
Een van de wonderen van het British Museum is de zogeheten Balawat Gate. Het gaat om de poort van een Assyrische tempel. Als u het museum binnen gaat, is links de garderobe, en onmiddellijk daarna is de zaal met deze tempelpoort. Als u de Steen van Rosetta ziet, bent u al te ver doorgelopen. De Balawat Gate is gevonden door archeoloog Hormuzd Rassam.
Hormuzd Rassam
Het verhaal van de archeologie in het Ottomaanse Rijk wordt vaak verteld alsof het gaat over westerse avonturiers die in het oosten de fundamenten – in meer dan één betekenis – van de beschaving opgroeven. Onwaar is dat niet, incompleet is het wel, want er waren volop Ottomaanse archeologen, waarvan Osman Hamdi de bekendste is. Hormuzd Rassam, geboren in Mosul, was een ander.
Hij was een veteraan, die het metier had geleerd tijdens Layards eerste expeditie naar Nimrud, vervolgens had gestudeerd in Oxford, en had behoord bij Layards staf tijdens zijn latere expedities. Rassam vond onder meer het kleitablet met het Zondvloedverhaal (onderdeel van het Epos van Gilgameš), deze stèle en de Cyruscilinder.
Zo’n Ottomaans staflid was handig in een Britse expeditie, want als er eens een Frans team even verderop was en men afsprak dat Fransen weg bleven van het Engelse deel en vice versa (noodzakelijk om te beletten dat de vondsten verkeerd geregistreerd zouden worden), konden de Britten hun Ottomaan naar het Franse terrein sturen om daar de leukste vondsten weg te vissen. Toen Rassam eenmaal directeur was van de Britse opgravingen, was deze praktijk afgelopen.

Post uit Mesopotamië
In elk geval: op een dag in 1877 ontving Rassam, die op dat moment in Londen was, een postpakket met daarin enkele broze bronzen platen, waarop in reliëf afbeeldingen waren aangebracht van Assyrische legers. Zijn Iraakse correspondent schreef dat ze halverwege Nineveh en Nimrud waren gevonden in Tell Balawat; u kunt het kennen omdat de paus er in 2021 op visite is geweest. Het is het antieke Imgur-Enlil.
In het volgende jaar moest Rassam sowieso in Nineveh zijn, dus hij nam de gelegenheid ook in Tell Balawat te graven. Hij ontdekte de resten van een bijna zeven meter hoge poort. Of beter: hij vond de reliëfs, lange bronzen banden, op de plek waar ze op de houten deuren gezeten hadden, maar het hout was compleet vergaan.
Op de bronzen reliëfbanden, afkomstig uit de tijd van Šalmaneser III (r.859-824), stonden allerlei oorlog- en jachtscènes afbeeld. Ook zien we de uitkomst van de oorlog: het afdragen van tribuut en het spietsen van verslagen tegenstanders. We zien religieuze plechtigheden en triomftochten. Er zijn allerlei interessante details die we alleen via deze bronzen banden kennen, zoals de vorm van schepen en steden in vreemde landen.
Rel
De Balawat Gates zijn de inzet geweest van een vervelende rel. Enkele jaren later bezocht E. A. Wallis Budge, de conservator van het British Museum, Tell Balawat. Ik noemde hem al eens. Hij vond het moeilijk voorstelbaar dat een zo belangrijke vondst was gedaan op een zo onbeduidende site. Hij opperde dat de reliëfbanden ergens anders vandaan moesten komen en dat Rassam ze via zijn familie in Sippar had verworven – niet opgegraven. Hij zou het beste materiaal voor zichzelf hebben gehouden en rommel hebben gestuurd naar het museum.

Rassam accepteerde de beschuldiging van datafraude niet. Hij stapte naar de directie van het museum, legde uit dat hij geen familie in Sippar had, toonde aan dat hij geweldig mooi materiaal aan het museum had geschonken (zoals u nu nog altijd kunt zien) en eiste excuus. Wallis Budge maakte een halfslachtige verontschuldiging, waarop Rassam naar een rechtszaak opende wegens laster. Het bewijsmateriaal en de verklaring van de directie van het museum overtuigden wel de rechter maar niet de jury, die geen geloof wilde hechten aan de woorden van een Chaldeeuws-katholieke immigrant, en zich uitsprak voor Wallis Budge.
Rassam was mentaal gebroken. Hij liet bij zijn dood in 1910 zijn papieren én de reliëfs die hij als postpakket had ontvangen, na aan de Amerikaanse econoom Alexander del Mar. Deze reliëfs zijn nu te zien in een museum in Baltimore. Andere fragmenten zijn te zien in het Louvre.
Rassams rehabilitatie
Vele jaren later, in 1955, renoveerde het British Museum zijn depots en daar vond met tot ieders verbazing dozen met daarin bronzen reliëfbanden van een tweede poort uit Tell Balawat. Die was gebouwd door Šalmanesers vader Aššurnasirpal II (r.883-859). Rassam had ze opgegraven en naar het museum gestuurd, waar ze waren vergeten. Niet alleen was Rassam hiermee gerehabiliteerd, het was nu ook vastgesteld dat Wallis Budge totaal niet wist wat hij in zijn eigen museum had liggen.

De ontdekking was de aanleiding voor een nieuwe expeditie naar Tell Balawat. Het museum vertrouwde die toe aan de Britse archeoloog Max Mallowan. Die ontdekte nog een derde tempelpoort, eveneens gebouwd door Aššurnasirpal. Deze bronzen reliëfs zijn nu in het museum van Mosul, dat in 2003 en 2015 is geplunderd. Ik heb dat museum niet bezocht dus ik weet niet wat er nog is.
Mallowans onderzoek is voortijdig afgebroken door de coup d’état van Abdul-Karim Qasim, waarbij koning Faisal en zijn familie werden vermoord. Bij mijn weten is het onderzoek nooit hernomen, dus wie weet wordt op die zo onbeduidende site nog eens een zo belangrijke vondst gedaan.
Zelfde tijdvak
Verdwaald in de catacombenoktober 23, 2024
De Mainzer Beobachter (die van Multatuli)april 21, 2019
Sint-Charbelnovember 30, 2025

Portretfoto’s zoals die van
Hormuzd Rassam behoren tot de hoogtepunten van de Victoriaanse portretfotografie waar ik een groot bewonderaar van ben.
Ik heb een maar vermoeden dat in Nederland een (amateur)archeoloog van Marokkaanse of Turkse afstand ook niet voldoende serieus wordt genomen.
Zijn die er dan?
Overigens is die Hormuzd Rassam een razend interessant figuur. Hij werd door Groot Brittannië als ambassadeur naar Ethiopië gezonden toen keizer Tewodros daar enkele Europese missionarissen gevangen had genomen. Rassam was een diplomaat die met zachte hand probeerde de gevangenen vrij te krijgen. Het werkte niet. Rassam werd zelf ook gevangen gezet, zodat de Britten besloten in 1867/68 een leger vanuit India met olifanten en al, naar Ethiopië te sturen om de gevangenen te bevrijden.
Tewodros leek bijna nieuwsgierig om toe te kijken hoe zijn leger in de pan gehakt zou worden door het moderne Britse leger, wat dan ook gebeurde en Tewodros vond zelf ook de dood.
Groot Brittannië had geen koloniale ambities in Ethiopië, dus toen de gevangenen eenmaal bevrijd waren, keerden ze terug naar huis.
Jaren geleden las ik The Blue Nile van Alan Moorehead, waar dit fascinerende en onbekende verhaal verteld wordt en daar ken ik Rassam van.