Gallische kledingstukken

Een man met een cucullus (Rheinische Landesmuseum, Trier)

Ik heb al eerder over Gallische woorden geblogd (één, twee), maar dat is geen reden dat niet nog eens te doen. Ik neem voor de aardigheid wat kledingstukken en dan is het beroemdste Gallische woord natuurlijk caracalla. Dat is een soort mantel met een capuchon. De anonieme auteur van de Historia Augusta voegt toe dat het “een tot de enkels reikend kledingstuk” was. Omdat een keizer die eigenlijk Antoninus heette dit kledingstuk populair had gemaakt, zou, nog steeds volgens de Historia Augusta, “het gewone volk in Rome dergelijke caracallae  ook wel antoninianae noemen”. Het schijnt dat het Gallische woord in het Provençaals heeft voortbestaan.

Het Gallische woord voor capuchons was cucullos. Ofwel cagoule in het huidige Frans, wat zoiets als bivakmuts betekent, en ook het Nederlandse woord kovel. We kennen de uitdrukking cucullos overigens – net als caracalla – alleen uit Latijnse teksten, dus er kan vertekening zijn. We kennen wel samenstellingen, zoals bardocucullus, wat de blijkbaar de muts was die een dichter droeg.

Er was ook een Keltische godheid Cucullatus, die afgebeeld schijnt te zijn als een in een mantel met capuchon gewikkeld kind. Ik ken zulke afbeeldingen overigens niet. Wel ken ik deze drie heren uit Housesteads aan de Muur van Hadrianus. Als een caracalla tot op de enkels reikte, zijn dit geen genii cucullati, zoals het bordje met uitleg zei, maar caracalla-dragende beschermgeesten.

Beschermgeesten uit Housesteads

Als de capuchon het ene deel van de caracalla was, dan heette de eigenlijke cape vrijwel zeker linna. Het woord wordt door de dichter Plautus uitgelegd (tweede eeuw v.Chr.) en was nog bekend aan de zevende-eeuwse encyclopedist Isidorus van Sevilla. In het Iers en Bretoens bestaat nog steeds het woord lenn.

Het meest opvallende Gallische kledingstuk was echter niet de mantel of de muts, maar de broek ofwel braca. Het woord staat dicht bij het Germaanse *brōka en linguïsten durven wel een stap verder terug te doen naar een Indo-Europese oervorm *bhrāgo.

Torque (Archeologisch Museum, Kayseri)

En dan zijn er nog twee andere woorden die ik aan u noemen wil. Ze slaan niet op kledingstukken maar op sieraden: maniaces en torco. Allebei verwijzen naar de beroemde halsband die Galliërs droegen. Vermoedelijk is torco het eigenlijke woord, afgeleid van een werkwoord *terk-, “draaien”. Verwante woorden zijn bekend uit het Iers, Catalaans, Oud-Frans en zelfs Tochaars, wat suggereert dat er een Indo-Europees origineel is geweest.

De maniaces is alleen bekend van de Keltische groep die zich in de derde eeuw v.Chr. vestigde in Anatolië en die bekend is geworden als de Galaten. Xavier Delamarre, aan wiens Dictionnaire de la langue gauloise ik al het bovenstaande ontleen, sluit een Iraanse invloed niet uit. Ik weet dat soort dingen niet.

6 gedachtes over “Gallische kledingstukken

  1. Remco

    Inderdaad, leuk! Behalve de “braca(e)” waren de andere woorden mij onbekend. Het verhaal over de caracalla kende ik ook niet, dus dank.

    In het stukje over de capuchons schrijf je twee keer “cucullos”, wat als nominativus bedoeld lijkt. De mij bekende lexica (OLD, L&S, Forcellini, Pinkster) schrijven allemaal “cucullus”.

    Plautus noemt inderdaad de “linna” (fr. 73, in de Loebeditie van De Melo):
    linna coopertust textrina Gallica
    Hij geeft alleen de Gallische oorsprong, de eigenlijk uitleg (dat het een zachte, vierkanten mantel is) staat bij Isidorus, Orig. 19, 23, 3 waar we het fragment aan te danken hebben.

    1. Zoals ik het heb begrepen gaan de nominativi in het Gallisch uit op -os: volcos (valk), camulos (dienaar), valos (heerser), grannos (baardig), devos (godheid), corios (leger; vgl. coriovallum) en crixsos (krullebol).

  2. Gert M. Knepper

    “Het Gallische woord voor capuchons was cucullos. Ofwel cagoule in het huidige Frans, wat zoiets als bivakmuts betekent, en ook het Nederlandse woord kovel.”

    Het is me niet helemaal duidelijk wat je bedoelt met “en ook het Nederlandse woord kovel”. In elk geval: het Nederlandse woord ‘kovel’ komt via het Franse cuvele, een verkleinwoord van ‘cuve’. ‘Cuve’ komt op zijn beurt van het Latijnse ‘cupa’, een woord zonder Indo-Europese etymologie.

Reacties zijn gesloten.