Gezicht op Hippo

Gezicht op Hippo Regius

Hippo Regius, ooit door Feniciërs gesticht, was een belangrijke stad. De titel Regius, “koninklijk”, geeft aan dat het de residentie was van de vorsten van de Massylische Numidiërs, van wie Massinissa (r.202-148) de beroemdste is. De resten uit de Romeinse tijd strekken zich uit over een gebied van zeker vijf kilometer lengte en zijn, zo schijnt me toe, weer een mooi voorbeeld van het gegeven dat een antieke stad niet per se één centrum hoefde hebben. Net als Nijmegen, dat zo rond 100 n.Chr. bestond uit een legioenkamp, een handelshaven, een woonstad en een religieus centrum, was ook Hippo een conglomeraat van neerzettingen, met een civiele kern in het zuiden, een civiele kern in het noorden en daartussen een handelshaven.

De zuidelijke kern is opgegraven. Ze ligt tussen twee heuvels en hier is het forum geïdentificeerd, samen met een macellum (een soort markthal), stadsvilla’s, een enorm badhuis en een kolossale kerk. De noordelijke kern is minder goed bekend: het is de middeleeuwse en Ottomaanse stad, met een wonderbaarlijk mooie, bijna duizend jaar oude moskee die is vernoemd naar de Andalusische mysticus Sidi Bou Merouane. Gelukkig hebben we voor de reconstructie van de noordelijke kern bovenstaand mozaïek nog, dat te zien is in het museum bij de opgravingen in het zuiden.

Lees verder “Gezicht op Hippo”

Naar Algerije

Ons diner (het derde gerecht van boven): köfte ofwel ballen des gehakts. De naam van het vierde gerecht illustreert dat de Algerijnen aan de verkeerde kant staan in de patat-en-frietse twisten.

We arriveerden in Annaba, de eerste grote havenstad in Algerije als je aankomt uit Tunesië, eerder dan we hadden gepland en dat betekent dat ik opnieuw tijd heb voor een blogje over wat ik zoal heb meegemaakt. Dat is niet zoveel hoor. Eerst had ik in Tunis een korte zakelijke afspraak en daarna kwam onze Algerijnse chauffeur ons ophalen om ons naar Annaba te rijden. Na het gebruikelijke trage rijden om een grote stad uit te rijden, bereikten we de autosnelweg, waarna we met een strakke 170 westwaarts reden, zodat ik me soms afvroeg wanneer we zouden opstijgen.

Na een vlakte volgde een wat heuvelachtig landschap dat me deed denken aan Sicilië. Op een minaret in een stadje dat Béja heette zag ik een ooievaarsnest. We staken de bergen over en bereikten de kust bij de havenstad Tabarka. Het was makkelijk te begrijpen waarom de Feniciërs deze regio hebben gekoloniseerd, want het landschap is volkomen vergelijkbaar met Libanon: beboste bergen die komen tot aan de zee.

Lees verder “Naar Algerije”