Byzantijns Thracië

Het slagveld van Adrianopel

[Dit is het laatste van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Volksverhuizingen, deel één

Ik heb op deze blog regelmatig aangegeven dat de Grote Volksverhuizingen niet zo groot waren, dat er zelden hele volken bij waren betrokken en dat er eigenlijk ook niet meetbaar meer werd verhuisd dan anders. Op die regel zijn wel wat uitzonderingen, en het diocees Thracië is er daarvan een.

Om te beginnen verzochten in 375 allerlei groepen uit de noordelijke gebieden of ze zich mochten vestigen in het Romeinse Rijk. Het ging om de Goten die bekendstaan als Tervingi, maar er waren ook andere migranten. Zo’n verzoek was niet uniek en keizer Valens zag, zoals al zijn voorgangers in soortgelijke situaties, een gelegenheid om nieuwe boeren en belastingbetalers te werven. Dit keer liepen de zaken uit de hand. Weggelopen slaven en onderdrukte Thracische boeren sloten zich erbij aan – ook geen nieuw verschijnsel – en in 378 sneuvelde de keizer, die probeerde de groep in het gareel te dwingen, in de slag bij Adrianopel. Later auteurs zouden beweren dat de migranten waren opgejaagd door de naderende Hunnen (die op dit moment echter niet de geduchte vijand waren die ze een halve eeuw later zouden zijn) en dat ze in Adrianopel zouden hebben aangestuurd op een conflict (wat maar de vraag is).

Lees verder “Byzantijns Thracië”

“Barbaren” in het Romeinse leger

Je kunt Elon Musk natuurlijk niet kwalijk nemen dat hij ondeskundige historische commentaren geeft. Als we immers iedereen zouden gaan corrigeren die op de proppen komt met een onjuiste historische analogie, kunnen we aan de gang blijven. Er is geen wetenschap waar amateurs zó vaak denken dat ze kunnen meepraten. Terwijl de simpele waarheid deze is: vrijwel alle historische analogieën zijn incorrect. Degenen die ze te berde brengen, doen dat om u een mening op te dringen over het heden, niet omdat ze geïnteresseerd zijn in het verleden of daar überhaupt verstand van hebben.

Hoewel historische incompetentie dus te ingeburgerd is om nog redelijkerwijs laakbaar te zijn, is het zinvol te kijken waar Musks fouten zitten. Jeroen Wijnendaele, de auteur van De Wereld van Clovis, nam op Twitter de handschoen op. Hier is een vertaling.

Lees verder ““Barbaren” in het Romeinse leger”

De verdwijning van het keizerschap

Valentinianus II (Bodemuseum, Berlijn)

Eén van de kwesties die tot vervelens toe terugkeren, is die van de zogenaamde val van het Romeinse Rijk. Wanneer mensen daarover beginnen, gaat het eigenlijk steevast over de verdwijning van het keizerlijk gezag in westelijk Europa in de loop van de vijfde eeuw na Chr. Op andere terreinen overheerste de continuïteit. Jeroen Wijnendaele wijdde er een tijdje geleden op Twitter een draadje aan, waarin hij het interne geweld centraal stelde.

***

1. De vraag wat de oorzaak was van de verdwijning van het keizerschap uit de westelijke provincies van het Romeinse Rijk, kan verder worden verfijnd. Keizer Justinianus herstelde immers het keizerlijk gezag over diverse westelijke regio’s (inclusief Rome). Zijn opvolgers regeerden nog eeuwenlang over delen van Italië. In Apulië zelfs een half millennium!

2. Waar we uiteindelijk mee te maken hebben, is niet de verdwijning van het keizerlijke gezag, maar de verdwijning van het West-Romeinse keizerschap als zodanig. Dit verdwijnt eind vijfde eeuw en zal nooit meer terugkeren. Als we het hebben over “de val van Rome”, dan gaat het feitelijk hierom. Dus wat gebeurde er?

Lees verder “De verdwijning van het keizerschap”

XI Claudia aan de Donau

Grafsteen van een soldaat van XI Claudia (Archeologisch Museum, Zagreb)

In 101 na Chr., dertig jaar na aankomst in Windisch, werd XI Claudia, waarover het vorige blogje ging, overgeplaatst naar Brigetio (Szöny) in Pannonia Inferior gestuurd. Van hieruit moet het legioen hebben deelgenomen aan de Dacische Oorlog van keizer Trajanus (101-106).

Vóór 114 werd het legioen opnieuw overgeplaatst, en wel naar Durostorum in Moesia Inferior, het huidige Silistra. Hier, niet ver van de delta van de Donau, zou de eenheid drie of vier eeuwen blijven. De rekruten waren steeds vaker jonge mannen uit het nabijgelegen Thracië.

Lees verder “XI Claudia aan de Donau”

De laat-Romeinse religie

Deze Mithrasgroep uit Sidon toont dat de oude religie nog bestond in de laatste jaren van de vierde eeuw.

In Een kennismaking met de oude wereld noemen De Blois en Van der Spek de doorbraak van het christendom als een van de wezenlijke kenmerken van de Late Oudheid. Dat lijkt me correct, al zou het misschien beter zijn te spreken van de doorbraak van de orthodoxie. Christus had al heel lang talloze vereerders en zelfs degenen die Christus niet vereerden, ontkenden niet dat het ging om een van de vele bovennatuurlijke entiteiten. (Nu ik dit schrijf, vraag ik me af of degenen die de eerste christenen vervolgden, de aan Christus toegeschreven meer-dan-menselijke eigenschappen ontkenden. De Romeinen vervolgden ook joden, astrologen en Isisaanhangers en ik kan me niet herinneren gelezen te hebben dat de magistraten de goddelijkheid van Jahweh, de sterren of Isis in twijfel trokken.) Ook waren vrijwel alle heidenen in de vierde eeuw monotheïsten. Dus misschien moeten we die doorbraak van het christendom wat anders typeren.

Kerstening

Het proces dat zich in de vierde eeuw voltrok, was dat de monotheïsten steeds vaker hun ene god identificeerden met God de Vader en Christus als middelaar accepteerden. Het was minder ingrijpend dan wel wordt gedacht en de weerstand tegen het christendom was zo groot niet.

Lees verder “De laat-Romeinse religie”

De slag bij Adrianopel

Het slagveld van Adrianopel, bezien vanuit het zuidwesten

Twitter, dat was ooit leuk, tot schreeuwlelijkerds er de toon gingen zetten en Elon Musk er de macht overnam. Evengoed stonden er best leuke dingen, zoals de vier draadjes die de Gentse oudhistoricus Jeroen Wijnendaele in 2021 en 2022 postte over de Late Oudheid. Hier is de eerste, over de slag bij Adrianopel op 9 augustus 378, voor u vertaald in het Nederlands. Het origineel is hier; meer materiaal van Wijnendaele is daar.

***

1. Als u vandaag last heeft van de zomerhitte, denk dan even aan de soldaten die op deze dag in 378 na Chr. streden bij Adrianopel. Het Oost-Romeinse leger onder leiding van keizer Valens leed een vreselijke nederlaag tegen Gotische groepen die twee jaar eerder asiel hadden aangevraagd.

2. We weten niet precies wat de stammen der Greutungi en Tervingi ertoe had gebracht om in 376 te verzoeken de Donau te mogen oversteken. Wellicht motiveerde een combinatie van stammentwisten en de eerste berichten over de nadering van de Hunnen over de steppen ten noorden van de Zwarte Zee, de leiders om toestemming te vragen.

3. Er moet nadrukkelijk op worden gewezen dat dit geen massale migratie van alle Gotische stammen is geweest. Sommige stammen zullen nog vele generaties in hun oorspronkelijke gebieden wonen. De Gotische taal is tot ver in de Vroegmoderne Tijd gesproken op de Krim.

Lees verder “De slag bij Adrianopel”

De vijfde eeuw (1)

Re-enactors van een laat-antiek Romeins leger (© re-enactmentgroep Fectio)

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Dat leidde tot leuke reacties en een van de “reaguurders”, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp eens op een rijtje te zetten. Zijn enthousiaste stuk van ruim zesduizend woorden zal hier de komende tijd verschijnen. Ik heb het wat aangepast aan de conventies die ik op deze blog hanteer en laat hem verder met plezier aan het woord.]

De vijfde eeuw begint voor mij op 9 augustus 378 met de Slag bij Adrianopel, waar “barbaarse” groepen onder leiding van Alatheus, Fritigern en Saphrax de Oost-Romeinse keizer Valens doden, zijn legers vernietigend verslaan en het Oost-Romeinse Rijk in chaos storten. De vijfde eeuw eindigt op 4 september 476, de dag dat de “barbaar” Odoaker de laatste keizer van het West-Romeinse Rijk, Romulus Augustulus, een kind nog, afzet en Italië als koning (rex) onder zijn eigen gezag verder leidt.

Lees verder “De vijfde eeuw (1)”

Jan van Aken, De afvallige

Full disclosure: de Nederlandse schrijver Jan van Aken woonde tot voor kort bij me om de hoek, in een mooie woonboot. We delen een belangstelling voor het verleden en onze boeken worden uitgegeven door dezelfde uitgeverij. Toen Van Aken schreef aan De afvallige, hebben we de tekst verschillende keren besproken, en toen de tekst af was, heb ik hem in zijn geheel gelezen en becommentarieerd. U weet nu dus wat u hebt aan mijn oordeel als ik u zeg dat De afvallige een heerlijk boek is.

Wie de eerdere boeken van Van Aken las, weet welke personages hij mag verwachten: verslaafden, zwervers, soldaten, vorsten en geletterden met ongebruikelijke opinies. De verslaafde doet zich dit keer niet, zoals in Het fluwelen labyrint, tegoed aan harddrugs, maar kan niet zonder wijn. De zwerftochten gaan dit keer niet, zoals in Koning voor een dag, naar Egypte, maar door het hele Romeinse Rijk, van Trier via Constantinopel en Antiochië tot Damascus. De geletterde is dit keer geen pythagorese filosoof, zoals in De dwaas van Palmyra, maar een bisschop-intrigant. Stuk voor stuk interessante karakters, met wie je ook in het echt wel eens een glas teveel wil drinken, een reis wil maken en een goed gesprek wil voeren.

Lees verder “Jan van Aken, De afvallige”