We moeten het eens hebben over archeoloog Theodor Wiegand (1864-1936). Zomaar, omdat het maandag is en omdat hij gewoon interessant is.
Maar eerst even terug naar de late negentiende eeuw. Het Duitse keizerrijk legitimeert zich als voortzetting van het Romeinse Rijk, want de keizertitel is via Karel de Grote en het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie uiteindelijk beland bij Wilhelm II, die zich aandient als een moderne Antoninus Pius. In Constantinopel heerst sultan Abdulhamid II, die resideert in een oud-Romeinse keizerlijke hoofdstad. De twee gekroonde hoofden hebben een zekere belangstelling gemeen. En in hun landen zijn archeologische diensten.
De apotheose-scène in het Parthenmonument (Ephesos-Museum, Wenen)
Berggasse 19. De Stephansdom. Het gebouw van de Wiener Secession. The Third Man. Het Kunsthistorisch Museum. Het Hundertwasserhaus. Het Mathematisches Seminar der k. und k. Universität. Eigenlijk alles wat k. und k. is. De Venus van Willendorf. De Staatsopera. Er zijn vele redenen om naar Wenen te gaan en ik hoop er binnenkort iemands verjaardag te kunnen vieren.
En dan hoop ik ook het Ephesos-Museum te kunnen bezoeken, waar de vondsten zijn te zien van de Oostenrijks-Hongaarse archeologische campagnes die vanaf 1896 plaatsvonden in Efese, de hoofdstad van de Romeinse provincie Asia. Omdat de Ottomaanse archeoloog Osman Hamdi in 1907 de sultan overtuigde de export van oudheden te verbieden, zijn er geen recentere vondsten te zien, hoewel in Efese nog altijd Oostenrijks onderzoek plaatsvindt.
Een van de reliëfs uit Balawat: de capitulatie van Tyrus (British Museum, Londen)
Een van de wonderen van het British Museum is de zogeheten Balawat Gate. Het gaat om de poort van een Assyrische tempel. Als u het museum binnen gaat, is links de garderobe, en onmiddellijk daarna is de zaal met deze tempelpoort. Als u de Steen van Rosetta ziet, bent u al te ver doorgelopen. De Balawat Gate is gevonden door archeoloog Hormuzd Rassam.
Hormuzd Rassam
Het verhaal van de archeologie in het Ottomaanse Rijk wordt vaak verteld alsof het gaat over westerse avonturiers die in het oosten de fundamenten – in meer dan één betekenis – van de beschaving opgroeven. Onwaar is dat niet, incompleet is het wel, want er waren volop Ottomaanse archeologen, waarvan Osman Hamdi de bekendste is. Hormuzd Rassam, geboren in Mosul, was een ander.
Hij was een veteraan, die het metier had geleerd tijdens Layards eerste expeditie naar Nimrud, vervolgens had gestudeerd in Oxford, en had behoord bij Layards staf tijdens zijn latere expedities. Rassam vond onder meer het kleitablet met het Zondvloedverhaal (onderdeel van het Epos van Gilgameš), deze stèle en de Cyruscilinder.
Een Mithrasgroep uit Sidon, vervaardigd in de laatste jaren van de vierde eeuw. V.l.n.r,: Mithras draagt de stier weg, Cautopates, tauroktonie, Cautes, en Chronus (tijd)
Er kan maar één plek ter wereld zijn waar je het allervaakst van de ene verbazing naar de andere wordt geworpen. Dat is natuurlijk het Louvre in Parijs, het grootste en mooiste en meest bezochte en beste museum op deze planeet. Een van de minder drukke afdelingen is gewijd aan het Romeinse Nabije Oosten: Egypte dus en de voormalige Franse mandaatgebieden in de Levant. Hier is ook de wonderbaarlijk goed bewaarde sculptuur te zien die is gevonden in een aan Mithras gewijde tempel in Sidon.
Alleen, alles aan deze vondst is omstreden.
Om te beginnen: de vinder. Hij heette Edmond Durighello en was de Franse vice-consul in de Libanese havenstad. Hij was ook een nogal gretige verzamelaar die het met de Ottomaanse regelgeving niet zo nauw nam. In 1881 zou hij de beelden hebben gevonden. Acht jaar later droeg hij ze over (of verkocht hij ze) aan de verzamelaar Louis Le Clercq, die ze later aan het Louvre deed toekomen. Omdat de Ottomaanse autoriteiten enkele verplichtingen aan Durighello niet waren nagekomen, weigerde deze de locatie van de Mithrastempel bekend te maken. Ik weet niet wat hier speelde, maar dit waren de jaren waarin Osman Hamdi in Sidon actief was, en ik sluit niet uit dat die vertikte Durighello’s illegale opgraving te legitimeren.
Osman Hamdi, de belangrijkste archeoloog van het Ottomaanse Rijk (Archeologische Musea, Istanbul)
De vijftien essays uit Scramble for the Past belichten een verhaal dat onder oudheidkundigen zeker niet onbekend is. Een archeoloog, die tijdens zijn studie Triggers History of Archaeological Thought heeft gelezen, of een assyrioloog, die Larsens Conquest of Assyria las, kent althans sommige hoofdlijnen en redacteuren Zainab Bahrani, Zeynep Çelik en Edhem Eldem vatten die, enigszins ten overvloede, nog eens samen in hun inleiding.
Europese avonturiers
De Description de l’Égypte. Rechtsbovenaan verjaagt de zonnegod Bonaparte de inheemse barbarij.
Europa heeft altijd belangstelling gehad voor het Nabije Oosten, waarvan men wist dat er eeuwenoude beschavingen hadden bestaan. Er is een doorlopende traditie van verre reizen, die al vaker is beschreven (bijv. door Wolff inHow Many Miles to Babylon?). Aan het begin van de negentiende eeuw werd deze belangstelling echter meer wetenschappelijk, waarbij een belangrijke rol was weggelegd voor de Description de l’Égypte, het tussen 1809 en 1822 verschenen rapport van de onderzoekers die (tot ongenoegen van de jonge generaal Bonaparte) in 1798 meegingen met het Franse expeditieleger naar Egypte. Toen Jacques-Joseph Champollion de hiërogliefen ontcijferde, was duidelijk dat onze kennis van de oudste beschavingen daadwerkelijk vergroot kon worden, en dit bevorderde nog meer onderzoek.
Sarcofaag van Tabnit (Archeologische musea, Istanbul)
De negentiende eeuw zag het ontstaan van de wetenschappelijke archeologie. Was het opgraven van oude voorwerpen altijd een speurtocht naar kunst geweest, nu groeide het besef dat het bodemarchief meer bood dan alleen mooie voorwerpen. In Italië valt te wijzen op de opgravers van Herculaneum, waar kunsthistorische rovers het al in de achttiende eeuw aflegden tegen mensen met een algemenere ontwikkeling. Voor zover ik weet waren zij de eersten die de Griekse term die ze in hun Latijnse correspondentie gebruikten voor hun werkzaamheden, ook gebruikten in de volkstaal: ze waren archeologen, “oudheid-kundigen”, en bestudeerden de archeotetes, “oudheden” omwille van de logos, de wetenschap. In Nederland was de Valtherbrug bij mijn weten de eerste opgraving met een wetenschappelijke inslag.
Ottomaanse archeologie
Ook in het Ottomaanse Rijk ontstond wetenschappelijke belangstelling voor het materiële aspect van de antieke cultuur. Je denkt “ze imiteerden westerse ideeën” en je hebt gelijk, maar het is complexer dan dat. Het boek Scramble for the Past toont dat de diverse volken in het rijk van de Sultan – de Grieken, de Arabieren, de Armeniërs, de Joden – al eerder belangstelling ontwikkelden voor hun verledens. Maar het was niet alleen daar dat de nieuwe wetenschappelijke inzichten konden rekenen op warme belangstelling. De centrale overheid was eveneens geïnteresseerd. De grootste speler was Osman Hamdi. Zijn buste verwelkomt nog altijd de bezoekers in de musea die hij in Istanbul stichtte.
Detail van de Alexandersarcofaag (Archeologisch Museum van Istanbul)
Een maand geleden reed ik met twee vrienden van Beiroet naar Tyrus. Onderweg kwamen we door Sidon, dat we op de terugweg zouden bezoeken en waar we deze dag slechts stopten omdat het tijd was om te lunchen. We aarzelden niet toen we een McDonald’s zagen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.