaf wordt opgebouwd. En dat deze visie bestaansrecht heeft. Ze wordt wel aangeduid als positivistisch, al is dat een term die steeds weer iets anders betekent.

Lees verder “Archeologie als sociale wetenschap”

Nieuwe boeken over de Oudheid

Een belangrijk project heeft zijn afronding gevonden in de publicatie van een nieuw Grieks-Nederlands woordenboek, samengesteld door Ineke Sluiter, Lucien van Beek, Ton Kessels en Albert Rijksbaron. Daan Stoffelsen interviewde de samenstellers over deze monsterklus. Van het boek is een paperback en een hardback beschikbaar, en ook is de paperback als set verkrijgbaar met het boekje Vormleer van het Klassiek Grieks.

Patrick Lateur waagde zich ook weer aan een nieuwe vertaling, en dit keer waren de tragedies van Aischylos aan de beurt. Op de zijn kenmerkende wijze zet Lateur de toneelstukken van de grote Griekse schrijver in een nieuw jasje.

Lees verder “Nieuwe boeken over de Oudheid”

Na de Zeevolken (2)

[Tweede deel van een bespreking van Eric Cline, After 1177 BC. The Survival of Civilizations; het eerste deel was hier.]

Data, informatie, interpretatie, model

Het oudheidkundig wetenschappelijk proces bestaat, grosso modo, uit vier stappen. We beginnen met het verzamelen van data. Die worden in verband gebracht met andere data en zo veranderen ze in informatie. Dan volgt een eerste interpretatie, waarna we tot slot de grote synthese kunnen schrijven vanuit een vaak sociaalwetenschappelijk model. Dat is ook wat Cline doet. Bij het beschrijven van de tijd na de Zeevolken gebruikt hij resilience theory, ofwel inzichten over de veerkracht van een samenleving. Daarmee is hij de enige niet. Kyle Harper deed het in The Fate of Rome (2017).

Cline benut als leidraad het IPCC-rapport uit 2012, gewijd aan de wijze waarop de mensheid zich kan aanpassen aan veranderend klimaat. Daaraan ontleent hij een helder begrippenapparaat. De Assyriërs, Babyloniërs en Egyptenaren hadden het vermogen om tegenslagen te absorberen, wellicht doordat ze een stabiele agrarische sector hadden (Eufraat, Tigris, Nijl). Voor hun waren de problemen iets waarmee viel om te gaan. (Het onvertaalbare Engelse woord is coping.) De Neo-Hittieten pasten zich aan (adapting) en de Feniciërs en Cyprioten transformeerden zichzelf. De crisis van de een is de kans van de ander. En dat is een aanzienlijk genuanceerder beeld dan het eenzijdige “instorting”.

Lees verder “Na de Zeevolken (2)”

Na de Zeevolken (1)

De Mykeense “warrior vase” uit de twaalfde eeuw; deze mensen zwierven als piraten uit (“Zeevolken”) (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In 2014 publiceerde de Amerikaanse archeoloog Eric Cline een boek over de instorting van het Bronstijdsysteem: 1177 BC. The Year Civilization Collapsed. De titel verwijst naar het jaar waarin farao Ramses III een groep migranten versloeg die oudheidkundigen sinds de negentiende eeuw aanduiden als Zeevolken. Als ik pedant constateer dat het jaartal vermoedelijk niet klopt, is dat om te illustreren dat we over deze periode heel veel niet weten. De dataschaarste die het centrale thema is van de geschiedtheorie, is nog groter dan anders voor de transitie van Bronstijd naar IJzertijd. Desalniettemin kon Cline in 1177 BC vertellen dat klimaatveranderingen, droogte, veranderingen in de economie en migratie een rol speelden, en ook hypercoherentie: de diverse delen van de Bronstijdwereld waren zó intensief met elkaar verbonden dat problemen in pakweg Griekenland gevolgen hadden in Kanaän.

Sterke en zwakke punten

1177 BC was te lezen als antwoord op 2008, toen wereldwijd de hedendaagse, verstrengelde economieën gelijktijdig een crisis indoken. Clines boek werd dan ook een bestseller, vertaald in diverse talen (ook Nederlands). Terecht, want wat Cline over de Late Bronstijd vertelde, was uitstekend gedocumenteerd. En de Late Bronstijd is nu eenmaal fascinerend. Dit zijn sterke punten. Tegelijk: we kunnen geen lessen trekken uit een periode waarover we onvoldoende data hebben. Natuurlijk, in de Oudheid hadden ze ook klimaatverandering, I.D.O.H.Z.O. droogtes, I.D.O.H.Z.O. economische aanpassingen, I.D.O.H.Z.O. migratie – de data staan toe te constateren dát ze er zijn geweest, maar wie het huidige tijdsgewricht wenst te begrijpen, profiteert meer van hedendaagse data dan van de niet-robuuste data die we hebben over de Vroege IJzertijd.

Lees verder “Na de Zeevolken (1)”

Faits divers (17)

Mykeense krater (dertiende eeuw v.Chr.; Cyprusmuseum, Nicosia)

In de reeks faits divers deze keer van alles en nog wat. Daarom heet het ook faits divers natuurlijk.

Correctie

Eerst maar even een correctie. Ik blogde laatst over Al-‘Ula en vertelde toen dat de noordelijke nederzetting Hegra heette, een oude naam, waarvan ik zei dat die correspondeerde met een Perzische vorm én de bijbelse naam Hagar, de moeder van Ismaël en stammoeder van allerlei zuidelijke volken die we nu gemakshalve Arabisch noemen. Benjamin Suchard van de universiteit in Leuven attendeert me erop dat dit niet klopt.

Hegra, schrijft hij, is een weergave van het Aramese חגרא ḥegr-ā = Arabisch الحِجْر al-ḥiǧr, en dat betekent zoiets als “ommuurde plaats”. De moeder van Ismaël heet echter הָגָר hāḡār, en dat is echt een ander woord. Het zou verwant kunnen zijn met het Arabische werkwoord هاجر hāǧara, “van stad wisselen”, wat voor de stammoeder van een halfnomadisch volk natuurlijk niet zo’n gekke naam is.

Lees verder “Faits divers (17)”

De Zeevolken: het klimaat

Zes Mykeense krijgers trekken ten strijde. Het type helm is ook bekend van Egyptische afbeeldingen van Zeevolken (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

In het vorige stuk over de Zeevolken vatte ik samen wat De Blois en Van der Spek erover schreven in hun handboek Een kennismaking met de oude wereld. Ook benoemde ik twee onderliggende problemen: enerzijds de oorzaak was van de instorting van het Bronstijdsysteem en anderzijds of de Zeevolkencrisis geen negentiende-eeuws construct was. Over die eerste kwestie heb ik het vandaag. Over de tweede volgend week: het in de oudheidkunde altijd aanwezige gebrek aan informatie maakt dat je de gegevens kunt passen in vrijwel elk narratief. Wat in het handboek staat is dan ook niet zozeer verkeerd als wel de ideale handboekenstof, die zich leent voor verdieping en uitwerking. Kortom: wat weten we, waarom weten we het, en wat weten we niet over de Zeevolken?

Klimaatomslag

Om te beginnen: er is destijds, zoals het handboek vermeldt, iets aan de hand geweest met het klimaat. Het staat bekend als “3.2 ka BP Megadrought”, ofwel een droogte die zich 3,2 gekalibeerde kilojaren geleden voltrok. Uiteraard niet van de ene dag op de andere, maar daarom niet minder ingrijpend. Eén voorbeeld van het bewijs komt uit Ashdod, waar dateerbare monsters organisch materiaal zijn gevonden. Daaruit viel af te leiden dat de zee iets zouter werd: een aanwijzing voor verdamping en hogere temperatuur.

Lees verder “De Zeevolken: het klimaat”

Het einde van de Bronstijd

Enkomi, een nederzetting uit de Late Bronstijd

De Late Bronstijd! Ik had retorisch willen vragen welk oudheidkundig thema toch fascinerender kon zijn, maar dan gaat u natuurlijk “Cicero” roepen of “Atheense tragedies”, of iets anders, want het zou matennaaierij zijn op retorische vragen geen flauwe antwoorden te geven. Maar goed: weinig onderwerpen uit de Oudheid zijn fascinerender dan de Late Bronstijd.

Reden één: de puzzelstukken beginnen in elkaar te grijpen. Naast archeologie hebben we teksten, Mesopotamië sluit aan op Egypte, er het vroegste (Mykeense) Griekenland heeft contact met Cyprus en de Hittieten. We zien in de brieven menselijke emoties, we hebben handel over enorme afstanden – denk aan het tin dat vanaf de Atlantische kusten naar het oostelijk bekken van de Middellandse Zee kwam – en we hebben staatsverdragen. Alles is er, althans in aanzet.

Lees verder “Het einde van de Bronstijd”

Byblos in de Late Bronstijd

El (Nationaal Museum, Beiroet)

De Late Bronstijd was de eerste grote bloeiperiode van de Mediterrane culturen. Ik zal er niet al te uitgebreid op ingaan – ik verwijs naar de stukjes die ik al eerder heb geschreven over de Hittieten in Anatolië, over het Mykeense schrift Lineair-B, over het scheepswrak bij Uluburun, over de tegenover Byblos gelegen Cypriotische havenstad Enkomi, over de godin Astarte, over de Egyptische buitenpost Kamed el-Loz, over de mythologie van Ugarit, over briefwisselingen en over Troje. Een fascinerende tijd, die in Egypte wordt getypeerd door de dynastieën 1819 en 20. Farao Toetmozes III veroverde Kanaän – ook daarover heb ik al eens geblogd – en bereikte de rivier de Eufraat.

Tussen de grote mogendheden

Byblos was nu een Egyptisch vazalkoninkrijk, maar herwon enige vrijheid toen de Hittieten naar het zuiden oprukten. Een stuk of zestig brieven, gevonden in het Tell Amarna, illustreren hoe de Egyptische heersers probeerden de Byblische vorsten Rib-Hadda (meer) en Ili-Rapih loyaal te houden. Overigens verwijst het eerste element in de laatste naam, Ili, naar de Kanaänitische godheid die we uit de Bijbel kennen als El. Zie het plaatje hierboven: dat er Egyptische invloed is aan te wijzen, is een understatement. Uit de kleitabletten van Ugarit, een havenstad ten noorden van Byblos, kennen we de mythologie rond deze god, die wordt vervangen door Baäl maar een eerbiedwaardige oergod blijft.

Lees verder “Byblos in de Late Bronstijd”

Een tekst over Troje? (vervolg)

Het steile Troje

Een paar dagen geleden schreef ik over de mogelijkheid dat een tekst was ontdekt waarin Wiluša (ofwel Wilios, ofwel Ilios, ofwel Troje) zou zijn genoemd. Ik was niet de enige scepticus. Eric Cline, wiens boeken weleens zijn besproken (1, 2, 3) plaatste op Facebook ook wat vraagtekens, die ik hier met u deel.

While on an airplane home from a conference last night, I had come up with a list of my own questions … about this inscription and its recent biographical history, to whit:

Lees verder “Een tekst over Troje? (vervolg)”

Three Stones Make a Wall

Opgraving in Haft Tepe (Iran)

“Archeologie? Ik zou liever opgraven.” Het hangt aan de muur van de werkkamer van Eric Cline. Een archeoloog die al meer dan dertig jaar opgravingen achter de rug heeft in de Oude en Nieuwe Wereld. Deze professional verdient lof dat hij de moeite neemt om voor een algemeen publiek het verhaal van zijn vakgebied te vertellen. Het boek ontstond uit de colleges die hij door de jaren heen aan studenten van George Washington University heeft gegeven. Three Stones Make a Wall is een “page-turner”.

De auteur geeft een uitgebalanceerd overzicht van historische en recente opgravingen. Van Amerika tot het oude Griekenland, van Egypte tot China. Hij heeft een neus voor pakkende citaten en “petite histoire”. Voorbeelden blijven hier achterwege om toekomstig leesplezier niet te bederven. Veel aandacht in het boek gaat uit naar interpretatie van vondstmateriaal. Simpele verklaringen gooien hogere ogen dan complexe, krijgt de lezer voorgehouden. Behoedzaamheid is altijd geboden. Waar archeologen bij een gebrek aan aanknopingspunten vroeger nog wel eens hun toevlucht tot religieuze verklaringen namen, prikkelt dat nu lachspieren. Ronduit intrigerend zijn de voorbeelden van opgravingen die nog op stapel staan, onder meer in Azië. De bodem gaat nog heel veel geheimen prijsgeven, onder meer door nieuwe technieken om in de bodem te “kijken”, zonder de boel te verstoren. Het is de verwachting dat dit soort technieken definitief afrekenen met het adagio dat archeologie gelijk staat aan vernietiging.

Lees verder “Three Stones Make a Wall”