De avonturen van Publius Sittius

De trofee van Publius Sittius (Museum van Annaba)

Als ik u zeg dat het medio mei was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Aemilius Lepidus het consulaat bekleedden, en als ik dat omreken naar eind maart 46 v.Chr. op onze kalender, dan weet u alweer te zijn beland in een nieuwe blogje over de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Zoals wel vaker gaat het vandaag alleen indirect over hem. Hij was, na de verovering van Zama, teruggekeerd naar Utica, waar hij allerlei bestuurszaken regelde. Het was nog winter, het kon stormachtig zijn en het was vooralsnog beter de oversteek naar Italië uit te stellen. Hij moet in deze tijd een blik hebben geworpen op de ruïnes van Karthago en hebben besloten de stad te herbouwen, precies een eeuw nadat Scipio Aemilianus haar had verwoest.

Ondertussen gebeurden er interessante dingen in het westen. Opnieuw is De Afrikaanse Oorlog onze voornaamste bron van informatie.

Oorlog in Numidië

Zoals ik al vertelde, regeerden Bochus II en Bogud in het huidige Marokko – het heette destijds Mauretanië – en waren zij geprovoceerd door Gnaeus Pompeius Junior, die iets had willen doen voor zijn Numidische bondgenoot Juba I. De twee Mauretanische vorsten hadden zich verbonden met een avonturier genaamd Publius Sittius. Die was ooit in Rome voor de rechter gedaagd, had de veroordeling niet afgewacht en had zich uit de voeten gemaakt. Nu leidde hij een piratenbestaan in de wateren tussen Marokko en Andalusië.

Sittius en de Mauretanische vorsten rukten nu gezamenlijk op naar het oosten om zoveel mogelijk over te nemen uit de boedel van de inmiddels overleden koning Juba. De auteur van De Afrikaanse Oorlog presenteert het alsof Sittius een bondgenoot was van Caesar en laat de Mauretaniërs gemakshalve weg.

Intussen had Publius Sittius het leger van Juba’s ondercommandant Saburra verslagen en hemzelf gedood, en hij was met een klein leger vanuit Mauretanië op weg naar Caesar. Toevallig stootte hij op Faustus Cornelius Sulla en Lucius Afranius, die de troep bij zich hadden (ongeveer duizend man) waarmee ze Utica hadden geplunderd en op weg waren naar Spanje. Sittius legde die nacht snel een hinderlaag en viel bij het eerste licht aan. Enkele ruiters uit de voorhoede zagen kans te vluchten; de anderen werden gedood of gaven zich over.noot Afrikaanse Oorlog 95; vert. Hetty van Rooijen.

De genoemde Faustus Cornelius Sulla was een zoon van niemand minder dan de politicus Sulla. Hij had contacten in Numidië, waar zijn vader ooit koning Jugurtha had gevangengenomen. Lucius Afranius had bij Ilerda en bij Thapsus gevochten tegen Caesar en was een van de adviseurs van Pompeius geweest in de campagne bij Farsalos. Hij had contacten in Spanje. Caesar zal blij zijn geweest dat Sittius deze twee tegenstanders had uitgeschakeld, want mensen met netwerken in de Maghreb en Spanje konden het hem nog lastig maken. Ze zouden enkele dagen later worden vermoord.

De zeeslag bij Hippo

Er was voor Caesar nog meer goed nieuws op komst. Het kwam uit de havenstad Hippo Regius, het huidige Annaba in Algerije.

Intussen probeerde Metellus Scipio met Damasippus, Torquatus en Plaetorius Rustianus op oorlogsschepen Spanje te bereiken. Na een lange, stormachtige zeereis werden ze naar Hippo Regius gedreven, waar zich op dat moment de vloot van Publius Sittius bevond. Scipio’s kleine aantal schepen werd door die grotere vloot omsingeld en tot zinken gebracht, en hij kwam daar met de genoemde mannen om.noot Afrikaanse Oorlog 96; vert. Hetty van Rooijen.

Seneca biedt enkele details.

[Neem] de schoonvader van Gnaeus Pompeius [Junior], de beroemde [Metellus] Scipio. Toen hij door tegenwind naar Afrika was afgedreven en zag dat zijn schip in handen van de vijanden viel, doorstak hij zich met zijn zwaard. Op de vraag waar de bevelhebber was, zei hij: ’De bevelhebber maakt het uitstekend.’ Deze uitspraak plaatste hem op hetzelfde niveau als zijn voorvaderen en voorkwam dat de door het lot aan de naam Scipio in Afrika verbonden roem onderbroken werd. Het betekende veel Karthago te overwinnen, maar nog meer de dood te overwinnen. ’De bevelhebber,’ zei hij, ’maakt het uitstekend.’ Mocht een bevelhebber soms anders optreden?noot Brieven aan Lucilius 24.9-10; vert. Cornelis Verhoeven.

Imperator se bene habet: met die woorden stierf Metellus Scipio, de leider van het verzet tegen Caesar in Afrika. Nog eeuwenlang stond Caesars bronzen trofee op het marktplein van Hippo, waar bisschop Augustinus haar nog heeft gezien. Het monument is nu een pronkstuk in het plaatselijke museum.

Het einde van Publius Sittius

Caesar had reden dankbaar te zijn en dat liet hij merken ook. Zelf had hij de oostelijke helft van Juba’s rijk, met als hoofdstad Zama, toegevoegd aan het Romeinse Rijk; de westelijke helft wees hij toe aan Sittius. De burgers van de hoofdstad Cirta (het huidige Constantine) zouden zich Sittiërs gaan noemen. Toen ze later de rang van colonia kreeg, was die nieuwe naam nog voldoende populair om de officiële stadsnaam Colonia Cirta Sittianorum te doen zijn.

Lang genoot Sittius echter niet van zijn privé-koninkrijkje. Zijn Mauretanische vrienden Bochus en Bogud hadden het meer westelijke deel van Numidië geannexeerd, dat bestuurd was geweest door Juba’s verwant Masinissa I. Diens zoon Arabio zou Sittius in 44 v.Chr. uit de weg ruimen, maar verloor Cirta weer aan de Romeinen. Het Cirta der Sittiërs zou uiteindelijk een half-autonoom onderdeel worden van de provincie Africa.

[Dit was het 457e voorwerp in mijn reeks museumstukken. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]

Deel dit:

5 gedachtes over “De avonturen van Publius Sittius

  1. Pieter

    Wat fijn, ik had nog nooit gehoord van P. Sittius! (Overigens lijkt Arabio me ook een eigen stukje waard.)

Reacties zijn gesloten.