Reinigingsbekken uit Abydos

Waterbekken van koning Den (Musée royal de Mariemont, Morlanwelz)

Koning Den is een van de vroegste heersers van Egypte. De Eerste Dynastie dus, en daarvan de zesde bij naam bekende monarch. Hij was de eerste die zich aanduidde als vorst van Beneden- en Boven-Egypte en de eerste die de pschent-kroon droeg: de kroon waarin de witte hedjet-kroon en de rode deshret-kroon ineen waren geschoven. Als u een datering zoekt, zit u er rond 3000 v.Chr. vermoedelijk niet meer dan een eeuw naast. In ons land bouwden ze toen hunebedden. In Siberië liepen hier en daar nog mammoeten rond.

Het graf van farao Den is gevonden in Abydos, waar in deze periode wel meer vorsten werden begraven. Bovenstaand bekken, te zien in het Musée royal de Mariemont in Morlanwelz, is afkomstig uit Dens graf. U herkent middenin de serekh: een weergave van de naam des konings. De rechthoek stelt zijn paleis voor en de twee tekens zijn niet moeilijk te lezen: de hand is de D en het golflijntje is de N. Klinkers noteerde men destijds niet.

Lees verder “Reinigingsbekken uit Abydos”

De tempel van Isis in Rome

Maquette van de tempel van Isis in Rome (Koninklijke Musea voor kunst en geschiedenis, Brussel)

De sterke verhalen over de Isiscultus, die ik in mijn vorige stukje noemde, bewijzen dat de godin niet onomstreden was. Althans aanvankelijk. Dat veranderde toen Vespasianus eind 69 na Chr. na een burgeroorlog het keizerschip bemachtigde. Men vertelde dat hij in Alexandrië met steun van de Egyptische goden een lamme had doen lopen en een blinde had doen zien. Bovendien was zijn zoon Domitianus tijdens de laatste gevechten van het burgerconflict aan de dood ontsnapt door zich aan te sluiten bij een groep Isisvereerders. U las er hier meer over.

Eerst bevorderde Vespasianus de cultus in Rome en na een grote stadsbrand in 80 herbouwde Domitianus haar tempel grootser dan ooit. Vanaf toen behoorden Isis en Serapis tot de populairste goden in Rome. Afgaande op dateerbare inscripties van niet-magistraten, waren de Egyptische goden geliefder dan de Romeinse Jupiter, Juno en Minerva. Ook keizer Hadrianus sympathiseerde met de cultus, maar de grootste vereerder zou Septimius Severus zijn, die zijn portret liet modelleren op dat van Serapis. Van de keizers Commodus en Caracalla is bekend dat ze verkleed als Anubis deelnamen aan de processies.

Lees verder “De tempel van Isis in Rome”

Drie Egyptische kronen

Drie keer een Egyptische kroon

Nog even een stukje n.a.v. het oudhistorisch handboek dat ik momenteel aan het lezen ben, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek. Als het gaat om het vroegste Egypte is daar nog een leuke aanvulling op te maken. Het noemt de eenwording van het land, waarbij Beneden-Egypte (de delta dus) en Boven-Egypte (het dal van de Nijl) samen kwamen. Dat is ergens rond 3000 v.Chr. gebeurd en wordt geassocieerd met een vorst die Narmer heette. Hij geldt als de grondlegger van de Eerste Dynastie. De eenwording wordt in de Egyptische kunst verbeeld met de sema tawy, waarop is te zien hoe twee Nijlgoden een knoop leggen in een bundel papyrus en riet.

Een andere weergave is de kroon. De koning van Boven-Egypte droeg de witte hedjet-kroon, die enigszins leek op een kegel; de heerser van Beneden-Egypte droeg de rode deshret-kroon, waarvan ik niet meteen kan zeggen waarop die leek. Na de eenwording plaatste koning Den, de zesde farao van de Eerste Dynastie, deze twee kronen in elkaar en zo ontstond de pschent-kroon. Dat is hoe het staat in Een kennismaking met de oude wereld en verkeerd is het niet.

Lees verder “Drie Egyptische kronen”

Senkamanisken

Koning Senkamanisken met de dubbele uraeus-slang, die symbool staat voor de heerschappij over Nubië én Egypte

Het bovenstaande portret stelt koning Senkamanisken voor, die van pakweg 640 tot 620 v.Chr. regeerde over Nubië. Als u de kop herkent, is het vermoedelijk omdat het Drents Museum dit beeld gebruikt om reclame te maken voor de expositie over het oude Nubië. Er zit een verhaaltje aan vast.

Zoals ik al eens eerder vertelde, heersten de koningen van Nubië een tijd lang – laten we zeggen van 740 tot 667 – ook over Egypte. De twee rijken hadden veel gemeen, dus heel vreemd was het niet. Het paste ook redelijk in de gedeelde kosmologie, waarin de dingen eigenlijk pas in orde waren als ze met z’n getweeën voorkwamen: een aantredende farao verenigde de twee rijken, waarmee meestal Beneden- en Boven-Egypte waren bedoeld, al was de vereniging van oorsprong die van Hierakonpolis en Naqada (gesymboliseerd door de witte hedjet-kroon en de rode deshret-kroon), en ook al kon de vereniging in wijdere zin ook slaan op de oostelijke en de westelijke oever van de Nijl of op het vruchtbare en het dorre land. Of op Egypte en Nubië. Dit laatste was in elk geval hoe de Nubiërs de universele twee-heid graag uitlegden en daarom droeg de koning, zoals u hierboven ziet, twee uraeus-slangen op zijn diadeem.

Lees verder “Senkamanisken”