V Macedonica in Dacië

Trajanus’ monument in Adamclisi

De verdere geschiedenis van V Macedonica volgt die van de andere legioenen uit de regio. Manschappen namen deel aan de oostelijke campagne van keizer Lucius Verus, die tussen 162 en 165 de Parthen versloeg. Bij terugkeer werd het legioen gestationeerd in Potaissa, het huidige Turda in Roemenië. De overplaatsing was noodzakelijk omdat verschillende, zoals de Sarmaten en Quaden, onrustig waren geworden. Keizer Marcus Aurelius bracht bijna tien jaar van zijn regering door aan de Midden-Donau. Vroeg tijdens het bewind van keizer Commodus (r.180-192) voerden Pescennius Niger en Clodius Albinus (beide toekomstige keizers) het bevel over V Macedonië en XIII Gemina. Samen versloegen ze de Sarmaten.

Toen deze oorlog eenmaal tot een goed einde was gebracht, richtten de Romeinen hun aandacht op de Daciërs in het binnenland. Arbeiders van de goudmijnen waren in opstand gekomen en hadden huurlingen in dienst genomen. Toen V Macedonica die had verslagen, kende keizer Commodus het in 185 of 187 de titel Pia Constans (“trouw en betrouwbaar”) of Pia Fidelis (“trouw en loyaal”) toe.

Lees verder “V Macedonica in Dacië”

De werken van Herakles (4)

De Farnese Hercules (Museo archeologico nazionale, Napels)

[Vierde van vijf blogjes die Dieter Verhofstadt schreef over de traditie van de Twaalf Werken van de halfgod Herakles. Het eerste blogje was hier.]

Nu we in de voorgaande blogjes de geschreven traditie hebben bezien, kunnen we ons richten op de wijze waarop de mythe van Herakles en zijn twaalf werken iconografisch is geëvolueerd.

Vaasschilderkunst en hellenisme

De afzonderlijke werken van Herakles vinden we op tal van vazen, daterend vanaf de zesde eeuw v.Chr. Bekend zijn de vele Attische vazen die zijn gevonden in Etruskische opgravingen, en die worden toegeschreven aan de “Schilder (van) Antimenes”. Bij hem vinden we de Nemeïsche leeuw, de Hydra, het Erymanthisch zwijn en Kerberos.

Lees verder “De werken van Herakles (4)”

Keizerin Faustina II

Faustina II (Nationaal Museum, Tripoli)

In 161 na Chr. kwam keizer Marcus Aurelius aan de macht. Hij is interessant omdat de beeldvorming zo verschrikkelijk uit de pas loopt met zijn verdiensten. Enerzijds de beeldvorming: deze man was de ideale heerser, de filosoof op de troon waarover Plato een half millennium eerder al had nagedacht. Ik kan echter zo snel niets noemen waaruit blijkt dat zijn beleid werd ingegeven door welke wijsgerige gedachte dan ook. Marcus’ werkelijke verdiensten: de generaal die leiding gaf aan een van Romes grootste oorlogen. Hij deed gewoon wat van ’m werd verwacht.

Dat zijn zoon Commodus niet wilde deugen, heeft Marcus’ reputatie geholpen, want de Romeinse historiografische traditie zette graag contrasten neer: Drusus versus Tiberius, Titus versus Domitianus, Severus Alexander versus Heliogabalus, de good guy tegenover de bad guy. Commodus is dus te zeer geportretteerd als ontaard, Marcus is te zeer gepresenteerd als ideale heerser. Deze tendens heeft ook invloed op de portrettering van zijn echtgenote, keizerin Faustina II.

Lees verder “Keizerin Faustina II”

De opstand van Avidius Cassius

Portret van een Romeinse man, dus niet per se Avidius Cassius (Archeologisch museum, Thessaloniki)

Jaren geleden maakte ik een overzicht van alle Romeinse keizers en usurpatoren – het is nog steeds hier te zien – met foto’s van portretbustes en munten en dergelijke. Ik voegde er wat linkjes bij die leidden naar pagina’s met de voornaamste biografische gegevens en bronnen. Leuk om te doen, maar soms lastig. Van een van de heersers kon ik namelijk almaar geen plaatje vinden: Avidius Cassius.

Op zich niet zó vreemd. Hij regeerde maar een paar weken, en dan ook nog alleen in een deel van het rijk. Maar toch. Er zijn keizers geweest die korter regeerden, zoals Gordianus I en Gordianus II, en van hen zijn wel portretten bekend. Ik deed eens navraag bij het Bode-Museum in Berlijn, dat een fenomenale collectie munten én een aardige publieksdienst heeft, en die vertelden me dat er geen munten van Avidius Cassius waren. En dat, dat is interessant.

Lees verder “De opstand van Avidius Cassius”

Antoninus Pius (1)

Antoninus Pius (Collectie Torlonia, Rome)

Omdat ik me met de mensheid om me heen schuldig maak aan citius, altius, fortius, durf ik me wel eens wagen aan een “favoriete Romeinse keizer”. Als kind, toen ik nog met Playmobilridders speelde en als tiener, toen ik in de ban raakte van Risk, vergaapte ik me aan keizers die oorlogen wonnen en het rijk uitbreidden. Augustus dus, maar vooral Trajanus, die toch maar mooi de Roemeense bult als Dacia toevoegde aan het al omvangrijke territorium.

Als volwassene, behept met moraal, begon ik anders te denken. Ik begreep dat “de Grote” een afkorting is voor “de grootheidswaanzinnige”: Alexander, Constantijn, Karel … al die groten der verbrande aarde waren psychopaten met een onlesbare dorst naar onderwerping. Ik keek dus met een nieuwe blik, door een welopgevoede bril, naar keizers: wie was een kundig bestuurder, wie verbeterde het leven van de burgers en wie zorgde vooral voor vrede, niet de zoveelste oorlog.

Lees verder “Antoninus Pius (1)”

Een oud legioen: VII Claudia (2)

Afgietsel van een beschadigde inscriptie van IIII Flavia Felix (?) en VII Claudia (Archeologisch Museum, Kostolac)

In de tweede eeuw na Chr. was VII Claudia – het eerste deel van dit blogje was hier – gestationeerd aan de Donau. De basis was Viminacium, iets ten oosten van Belgrado. Het is mogelijk dat het legioen na 86 deze basis enkele jaren moest delen met IIII Flavia Felix. In dat jaar waren de Daciërs het Romeinse Rijk binnengevallen, waarbij ze enkele legioenen hadden verslagen. Het Zevende en het Vierde moesten de provincie Moesia verdedigen, het Romeinse gebied bezuiden de Donau.

Dacië en Cyprus

In 88 viel een groot Romeins leger Dacië binnen, het huidige Roemenië, en generaal Tettius versloeg bij Tapae de Dacische koning Decebalus. Het Zevende was een van de negen betrokken legioenen. Helaas verhinderde de opstand van de gouverneur van Germania Superior, Lucius Antonius Saturninus (89) de uiteindelijke Romeinse overwinning.

Lees verder “Een oud legioen: VII Claudia (2)”

Herakles (2)

De Kretenzische Stier (Archeologisch Museum, Antalya)

In mijn vorige blogje introduceerde ik de eerste zes werken die Herakles moest verrichten voor koning Eurystheus van Tiryns. De halfgod had de Peloponnesos ontdaan van monsters en zou voor zijn volgende zes werken reizen maken buiten de Peloponnesos.

De Kretenzische stier

Herakles’ zevende werk was het vangen van de Kretenzische stier. De bronnen zijn het oneens over de aard van dit beest: was het de vader van de Minotaurus of was dit het dier dat Europa vervoerde van Fenicië naar Kreta? Om het nog wat complexer te maken, wordt hetzelfde verhaal verteld over de Atheense held Theseus. In elk geval: men vertelde dat Herakles het ondier bedwong in de buurt van Marathon.

Lees verder “Herakles (2)”

Het Colosseum (7): Commodus

Commodus als Hercules Romanus (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het voorlaatste van acht blogjes over het Colosseum in Rome. Het eerste was hier.]

Gladiatoren waren zó populair dat keizer Caligula eens vaststelde dat het volk hun meer eer bewees dan hem. Verschillende vorsten (Caligula, Nero, Titus, Hadrianus, Lucius Verus, Commodus, Didius Julianus, Caracalla, Geta) trainden daarom in de kazerne. Niet alleen cultiveerden ze zo een mannelijk imago, maar ook straalde zo iets van de reputatie van de gladiatoren af op hen. Welbeschouwd is het niet vreemd dat Commodus probeerde zijn populariteit op te vijzelen door het niet bij trainen te laten, maar ook in het openbaar op te treden als jager en gladiator.

Eerst presenteerde hij zich aan het volk als Romeinse Hercules. Bij officiële gelegenheden liep hij met een knots in de hand en een leeuwenhuid over het hoofd (zie boven). Hij kan goede redenen hebben gehad zich zo te profileren, want destijds gold de heerserscultus als middel om een etnisch heterogene samenleving te verenigen. Caligula en Domitianus hadden zich op soortgelijke wijze gepresenteerd.

Lees verder “Het Colosseum (7): Commodus”

Cassius Dio

Portret van een Romein, ongeveer 230 na Chr. (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

We moeten het eens hebben over Cassius Dio. Ik noem hem regelmatig – op het moment dat ik dit schrijf is hij ruim 120 keer vermeld geweest – maar ik heb nooit een eigen blogje aan hem gewijd. Welnu: hij leefde van 164 tot pakweg 235 na Chr. en was, zoals hij niet moe wordt te benadrukken, een vooraanstaand Romeinse senator van Griekse afkomst. Hij had de zeer zeldzame eer tweemaal consul te zijn, in 204 en in 229, de laatste keer samen met keizer Severus Alexander. Dio zou desondanks volledig vergeten zijn als hij niet tevens de auteur was van een (Griekstalige) Romeinse Geschiedenis.

Een Griek van geboorte maar een Romein door overtuiging en behorend bij een rijke familie, was het eigenlijk onvermijdelijk dat Dio bestuursfuncties zou bekleden. Hij trad toe tot de Senaat tijdens de regering van Commodus (r.180-192), was consul in 204 en diende vanaf 217 als gouverneur in Asia, Africa Proconsularis (223) en Pannonia Superior. Enkele jaren later had hij dus de zeldzame eer van een tweede consulaat, nog wel met de keizer zelf.

Lees verder “Cassius Dio”

VIII Augusta aan de Rijn

Maquette van de basis van VIII Augusta in Straatsburg (Palais Rohan)

Ik eindigde mijn vorige blogje met de constatering dat VIII Augusta in 70 na Chr. van de Balkan naar het westen werd overgeplaatst. Daar was het eerst gestationeerd in Mirebeau-sur-Bèze, vijfentwintig kilometer van Dyon. Een tweede basis was Argentoratum, het huidige Straatsburg aan de Midden-Rijn. Hier beschermde het legioen een belangrijke rivierovergang in Germania Superior. Het legioen zou daar nog ruim drie eeuwen blijven.

Het Zwarte Woud

In 74 legden de legionairs een weg aan van Straatsburg naar Rottweil en Hufingen: dwars door het Zwarte Woud. Dit was niet alleen een aanzienlijke bekorting van de reistijd tussen de Rijn en de Boven-Donau; het was ook het begin van de bezetting van het huidige Baden-Württemberg of, zoals het destijds heette, de Agri Decumates. Een Romeinse verovering, maar in de zin dat het een grensbekorting was ook een defensieve maatregel: de consolidatie van het imperium was begonnen.

Lees verder “VIII Augusta aan de Rijn”