
De vijfde tekst in het Nieuwe Testament, de Handelingen van de Apostelen, lijkt wat op de antieke prozateksten die classici aanduiden als antieke roman. De eerste hoofdstukken gaan vooral over Petrus, de latere gaan over Paulus. Net als in het Lukasevangelie strijkt de auteur, die we gemakshalve Lukas zullen noemen, vaak plooien glad. Hij heeft weinig belangstelling voor de meningsverschillen die Petrus en Paulus ook hebben gehad en presenteert vooral succesvolle prediking.
Salamis
We lezen dat Paulus, die van huis uit Saul ofwel Saulus heette, met zijn Cypriotische reisgenoot Barnabas, een bezoek bracht aan
Cyprus, waar ze aankwamen in Salamis. Daar verkondigden ze Gods boodschap in de synagogen van de Joden. Johannes was met hen meegegaan om hen te helpen.noot
Wie, zoals deze drie reizigers, aankwam vanuit Syrië, arriveerde inderdaad in Salamis, het huidige Famagusta. Het is een mooi detail dat er synagogen, meervoud, waren. Vreemd is het niet, want de Joodse koninklijke familie, de Herodianen, bezat het recht de kopermijnen op het eiland te exploiteren. Of had dat recht bezeten. Hoe dat ook zij, het helpt verklaren waarom er Joden leefden op Cyprus.
(Tussen haakjes: dat de Paulus van de Handelingen zich aandient bij synagogen, is nogal anders dan de Paulus die we kennen uit zijn eigen brieven. Die richt zich immers tot de heidenen. Ik laat dit punt verder rusten. Dus haakjes sluiten.)
Pafos
Ze reisden het hele eiland rond tot ze in Pafos kwamen, waar ze een joodse magiër aantroffen, een valse profeet die Barjesus heette en tot het gevolg behoorde van Sergius Paulus, de proconsul.noot
Een proconsul Publius Sergius is bekend uit een inscriptie,noot die verder incompleet is. Dat de gouverneur een Joodse adviseur heeft, is niet vreemd. Keizer Tiberius had bijvoorbeeld een astroloog in dienst. De adviseur van Sergius Paulus kan zichzelf heel wel hebben getypeerd als profeet of magiër, maar Lukas beschouwt diens profeetschap om voor de hand liggende redenen als vals.
Blijkbaar was er ophef ontstaan – Lukas vertelt niet wat – want
Sergius Paulus, een verstandig man, liet Barnabas en Saulus bij zich komen omdat hij meer wilde horen over het woord van God. Maar Elymas, zoals Barjesus ook wel werd genoemd – want Elymas betekent “magiër” –, stelde zich tegen hen teweer en probeerde de proconsul van het geloof af te houden.noot
Filologen hebben gezocht naar het woord dat op “Elymas” lijkt en “magiër” kan betekenen. Het beste dat ze hebben verzonnen is verwantschap met het Arabische ‘alīm, “geleerd”, maar heel overtuigend is het niet. Misschien is het een dwaalspoor. Het zesde-eeuwse Griekse manuscript dat bekendstaat als de Codex Bezae vermeldt geen Elymas maar Etoimas, wat een weergave lijkt van het Aramese woord voor tweeling of dubbelganger. Dat is uiteraard evenmin een magiër, maar het zou dezelfde kunnen zijn als de door Flavius Josephus genoemde Cypriotisch-Joodse magiër Atomos.noot
Effectief vervloeken
Ik wees al op het romanachtige karakter van de Handelingen. Dat blijkt wel uit de wijze waarop Saul/Saulus/Paulus in discussie gaat met Elymas/Barjezus.
Daarop keek Saulus (die ook bekendstond als Paulus) hem strak aan, en vervuld van de heilige Geest zei hij: “U bent een bedrieger, een gewetenloze oplichter, een kind van de duivel en een vijand van elke vorm van gerechtigheid. Hoe durft u de rechte wegen van de Heer te veranderen in kronkelpaden? Let op: de hand van de Heer zal u treffen, u zult blind zijn en voorlopig geen zonlicht meer zien.”
Onmiddellijk werd alles donker om hem heen, zodat hij tastend zijn weg moest zoeken en anderen moest vragen of ze hem wilden leiden.noot
Er gaan in de antieke literatuur ongeveer dertien discussiebeslissende wonderen in een dozijn. De toehoorders en luisteraars keken daar niet van op. Ze begrepen dan, zelfs als er geen samenvatting was van de argumenten, wie er gelijk had.
Lukas maakt verder een woordgrapje: de naam Barjesus betekent namelijk “zoon van Jesus” en Paulus maakt daar “duivelskind” van. Dit soort scheldwoorden is vrij normaal in Joodse polemieken; ook in de Dode Zee-rollen krijgt iemand in de schoenen geschoven een kind van de duivel te zijn.noot Het woordgrapje verraadt kennis van het Aramees.
Toen de proconsul dit zag, kwam hij tot geloof, diep onder de indruk als hij was van wat hij over de Heer had geleerd.noot
Welbeschouwd raar. Je zou immers verwachten dat iemand die een ander blind maakt, direct door naar de gevangenis gaat. Er is nogal wat Romeinsrechtelijke literatuur over letselschade en in dit geval, mishandeling ten overstaan van de gouverneur, is er zelfs sprake van verzwarende omstandigheden (atrox iniuria).
Paulus, de nieuwe Petrus
Het verhaal zal dan ook wel niet werkelijk waar zijn. Maar het was Lukas dan ook te doen om iets anders dan de historische waarheid. Tot dan toe was de centrale figuur in de Handelingen Petrus, die aan het einde van hoofdstuk 12 miraculeus uit de gevangenis verdwijnt en daarna grotendeels verdwijnt naar de achtergrond. De nieuwe hoofdpersoon is Paulus. Door aan hem een wonder toe te schrijven, begreep het publiek dat deze voortaan sprak met Gods gezag.
[Overigens organiseer ik in september een reis naar Cyprus, waarover u hier meer leest. Een overzicht van deze reeks over het Nieuwe Testament is hier.]
Zelfde tijdvak
Farizeeër: een lelijk scheldwoordseptember 22, 2024
Spiegelbeeld en Judaskusoktober 24, 2020

Je kunt het natuurlijk ook figuurlijk zien: de magiër leeft in duisternis en de proconsul zag het licht.
Van tijdelijke blindheid weet Paulus natuurlijk alles. Het is tekenend dat die hier niet eindigt met een bekering van de getroffene. Eigenlijk schemert daarin Paulus’ nederlaag door.