Herodianus

Als een straatventer ben ik rondgegaan om uitgeverijen te overtuigen dat ze echt een vertaling van het geschiedwerk van de Grieks-Romeinse auteur Herodianus moesten publiceren. Het is een van de aardigste teksten uit de oude wereld en er lag al een prachtvertaling door M.F.A. Brok, die weliswaar geactualiseerd moest worden maar ook een degelijke basis vormde voor een opgepoetste heruitgave. Pas toen ik het project voor de tweede keer plugde bij Athenaeum – Polak & Van Gennep, stemde men er daar mee in. Vincent Hunink – full disclosure: ik werk geregeld met hem samen – heeft de vertaling van Brok herzien en het is een prachtige tekst geworden, ingeleid door de Nijmeegse oudhistoricus Olivier Hekster.

Herodianus’ boek heette oorspronkelijk Geschiedenis van het Keizerrijk sinds Marcus Aurelius. De beschreven periode is die van keizer Commodus (r.180-192), het vijfkeizerjaar 193 (ik blogde er al eens over), Septimius Severus, diens ruziënde zonen Caracalla en Geta, een intermezzo ten tijde van keizer Macrinus, vervolgens Heliogabalus en Alexander Severus, generaal-keizer Maximinus en het zeskeizerjaar 238. Deze jaren vormden de nabloei van het vroege Romeinse Rijk. Hierna begon een overgangsfase waaruit een heel ander Romeins Rijk zou voortkomen. Herodianus, die in Rome woonde tijdens de door hem beschreven gebeurtenissen, zag de aanzetten tot deze crisis.

Lees verder “Herodianus”

Alexander de Wereldheerser

Alexander de Grote (Bode-Museum, Berlijn)
Alexander de Grote (Bode-Museum, Berlijn)

Het gebeurt niet zo heel erg vaak dat mensen de hele wereld veroveren. Sterker, het is nog niemand gelukt. Zelfs Alexander de Grote, die een eind is gekomen, strandde uiteindelijk in de Punjab. Hij claimde echter wel de wereldheerschappij. En een goddelijke status. Een en ander was het logische gevolg van het feit dat Alexander al eerder een goddelijke vader, Zeus Ammon, had geadopteerd.

Zo kon het gebeuren dat de Macedonische generaals er steeds meer van uitgingen dat alle volken al aan de “heer van alles” waren onderworpen. Wie zich daar niet naar gedroeg, gold automatisch als opstandeling. Er is een bericht – helaas in maar één bron en dus onvoldoende gedocumenteerd – dat zelfs de Romeinen een gezantschap met eerbewijzen hebben gestuurd naar de zoon van Zeus.

Lees verder “Alexander de Wereldheerser”

Herodianos

Caracalla (Altes Museum, Berlijn)
Caracalla (Altes Museum, Berlijn)

Ik had afgelopen week nogal veel werk op mijn bord, dus ik was kwetsbaar voor ziekte en dus – de Wet van Murphy zijnde de Wet van Murphy – liep ik in een forenzentrein tegen een virus aan. Ik zit nu al een paar dagen gedwongen thuis. Ik dood mijn tijd met de conversie van de Livius-website, die is ontworpen in een inmiddels verouderde opmaaktaal en al jaren achter de feiten aanloopt. Het converteren is geestdodend genoeg om voor een grieppatiënt ideaal werk te zijn.

Behalve dan dat ik nu Herodianos converteer, een van de aardigste auteurs uit de Oudheid en een belangrijke auteur over de regering van Caracalla (waaraan het tweede nummer van uw favoriete oudheidkundige tijdschrift is gewijd – neem een abonnement!). Leuk als Herodianos is, dwaal ik steeds af.

Lees verder “Herodianos”

Caracalla

Caracalla (Altes Museum, Berlijn)
Caracalla (Altes Museum, Berlijn)

“Wat heeft u toch tegen ambtenaren? Die lui dóen toch niks?” Het is maar een van de vele flauwe grapjes die worden gemaakt over de mensen die ervoor zorgen dat het beleid van onze democratisch gekozen bestuurders ook werkelijk wordt uitgevoerd. Zoals bij alle moppen is sprake van een karikatuur: de veronderstelde ambtelijke luiheid is niet groter dan die van degenen die in loondienst zijn bij het bedrijfsleven. Natuurlijk, er zijn gedemoraliseerde ambtenaren: ik heb ze ontmoet toen ik werkte op het archief van het ministerie van Volksgezondheid. Daar stond echter de enorme vaktrots tegenover van andere medewerkers, die ik eveneens ontmoette.

Nu was er ook iets om trots op te zijn. Het archief dat ik op dat moment beschreef, was dat van de subsidieverstrekking – en dat is verrotte interessant. Aan het begin van de twintigste eeuw gebruikte de rijksoverheid de subsidiegelden namelijk om de kruisverenigingen (de meestal op religieuze grondslag georganiseerde zorg-organisaties) aan te sporen tot grotere professionaliteit. Wie bijvoorbeeld een wijkverpleegster wilde aanstellen voor de tuberculosebestrijding, kon een tegemoetkoming krijgen in de kosten, mits was voldaan aan allerlei door het Rijk gestelde voorwaarden. Het was fascinerend te zien hoe zich, rond die subsidieverstrekking, een modern volksgezondheidsstelsel ontwikkelde.

Lees verder “Caracalla”

Tijdschrift

Caracalla (Altes Museum, Berlijn)
Caracalla (Altes Museum, Berlijn)

Er zijn veel dingen om blij te zijn de laatste tijd. Zo werkte ik eergisteren de hele dag op het kantoor in Zutphen waar we Ancient History Magazine maken. Het eerste nummer groeit langzaam maar zeker. De eerste schets van de voorpagina is nu klaar, verschillende andere illustraties ook en de artikelen druppelen een voor een binnen.

Het debuutnummer gaat over antieke ontdekkingsreizigers, en ze zijn er allemaal: de expeditie van koningin Hatshepsut naar het land Punt; de Karthager Hanno, die tot aan Kameroen kwam; Herodotos, die een nieuw soort wereldkaart ontwierp; Pytheas van Marseille, die de Britse eilanden bereikte; Eudoxos, die ontdekte hoe je dankzij de moesson snel naar India kon varen; en Romeinse verkenners die langs de Wierookroute naar Jemen en langs de Nijl naar Zuid-Soedan reisden.

Lees verder “Tijdschrift”

Historia Augusta (4): bronnen

Caracalla (Altes Museum, Berlijn)

[Eind deze maand verschijnt bij Athenaeum – Polak & Van Gennep de eerste Nederlandstalige uitgave van de Historia Augusta. De vertaling van deze curieuze reeks biografieën van Romeinse keizers is van John Nagelkerken. Dit is de vierde van een reeks van negen blogposts; de eerste is hier.]

Moderne historici beschikken over een scala aan informatiebronnen. Traditioneel houden ze zich bezig met de oude teksten waarvan de inhoud, zoals we hierboven al zagen, kan worden bevestigd en gecorrigeerd door middel van inscripties en munten. Ook de resultaten van archeologische opgravingen zijn belangrijk. Zo blijkt keizer Postumus een militaire vernieuwer van formaat te zijn geweest, die de zojuist genoemde reorganisatie van de grensverdediging een halve eeuw vóór was. Dat de auteurs van de Historia Augusta slechts enkele zinnen wijden aan deze grote generaal, illustreert hun zorgeloze omgang met de historische feiten.

Lees verder “Historia Augusta (4): bronnen”