Rhenus bicornis

De splitsing van Rijn en Waal bij Millingen

Vorige week moest ik op een ochtend even in Nijmegen zijn en omdat er nogal wat tijd zou verstrijken tot mijn volgende afspraak, besloot ik een eindje te gaan fietsen. Het werd een mooi tochtje. Het Nederlandse rivierenlandschap is altijd mooi en het stuk richting Duitsland kende ik nog niet.

Even ten westen van Millingen ligt de splitsing van de Rijn en de Waal. Zie boven. Links de Waal, richting Nijmegen, rechts de Rijn, richting Arnhem. Ik vind het – om er eens wat clichés tegenaan te gooien – erg indrukwekkend hoe de enorme watermassa’s hier voort stromen onder een lage hemel. De splitsing heeft zich in de loop der tijden wat verplaatst maar het zal er in de Oudheid niet heel anders uit hebben gezien en ik denk dat dit punt voor de Romeinen, die maar weinig rivieren kenden die groter waren dan de Rijn (de Donau en de Nijl zijn de enige kandidaten) nog indrukwekkender zal zijn geweest dan voor ons. De officieren die begin 19 v.Chr. verantwoordelijk waren voor de stichting van Nijmegen zullen erover naar huis hebben geschreven.

In Rome pikte de dichter Vergilius het op. In het achtste boek van de Aeneis beschrijft hij het schild dat de god Vulcanus smeedt voor Aeneas, met daarop een afbeelding van de triomferende keizer Augustus. De dichter vermeldt diverse stammen en stromen, zoals de Eufraat, de Araxes en de Rhenus bicornis, de tweehoornige Rijn (Aeneis 8.727).

In september 19 overleed Vergilius; als het rapport rond de stichting van Nijmegen (en de formering van de Bataven) werkelijk in het voorjaar is opgesteld, moet de beschrijving van het schild van Aeneas behoren tot de jongste delen van de Aeneis, al wil ik niet uitsluiten dat Vergilius al eerder heeft vernomen van de twee mondingen van de Rijn .Op sommige reliëfs is de riviergod afgebeeld met hoorns, zoals hieronder.

Een generatie later pakte de dichter Ovidius het motief op. Verwijzend naar de triomf van generaal Tiberius in 12 n.Chr., waarmee de Romeinen vierden dat ze de smaad van de nederlaag in het Teutoburgerwoud hadden uitgewist, dichtte hij over de gebroken hoorns van de Rijn (Tristia 4.2.40), om aan te geven dat de stammen langs de rivier, zoals de Sugambren en de Bructeren, opnieuw waren onderworpen.

Overigens had de Rijn drie takken: tussen de Waal en Rijn stroomde en stroomt de Lek.

Afbeelding van de Rijngod (Römisch-Germanisches Museum, Keulen)

33 gedachtes over “Rhenus bicornis

  1. Rudmer Koopal

    Zullen we de merkwaardige formulering “de stichting van Nijmegen” maar gewoon veranderen in het bouwen van een Romeins fort?

        1. Nee hoor. Er zijn alleen archeologen die het onderzoek niet hebben bijgehouden. Alle archeologische “stichtingsjaren” gaan terug op aannames die uiteindelijk komen uit “The Roman Citizenship” van Sherwin-White (1939). Dat andere vakken weleens nieuwe inzichten kunnen hebben, wordt nogal eens genegeerd in Nijmegen.

  2. Alleen is die splitsing bij Millingen geen Rijn, maar het Pannerdens Kanaal. De oorspronkelijke splitsing ligt ten oosten van Millingen, en de originele Rijn is inmiddels een dode rivierarm geworden.

    1. FrankB

      Tja, als u op slakken zout wil leggen moet u er niet maar eentje uitkiezen, maar de hele bups. Laat me u op gang helpen: Merwede, Nieuwe Maas. Erger nog, er is helemaal geen Rijn in Nederland; we hebben een Nederrijn, een Kromme Rijn en meer dan twee stukken die Oude Rijn heten (sorry, ik raakte de tel kwijt).
      Uiteraard had JonaL liever een foto geplaatst van de splitsing zoals die er 2000 jaar geleden bij lag. Maar helaas hebben de archeologen tot op heden verzuimd er eentje op te graven.

      1. Uhm, er is geen foto geplaatst van de Merwede, maar van de veronderstelde splitsing van de Rijn en de Waal, vergezeld van de tekst ‘het zal er in de Oudheid niet heel anders uit hebben gezien’. Nou ja, wél dus, want er is nu een splitsing van een rivier en een kanaal. (even los van de getemde rivier, die er destijds natuurlijk nooit zo netjes bij lag)

  3. jacob krekel

    Die clichees zulen wel mede (?) ontleend zijn aan Marsman, herinnering aan Holland. Marsman heeft het niet over een lage hemel, maar:
    de lucht hangt er laag
    en de zon wordt er langzaam
    in grijze veelkleurige
    dampen gesmoord,
    De lage lucht vindt ik sprekender dan de lage hemel.
    De “de enorme watermassa’s hier voort stromen” zijn bij Marsman de Breede rivieren die traag door oneindig laagland gaan.

      1. FrankB

        Laten we dan meteen groot denken. Ook de Amazone is maar klein spul. De waterval in Straat Denemarken verplaatst een slordige vijf miljoen kuub per seconde over een breedte van meer dan 200 km. Dat water stort een paar kilometer de diepte van de Atlantische Oceaan in. Bezichtigen is helaas niet mogelijk, want deze waterval zit onder het wateroppervlak.

        https://science.howstuffworks.com/environmental/earth/oceanography/worlds-largest-waterfall-underwater-denmark-strait-cataract.htm

        Maar ik heb zo’n vermoeden dat de Romeinen hier net zo min bekend mee waren als met de Amazone.

  4. Rudmer Koopal

    En in de link naar Nijmegen (Hunnerberg) is sprake van ” the native people, the Batavians”.
    Hoe je het woord ‘native’ ook vertaald in het Nederlands, als je ongeveer 50 voor Chr. door de Romeinen bent neergezet in het rivierengebied, ben je in het jaar 19 dan al ‘native’ ?
    Nu zal ik niet zo snel inheems of autochtoon gebruiken, maar volgens mij is 69 jaar wel heel kort om te spreken van inheems of autochtoon.
    Misschien iets voor een andere keer als thema in dit blog.

    1. De Batavi = bewoners van de Betuwe woonden al in dat gebied vóór Caesar, die ze ergens noemt in DBG. De vestiging van een Chattische elite temidden van de Betuwebewoners dateert van later. Ik denk daarom dat je de bewoners van de Betuwe kunt aanduiden als oorspronkelijk.

      1. Rudmer Koopal

        Caesar heeft het over het Bataveneiland, niet over een bevolkingsgroep. Of het om een Chattische elite ging weten we niet. Eigenlijk weten we niet veel behalve dat een groep uit Hessen zich vestigde in de Betuwe, aangevuld met waarschijnlijk resten van de gevluchte Eburonen. Migranten dus.

  5. Jeff

    “Overigens had de Rijn drie mondingen: tussen de Waal en Rijn stroomde en stroomt de Lek.”

    Drie Rijnmondingen komen we b.v. tegen bij Claudius Ptolemaeus (Geographia).

    De Lek is wel een heel onwaarschijnlijke kandidaat voor de derde monding. Deze aftakking van de Rijn was is de Romeinse tijd nog niet erg prominent en mondde zeer waarschijnlijk ook niet zelfstandig in zee uit.
    Logischer lijkt het om de drie mondingen als volgt te zien, van zuid naar noord:
    1. Monding van de Waal en Maas, die landinwaarts al samenvloeiden (Helinium).
    2. Monding van de toenmalige hoofdstroom bij Katwijk.
    3. Monding van het Oer-IJ (aftakking van de Vecht).

  6. gmknepper

    Dat het Vergiliaanse ‘bicornis’ speciaal betrekking heeft op “de twee mondingen” van de Rijn lijkt me niet zo waarschijnlijk. In de klassieke kunst werden riviergoden sowieso meestal afgebeeld met (twee) stierenhoorns. In de Romeinse literatuur bijvoorbeeld ook bij Vergilius (maar op andere dan de door jou geciteerde plaats) Georg. 4.371-372: ‘gemina auratus taurino cornua vultu / Eridanus’ : ‘Jij, (rivier de) Po, die twee gouden hoorns draagt op je stierengezicht’. Nog een voorbeeld uit Vergilius (Aen. 8.77, over de Tiber): ‘Corniger Hesperidum regnator aquarum’ (‘hoorndragende beheerser van de Hesperische wateren’). Horatius (Carm. 4.14.25) heeft het over de ‘tauriformis Aufidus’, de ‘stiervormige Ofanto’ (een rivier in Zuid-Italië). Ovidius en bijvoorbeeld Martialis leveren eveneens talloze voorbeelden van de rivieren die met gehoornde stieren worden vergeleken. Dat idee kwam trouwens, (zoals zoveel;-) ) bij de Grieken vandaan (zie bijv. al Il. 21.237, Od. 10.351, en ook bijv. bij Heriodus [Th. 788]). En aan wie de overeenkomst niet meteen doorziet, wil Festus het – in de tweede eeuw na Christus – best even uitleggen: ‘Taurorum specie simulacra fluminum, id est cum cornibus, formantur, quod sunt atrocia ut tauri’: ‘Om rivieren af te beelden gebruikt men het beeld van stieren, dat wil zeggen: met hoorns; want rivieren zijn net zo ontembaar als stieren.’

  7. Tot 1 juli 1954 heette de gemeente Millingen. Sindsdien is er de toevoeging “aan de Rijn”. Deze is geografisch aanvechtbaar. Het water waaraan Millingen ligt heet het Bijlandsch Kanaal. Vanaf de Duitse grens tot de vertakking in de Waal en het Pannerdensch Kanaal heeft het de naam van Graaf Bijland (spreek uit Bieland), die ooit opdracht gaf het kanaal te graven (de loop van de rivier de Rijn lag net ten zuiden van Zevenaar, terwijl Millingen destijds aan de Waal lag).
    Aldus Wikipedia.

  8. Marcel Meijer Hof

    Mis ik hier het stroompje de IJssel misschien ?

    Inderdaad, het befietste gebied, waaronder de Ooipolder is prachtig Jona. Ik kan je verzekeren dat aan gene zijde van de grens het niet anders is. Ergens langs de dijk bij Brienen staat daar het monument – in opdracht van Napoleon opgericht – voor Johanna Seebus (ook Sebus), onderwerp voor een gedicht van Goethe en een muziekje van Schubert. Zyflich is ook een bijzonder dorpje, net als Persingen.

    1. jan kroeze

      Door de Ooipolder had men ooit een kanaal willen graven om de rivierbocht af te snijden. Het idee alleen al. Ik weet niet hoe het nu is, maar vroeger in alle vroegte fietsend door de Ooi om vogels te kijken!

    2. FrankB

      “Mis ik hier het stroompje de IJssel misschien ?”
      Niet echt – die is “slechts” hooguit anderhalf millennium een monding van de Rijn. De Romeinen hebben wel een kanaal gegraven tussen de Rijn en het toenmalige Flevomeer, maar of daarbij gebruikt werd gemaakt van de toenmalige IJssel is niet duidelijk. Het kanaal hield het maar enkele decennia vol. Om het nog wat ingewikkelder te maken, wellicht stroomde de IJssel destijds naar de Rijn toe en werd in hoofdzaak gevoed door de rivier die nu de Berkel heet. Vanaf het huidige Zutphen was de stroomrichting dan omgekeerd, terwijl er ten noorden van die stad dan niets was.
      Dit ter aanvulling van uw eigen reactie.

      1. Jeff

        “Nee, want de IJssel heeft zijn bronnen bij Bocholt, net over de Duitse grens. De verbinding tussen Arnhem en Doesburg is vrijwel zeker Middeleeuws.”

        Naar mijn mening is het niet correct om dit zo te stellen.
        Over het ontstaan van de Gelderse IJssel zoals we die nu ongeveer kennen, is het laatste woord nog niet gezegd.
        Er is sprake van twee ‘concurrerende’ visies.

        1. Makaske et al 2008. The Age and Origin of the Gelderse IJssel
        (voor deze publicatie gaf je al een link)

        2. Cohen et al 2009. Zand in banen
        link: https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/44941

        Cohen et al gaan ervan uit dat er sprake was van een waterscheiding tussen Zutphen en Deventer die middels een (langzame) avulsie is doorgebroken in de vroege middeleeuwen.
        Zij gaan ook kort in op de visie van Makaske et al en gaan daar niet in mee.

        Welke onderzoekers nu de meest waarschijnlijke oplossing geven? Weet ik niet, maar persoonlijk spreekt mij het model van Cohen et al meer aan.

        Hoe dan ook is het m.i. correcter om beide modellen te noemen.

  9. Marcel Meijer Hof

    Ter aanvulling:

    De IJssel(Isala) is pas na het begin van onze jaartelling in zijn huidige vorm ontstaan, mogelijk tussen 500 – 950 CE.

    1. FrankB

      Als we aannemen dat Deventer altijd aan het water heeft gelegen kunnen we dit tijdsinterval iets kleiner maken tot (ietwat optimistisch) 768 ipv 950 CE. Zie de geschiedenis van Deventer. De cruciale vraag is wanneer de Berkel besloot om bij Zutphen (is er eigenlijk een oudere Nldse stad die niet door de Romeinen is gesticht?) voortaan rechtsaf te slaan ipv linksaf.

      1. Er zit hier een probleem. Geologen zetten boringen, vinden klei of zand of veen. Als ze überhaupt al een datering willen geven, kijken ze in historische bronnen. Dat is niet erg, je moet immers ergens beginnen. Bij de afzettingen bij de Middenzee (ten westen van Leeuwarden) is lange tijd aangenomen geweest dat alles dat buitendijks lag, wel zou samenhangen met de afsluiting van die waterloop, terwijl alles dat binnendijks lag, wel ouder zou zijn. Dat is in feite nogal speculatief.

        Ik denk dat de afzettingen van de waterloop tussen Arnhem en Doesburg nog weleens te oud zijn gedateerd omdat (a) er een zeer, zeer oude loop van de Rijn is geweest (van voor de laatste IJstijd, dus meer dan 150.000 jaar geleden) en omdat (b) men aannam dat de Drususgracht daar was gegraven.

        Misschien vergis ik me, maar ik denk dat het Wageningse onderzoek waarnaar ik linkte de huidige consensus weergeeft.

        1. Jeff

          “Misschien vergis ik me, maar ik denk dat het Wageningse onderzoek waarnaar ik linkte de huidige consensus weergeeft.”

          Tja … hoe stel je zoiets vast … of er ergens consensus over bestaat?

          1. Goeie vraag. “De laatste publicatie”, “is door betrokkenen uit alle relevante vakgebieden geciteerd” en “is niet in de relevante literatuur tegengesproken” zouden voldoende moeten zijn. Maar eigenlijk weet ik niet of het voldoende is.

  10. Eens met Jeff.
    Over het ontstaan van de Lek weten we heel weinig.
    En over wanneer het OerIJ is dichtgeslibd is men het ook niet eens: al voor de Romeinen of
    daarna.
    En die IJssel: dat geldt toch voor het stuk tussen Doesburg en Zutphen?

  11. Lolke

    Indrukwekkende hoeveelheid kennis wordt hier gegeven. Met zoveel reacties leeft dit Topic meer dan andere bijdragen van Jona.

    Ik meende overigens dat die derde tak van de Rijn niet het Oer-ij kon zijn ten tijde van de Romeinse invloed, omdat die toen al verzand was. De stroom door het Flevo en uitmondend bij Vlieland is vast een betere kandidaat. Vooral ook omdat hierover in 44 AD meer bijzonderheden worden gegeven:

    Pomponius Mela (Chorographia 3.24) wrote a book
    which appeared probably in AD 44 (Romer, 1998: 3);
    in it, he says:
    Rhenus, ab Alpibus decidens, prope a capite duos lacus
    efficit, Venetum et Acronium: mox, diu solidus, et
    certo alveo lapsus, haud procul a mari huc et illuc dispergitur;
    sed, ad sinistram, amnis etiam tum, et donec
    effluat, Rhenus; ad dextram, primo angustus et sui similis,
    post, ripis longe ac late recedentibus, jam non
    amnis, sed ingens lacus, ubi campos implevit, Flevo
    dicitur; ejusdem nominis insulam amplexus, fit iterum
    arctior, iterumque fluvius emittitur.
    “The Rhenus, cascading down from the Alps, makes
    – more or less at its source – two lakes, Lake Venetus
    and Lake Acronus. Then solid for a long time and
    descending in a defined bank, not far from the sea it
    spreads in two directions. To the left the Rhenus actually
    remains a river until it reaches its outlet. On
    the right, however, the river is at first narrow and
    unchanged, but later its banks recede over a vast expanse.
    At this point it is no longer called a river but
    a huge lake – Lake Flevo – where it has flooded the
    fields. It surrounds islands of the same name, becomes
    narrower again, and again makes its outlet as a river”
    (text and translation: Romer, 1998: 109).

    🙂 Met zijn allen weten we heel veel 🙂

Reacties zijn gesloten.