
[Dit is het tweede en laatste deel van een door Jeroen Wijnendaele geschreven gastbijdrage over Julianus de Afvallige. Het eerste deel was hier.]
Burgeroorlog
[13] Het keerpunt was het jaar 353, toen Constantius II zegevierde in een dodelijke burgeroorlog. Die kostte het Rijk duizenden en duizenden soldaten. Een tijdgenoot riep uit wat een totale verspilling dit was (nogmaals: kostbare hulpbronnen!). Het imperium was nu verzwakt. Vervolgens betekende Julianus’ usurpatie in 360 dat Constantius troepen moest weghalen bij de Perzische grens, die hij bijna een kwart eeuw vakkundig had verdedigd.
[14] Julianus had zich in Gallië als een commandant bewezen door in het Rijnland efficiënt op te treden tegen de Alamannen en de Franken. Maar met zijn usurpatie en – vervolgens – het wegnemen van troepen om op te rukken tegen Constantius II, was hij verantwoordelijk voor de ontwrichting van een systeem dat in het Westen naar behoren werkte.
[15] Toen hij zijn burgeroorlog tegen Constantius II eenmaal was begonnen, maakte Julianus de ene fout na de andere. Hij slaagde erin de steun van Africa te verliezen, stond zijn tegenstanders toe zijn aanvoerlijn vanuit Italië via Aquileia af te snijden, en liet zich in Illyricum in het nauw drijven.
[16] Hij had echter geluk. Constantius overleed terwijl hij oprukte tegen Julianus. In een laatste blijk van goed staatsmanschap liet hij het Romeinse Rijk na aan zijn neef. Dat beëindigde de burgeroorlog voordat er een dodelijke veldslag was geweest die weer kostbare soldatenlevens zou hebben gekost.
Julianus alleenheerser
[17] Julianus was echter voorbestemd om een mislukt parvenu te worden. Toen hij eenmaal alleenheerser was, bleek hij vastbesloten allerlei zaken anders aan te pakken. Dat betekende echter niet per se dat het nieuwe beleid beter was.
[18] Een recent artikel van Kevin Feeney laat zien hoe Julianus zijn adviesraad zó herschikte dat ze bestond uit mensen met wie de keizer religieus op één lijn zat. Een ander verschil met eerder (en later) beleid was dat religie het voornaamste criterium was bij de benoeming van de hoogste militaire leiders. De keizer achtte religieuze overeenstemming belangrijker dan ervaring.
De totale mislukking
[19] En daarmee komen we bij de veldtocht tegen het rijk van de Sassaniden, Perzië. Julianus verzamelde 60.000 soldaten uit zowel het oostelijke als het westelijke veldleger. Het was het grootste leger dat het Laat-Romeinse Rijk mobiliseerde voor één veldtocht. Gegeven de enorme investeringen, zijn de resultaten alleen te typeren als een totale mislukking.
[20] Het grote aantal manschappen suggereert dat Julianus een beslissende klap wilde uitdelen. Als hij alleen maar een succesvolle inval had willen uitvoeren, had hij kunnen volstaan met een paar duizend man, zoals toekomstige generaals ten tijde van Theodosius II en Justinianus herhaaldelijk deden. Toen Julianus de terugtocht aanvaarde zonder Ktesifon te hebben kunnen innemen, had hij feitelijk zijn oorlog verloren.

[21] Maar dat was niet eens zijn grootste mislukking. Dat was dat hij sneuvelde in de strijd. Zoiets was sinds de dood van keizer Decius in 251, dus een eeuw eerder, niet meer gebeurd. Julianus had bovendien geen opvolger aangewezen, waardoor hij het Romeinse bestel catastrofaal verzwakte.
[22] Immers, met een zeventig jaar durende, ononderbroken reeks keizers sinds Constantius I Chlorus, was het Huis van Constantijn de meest succesvolle dynastie in tijden. Niemand trok de geloofwaardigheid van deze heersers in twijfel. Met Julianus kwam een einde aan die stabiliserende factor.
[23] Dat Julianus stierf zonder opvolger was al een politieke crisis van formaat. Maar hij liet ook nog eens een keizerlijk leger achter dat was gestrand op vijandelijk terrein, zonder adequate aanvoerlijnen (iets wat Julianus ook had verprutst), voortdurend aangevallen worden door een professioneel getrainde vijand. De veldtocht was niets anders dan een totale mislukking.
De lange termijn
[24] Wat waren de gevolgen voor de lange termijn? De prijs voor de aftocht uit vijandig gebied was onvermijdelijk: afstand doen van waardevolle steden. Dat was zeker schadelijk voor het Romeinse prestige. Het alternatief, voortzetting van de strijd, zou echter de ondergang van eerst het leger en dus vervolgens alle oostelijke gebieden zijn geweest. De nieuwe keizer, Jovianus, had weinig keuze.
[25] Hoewel het leger werd gered, keerde de rust in de Levant pas terug met het verdrag dat keizer Theodosius in 383 sloot met Shapur III. Dit betekende dat de keizer in Constantinopel twee decennia lang op alle fronten weinig speelruimte had. Zo droeg Julianus’ falen bij aan het uiteindelijke falen van Valens in de catastrofale slag bij Adrianopel.
[26] Dat brengt ons bij een ander gevolg: Julianus’ mislukking was ook die van het keizerschap zelf. Julianus was de laatste van zijn dynastie. Zijn directe opvolgers waren allemaal compromiskandidaten, gekozen door hoge militairen. Die kregen zo meer invloed op het beleid dan eerdere keizers ooit zouden hebben geaccepteerd.
[27] Dat echter zowel Julianus als Valens, de laatste slechts vijftien jaar na de eerste, in de strijd omkwamen, is een van de belangrijkste factoren geweest in de transformatie van het keizerschap: de komende twee eeuwen waren de heersers geen rondreizende opperbevelhebbers meer die de grenzen bewaakten, naar ceremoniële paleiskeizers.
[PS] Voor meer informatie over deze materie verwijs ik naar het boek dat ik momenteel schrijf: Rome’s Disintegration. War, Violence, and the End of Empire in the West. Ik ben bijna halverwege!
[Deze gastbijdrage van Jeroen Wijnendaele, de auteur van De wereld van Clovis, verscheen eerder in het Engels op Bluesky. Dank je wel Jeroen!]
Zelfde tijdvak
Liberchiesjuli 24, 2020
De veerkracht van het Romeinse Rijkdecember 19, 2024
NWA: De kersteningdecember 19, 2016

“Voor meer informatie over deze materie verwijs ik naar het boek dat ik momenteel schrijf (…) Ik ben bijna halverwege!”
Goed zo, Jeroen, maar wel een beetje opschieten graag!
Ben een veeleisende fan; weet ik. Deze 2 blogs zijn weer zeer verhelderend en stillen mij info-honger weer voor eventjes. Juist daarom verwacht ik dat hij spoedig terug komt in de vorm van klophonger.
Ik kan in afwachting de uitstekende podcast aanraden van Robin Pearson over de Byzantijnen, die al begint bij het oostelijke deel van het Romeinse rijk in de 4de eeuw, met de dynastie van Constantijn.
Een van de zaken die ik daarvan heb onthouden was dat de oorlogen tussen Rome en Perzië sterk bepaald werden door de mate waarin de veldheren zich rekenschap gaven van het terrein. Zo moest je in de Kaukasus, laat staan in het Zagros-gebergte niet rekenen op reguliere veldslagen zoals op Turkse of andere vlakten. Of je nu wou of niet, guerrilla avant la lettre was de te volgen tactiek.
Ik herinner me niet meer welke fouten Julianus precies gemaakt heeft, maar als hij een prutser was, zal daar zeker bij geweest zijn om zich voor te bereiden op een open slag in bergachtig terrein.
Een ander element dat ik onthoud betreft het verbazingwekkende, immense belang van religie in de keizerlijke politiek van de Byzantijnen (in feite “late Romeinen”). Niet alleen moesten de keizers de diverse facties bijeen houden, vaak hielden ze zichzelf voor dat ze het ganse rijk op één religieuze lijn zouden krijgen, met concilies, dictaten of moordpartijen. Het lijkt een onontkoombare consequentie van het monotheïsme dat er maar één interpretatie de juiste kan zijn, en dat de halve bevolking moet plooien of sneuvelen. Dat hebben we bij ons gezien in de dertigjarige oorlog en recenter in de tegenstellingen tussen sjiïeten en soennieten.
In het oude Rome kon je perfect Romein zijn en een totaal ander geloof aanhangen, of eens gaan bidden tot een nieuwe god in het pantheon, voor de verandering. De klassieke cesuur van dat ruimdenkende polytheïsme en het genadeloze monotheïsme, zeg maar de scheiding van Kerk en Staat, is het visioen van Constantijn, maar oorzaak en gevolg spelen daar hun gebruikelijke spelletje.
Er zijn best perioden waarin geloven naast elkaar konden bestaan, zij het dat een van de religies vaak een bevoorrechte positie had (zonder de anderen gedwongen te bekeren of te vermoorden). Bijvoorbeeld Bohemen voor de dertigjarige oorlog of het Ottomaanse Rijk in de 16e en 17e eeuw. Maar helaas is het vaak zo dat de fanatieksten van een bepaalde geloofsrichting de overhand krijgen.
“verwijs ik naar het boek dat ik momenteel schrijf”
Verzoeke reclame te maken en wel op deze blog, zodra het uitgegeven is. Dat is het soort reclame dat ik van harte aanmoedig.
Ik ook. Het is alleen nog niet helemaal duidelijk of het een wetenschappelijk werk wordt of een publieksboek. (Ik zit niet diep genoeg in de materie voor het eerste.)