De slag bij Nikopolis aan de Donau

De nachtelijke slag bij Nikopolis aan de Donau (Zuil van Trajanus)

De meeste veldslagen uit de Oudheid kennen we dankzij geschreven bronnen. Een enkele keer hebben we daarnaast de beschikking over archeologische vondsten, wat de unieke situatie oplevert dat de normaal gesproken trage tijdschaal van de archeologie ineens toepasbaar wordt om een gebeurtenis van binnen één dag te reconstrueren. De slag bij Nikopolis is niets van dit alles. We kennen dit gevecht het beste van afbeeldingen. Van één afbeelding.

Eerst iets over de situatie. Ten noorden van de Donau lag het koninkrijk Dacië. Het lag binnen de grenzen van het huidige Roemenië, maar dat het ermee zou samenvallen is nationalistische propaganda van Nicolae Ceaușescu, die graag de eenheid van zijn land presenteerde als historisch voorbestemd. Feitelijk woonden binnen de Roemeens grenzen ook Geten, Sarmaten en andere volken. Tijdens de regering van keizer Domitianus (r.81-96) staken de Daciërs vrij onverwacht de Donau over om in het Romeinse Rijk te plunderen. Dat gebeurde vermoedelijk in de winter van 85/86. Het is niet helemaal duidelijk wat de Daciërs bewoog, want er waren verdragen. Misschien was Rome te traag geweest met de cadeaus die elke vazalvorst zo nu en dan verwachtte, maar dat is speculatie.

Lees verder “De slag bij Nikopolis aan de Donau”

Romeins Thracië en Moesië

De Via Egnatia in Filippoi

[Dit is het vijfde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Romeinse Republiek

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, kregen de Romeinen, in oorlog met de Macedoniërs, in de eerste helft van de tweede eeuw v.Chr. te maken met de Thraciërs. Komend vanaf de Adriatische Zee bouwden ze de Via Egnatia, die langs Thessaloniki naar het oosten voerde, langs de havensteden die de Grieken eeuwen eerder aan de Thracische zuidkust hadden gebouwd. Op de annexatie van Macedonië (in 146 v.Chr.) volgde de annexatie van het koninkrijk Pergamon, en daarmee was in elk geval de beheersing van het zuiden van Thracië voor Rome van enorm strategisch belang.

Het zou te ver voeren om hier alle conflicten te noemen die Rome in en rond Thracië heeft uitgevochten. Het was in elk geval nooit eenvoudig, zoals wel blijkt uit het feit dat de oorlog tegen de Bessers duurde van 119 tot 107 v.Chr. Al die tijd was de Via Egnatia niet helemaal veilig. Ook in de oorlogen tegen koning Mithridates VI Eupator van Pontus, een van de gevaarlijkste tegenstanders waarmee Rome te maken had in de eerste helft van de eerste eeuw v.Chr., werd gevochten in Bulgarije. Bij een van deze oorlogen moet Spartacus in Romeinse handen zijn gevallen: misschien als krijgsgevangene, misschien als verkochte slaaf.

Lees verder “Romeins Thracië en Moesië”

De Thraciërs (4)

Seuthes III (Archeologisch museum, Sofia)

[Dit is het vierde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Lysimachos

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, slaagde de Macedonische officier Lysimachos er in de jaren na de dood van Alexander de Grote (323 v.Chr.) niet in om de Odrysische leider Seuthes III te onderwerpen. De Macedoniërs imiterend stichtte ook Seuthes een stad die hij naar zichzelf noemde, Seuthopolis. (De resten ervan bevinden zich op de bodem van een stuwmeer in de Vallei van de Thracische Koningen.) De Panagyurishte-schat, die in Macedonië niet zou hebben misstaan, dateert uit deze jaren en bewijst dat de Thracische elite culturele aansluiting zocht bij de Grieks-Macedonische wereld.

Pas na een decennium lijkt Lysimachos de situatie meester te zijn geweest; Seuthes erkende hem als heerser, maar bleef zelf aan en lijkt nog rond 295 in leven te zijn geweest. Seuthes’ graf is teruggevonden in de Vallei van de Thracische Koningen en is interessant omdat het bronzen hoofd van Seuthes III ritueel is begraven in de toegang. Het lichaamloze hoofd doet denken aan de mythe dat het lichaamloze hoofd van Orfeus bleef zingen: een soort minachting voor de dood.

Lees verder “De Thraciërs (4)”

De Thraciërs (3)

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

[Dit is het derde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Perzische tijd

In mijn vorige blogje noemde ik de Perzische aanwezigheid in Thracië. Die begon toen koning Darius I de Grote de Bosporus overstak, een gebeurtenis die meestal wordt gedateerd rond 516 v.Chr. Zijn leger rukte op naar de Donau, waar de Geten weerstand boden maar werden onderworpen.noot Herodotos, Historiën 4.93. Daarna staken de Perzen de rivier over voor een campagne tegen de Skythen, waar we helaas weinig van begrijpen. Wat we wel begrijpen is dat een deel van de Thraciërs vanaf nu deel uitmaakte van het Perzische Rijk. Ze staan afgebeeld op de Apadana-reliëfs uit Persepolis en worden genoemd in diverse teksten.

De heuvel van Eïon, bij een riviermonding aan de Egeïsche noordkust, was de residentie van de bestuurder van de Perzische bezittingen in Europa. Deze versterking is in gebruik gebleven tot 476/475, toen de Atheners haar innamen. De Perzische aanwezigheid in Thracië duurde dus ongeveer veertig jaar, maar er is weinig over bekend, althans aan mij. Ik lees dat lokale vorsten daarna de macht overnamen, wat vooral blijkt uit de munten waarmee ze hun autonomie onderstreepten. Zoals ik al opmerkte, was het Odrysische koninkrijk, gelegen in het zuidoosten, in de vijfde eeuw het meest opvallend. Onze voornaamste bron, Herodotos, lijkt vooral dit gebied te beschrijven,noot Herodotos, Historiën 5.3-8.  al wekt hij de indruk ook de Geten te hebben bezocht. De Odrysen hadden goede relaties met de Atheners en de Krim.

Lees verder “De Thraciërs (3)”

De Thraciërs (1)

Thracisch alssnoer uit de IJzertijd (Historisch Museum, Sofia)

De Thraciërs wisten zelf niet dat ze bestonden. “Thraciërs” was oorspronkelijk de naam die de Grieken gaven aan de bewoners van het gebied ten noorden van de Egeïsche Zee. Toen er later Griekse steden ontstonden aan de westkust van de Zwarte Zee, duidden de bewoners hun buren in het achterland eveneens aan als Thraciërs. Uiteindelijk ging het om een regio die iets groter was dan het huidige Bulgarije. Zelf hebben de mensen die daar woonden, zich nauwelijks herkend als één volk. De Griekse onderzoeker Herodotos kent de namen van een stuk of tien groepen die hij beschouwt als Thracisch, latere auteurs kennen nog meer namen.

Of die werkelijk corresponderen met de zelfaanduidingen, is maar de vraag. Het is niet plausibel dat er in historische tijden een groep bestond met de legendarische, aan Homeros ontleende naam Kikonen, terwijl ook Melinofagoi, “giersteters”, niet klinkt als een authentieke Thracische naam. Sinds de thracologie een echte wetenschap is – laten we zeggen sinds de jaren zeventig – worden meestal vier groepen aangewezen: twee ten noorden van het Balkangebergte, dat als een horizontale lijn van oost naar west door Bulgarije loopt, en twee in het zuiden. Het zijn:

Lees verder “De Thraciërs (1)”

De gouden helm van Coțofenești

De gouden helm van Coțofenești

Eigenlijk wilde ik al een hele tijd een blogje schrijven over de gouden helm van Coțofenești, die onlangs is gestolen van de Dacië-expositie in het Drents Museum in Assen, samen met enkele armbanden waarover ik al eens blogde. Het kwam echter almaar niet van dat blogje. Maar overmorgen is hier een gastblogger die naar de diefstal zal verwijzen, dus nu kan ik het niet langer uitstellen. Zomaar wat vragen die bij mij opkwamen.

Vragen

Om te beginnen: waar komt het ding nou vandaan, hoe oud is het en is het wel afkomstig uit Dacië? De laatste weken lezen we dat de helm komt uit Coțofenești, maar toen die in 2019/2020 stond opgesteld in de Dacië-expositie in Tongeren, was hij nog afkomstig uit Vărbilău. En terwijl we nu lezen dat het voorwerp stamt uit het midden van de vijfde eeuw v.Chr., dateerde het in Tongeren nog uit 425 tot 375 v.Chr.

Lees verder “De gouden helm van Coțofenești”

Alexander de Grote op de Balkan

Het Balkangebergte, niet ver van waar Alexander de Grote de bergen overstak.

Wie zich bezighoudt met de geschiedenis van het oude Griekenland, focust al snel op Athene, waar de meeste bronnen vandaan komen, en op de stadstaten waarmee Athene in de klassieke tijd het meest te maken had: Sparta, Korinthe, Thebe, en in mindere mate ook Milete, Syracuse en Kyrene. Je zou haast over het hoofd zien hoe belangrijk de contacten waren met het noordelijk deel van het Egeïsche Zee-gebied. In het noordwesten lag Macedonië, in het noordoosten woonden de Thraciërs. De halve geschiedenis van het klassieke Athene draait om het beheer van Amfipolis, op de grens van de twee gebieden, waar het scheepshout vandaan kwam.

Goud

Het zuidoosten van het Balkanschiereiland had echter meer te bieden. Wie nu in het Drents Museum gaat kijken naar de expositie over Dacië, ziet het vele goud. Er waren ook goudaders in het huidige Bulgarije, terwijl de bewoners van Amfipolis ook al wisten waar het edelmetaal vandaan moesten halen.

Lees verder “Alexander de Grote op de Balkan”

Dacië in Assen

Portretkop uit Petetu

Ergens rond 5000 v.Chr, ontdekten de mensen van de zogeheten Gumelnița-cultuur, in het zuidoosten van het huidige Roemenië, hoe ze koper moesten bewerken. In de volgende eeuwen leerde men op de Balken ook hoe men goud smeden kon. De oudste gouden sieraden dateren, voor zover ik weet, van rond 4600 v.Chr. en komen uit de omgeving van het huidige Varna in Noordoost-Bulgarije. Dit is de tijd van de laatneolithische culturen, waaraan het Luikse Musée Grand Curtius in 2019 een heel mooie expositie wijdde. Varna kon u kort daarvoor leren kennen bij de tentoonstelling “Het oudste goud van de wereld” in Dordrecht.

Het gulden vlies

Het is geen toeval dat het edelsmeden is ontstaan aan de oostkant van het Balkanschiereiland, want er waren hier diverse metaaladers, zodat sommige rivieren rijk aan goudpoeder waren. Zoiets viel te winnen door rivierklei op een vacht neer te leggen en uit te spoelen, waardoor klompjes en poeder op de vacht bleven kleven. Wellicht is deze methode de achtergrond van de Griekse sage over het Gulden Vlies. In elk geval: al heel vroeg was er goudwinning op het oostelijke Balkanschiereiland.

Lees verder “Dacië in Assen”

Beschermde grafrovers

Het graf met de wolfskop (© foto B.S.Szmoniewski)

In 2022 ontdekte archeologe Valentina Voinea in het dorp Cheia in de Roemeense regio Dobruja (tussen de Donau en de Zwarte Zee) een Romeinse grafheuvel. Gedateerd rond 150 na Chr. en met een doorsnee van wel vijfenzeventig meter, bestond de inhoud uit twee graven. De overledenen waren waarschijnlijk Romeinen die tijdens de Romeinse kolonisatie van deze regio naar dit gebied waren gekomen.

Het eerste graf

Beide graven zijn interessant. Het ene bestond uit een houten kist met daarin het lichaam van de overledene en grafgiften. Het lichaam was, zoals in de regio gebruikelijk, ter plaatse verbrand, zoals blijkt uit de sterke verbranding van de muren en de bodem van de put. Vervolgens werd de put bedekt met houten planken en gedempt.

Lees verder “Beschermde grafrovers”

Herodotos als topograaf en etnograaf

Scheepsmodel uit Amathous (Cyprusmuseum, Nicosia)

[Voorlaatste van zeven stukken over de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Het eerste deel was hier.]

Herodotos beschrijft in de digressies (uitweidingen) allerlei verbazingwekkende gebruiken en gewoonten. Soms is het moeilijk hem te geloven. De Agathyrsers hebben hun vrouwen gemeenschappelijk, opdat zij allen broeders zijn en zonder jaloezie en haat kunnen samenleven. De Argippeeërs zijn kaal. Tempelprostitutie is een gewoonte in Babylon. Lydische mannen worden niet graag naakt gezien. De Neurers veranderen in weerwolven.

Om de vier jaar loten de Geten een man uit die aan hun god Salmoxis al hun wensen en verlangens kenbaar moet maken. Dat gaat als volgt in zijn werk: zij wijzen een aantal mannen aan die ieder drie speren vasthouden. Dan wordt door een groep anderen de persoon die de boodschap aan Salmoxis moet overbrengen aan handen en voeten beetgepakt en in de lucht gegooid zodat hij op de speerpunten terechtkomt. Komt hij bij die val om, dan betekent dit volgens hen dat de god hun welgezind is en zo niet, dan krijgt de boodschapper de schuld: hij moet wel een slecht mens zijn! (4.94)

Lees verder “Herodotos als topograaf en etnograaf”