Het falen van Julianus de Afvallige (2)

Julianus de Afvallige (Staatliche Münzsammlung, München)

[Dit is het tweede en laatste deel van een door Jeroen Wijnendaele geschreven gastbijdrage over Julianus de Afvallige. Het eerste deel was hier.]

Burgeroorlog

[13] Het keerpunt was het jaar 353, toen Constantius II zegevierde in een dodelijke burgeroorlog. Die kostte het Rijk duizenden en duizenden soldaten. Een tijdgenoot riep uit wat een totale verspilling dit was (nogmaals: kostbare hulpbronnen!). Het imperium was nu verzwakt. Vervolgens betekende Julianus’ usurpatie in 360 dat Constantius troepen moest weghalen bij de Perzische grens, die hij bijna een kwart eeuw vakkundig had verdedigd.

[14] Julianus had zich in Gallië als een commandant bewezen door in het Rijnland efficiënt op te treden tegen de Alamannen en de Franken. Maar met zijn usurpatie en – vervolgens – het wegnemen van troepen om op te rukken tegen Constantius II, was hij verantwoordelijk voor de ontwrichting van een systeem dat in het Westen naar behoren werkte.

Lees verder “Het falen van Julianus de Afvallige (2)”

“Barbaren” in het Romeinse leger

Je kunt Elon Musk natuurlijk niet kwalijk nemen dat hij ondeskundige historische commentaren geeft. Als we immers iedereen zouden gaan corrigeren die op de proppen komt met een onjuiste historische analogie, kunnen we aan de gang blijven. Er is geen wetenschap waar amateurs zó vaak denken dat ze kunnen meepraten. Terwijl de simpele waarheid deze is: vrijwel alle historische analogieën zijn incorrect. Degenen die ze te berde brengen, doen dat om u een mening op te dringen over het heden, niet omdat ze geïnteresseerd zijn in het verleden of daar überhaupt verstand van hebben.

Hoewel historische incompetentie dus te ingeburgerd is om nog redelijkerwijs laakbaar te zijn, is het zinvol te kijken waar Musks fouten zitten. Jeroen Wijnendaele, de auteur van De Wereld van Clovis, nam op Twitter de handschoen op. Hier is een vertaling.

Lees verder ““Barbaren” in het Romeinse leger”

C02 | Constantijn en de Tetrarchie

De Tetrarchie bestond uit vier keizers die het Romeinse Rijk bestuurden (San Marco, Venetië)

[Tweede van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]

Ik vertelde gisteren hoe keizer Constantijn in 306 tot augustus werd uitgeroepen, dat zijn constitutionele positie onduidelijk was, dat hij een demotie tot caesar had geaccepteerd en dat ook anderen van de situatie gebruik hadden gemaakt om zich tot keizer uit te roepen. Eén daarvan, de door de oostelijke augustus Galerius en Constantijn erkende Severus II, was gevangen genomen.

Voor Constantijn vormde de gebeurtenis de aanleiding om zich anders te gaan presenteren. Opnieuw vormen de mijlpalen het bewijs: ze vermelden Constantijn niet langer als caesar van augustus Severus, maar duiden hem aan als caesar en zoon van keizer Constantius. Anders gezegd: de macht was niet aan hem gedelegeerd door een hoger lid van de Tetrarchie, maar was hem nagelaten door zijn vergoddelijkte vader.

Lees verder “C02 | Constantijn en de Tetrarchie”

C01 | Constantijn wordt keizer

Constantijn de Grote (Bodemuseum, Berlijn)

De officier die in 306 door de soldaten tot keizer werd uitgeroepen, de man die wij Constantijn de Grote noemen, was ruim dertig jaar oud en opvallend bereisd. Terwijl zijn vader Constantius I Chlorus als de caesar van de augustus Maximianus in het westen was gebleven en bijvoorbeeld te Windisch een zege had geboekt op de Alamannen, had Constantijn als stafofficier deelgenomen aan de campagnes waarmee caesar Galerius de Sassanidische Perzen had gedwongen tot een voor de Romeinen voordelig vredesverdrag. Vele jaren later zou Constantijn herinneringen ophalen aan zijn bezoek aan de ruïnestad Babylon.noot Toespraak tot de vergadering der heiligen 16.

In 301 was Constantijn in Diocletianus’ gezelschap naar Egypte gereisd, waar hij wellicht heeft gezien hoe manicheeërs op de brandstapel belandden. Vier jaar later, kort nadat Constantius en Galerius de oude augusti Diocletianus en Maximianus hadden opgevolgd, had Constantijn deelgenomen aan Galerius’ campagne tegen de Sarmaten, een volk aan de Beneden-Donau. In die oorlog zou hij zich hebben onderscheiden in een ruitergevecht en een aanval hebben geleid door een moeras.

Lees verder “C01 | Constantijn wordt keizer”

De christenvervolging van Constantius I

Constantius I Chlorus (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Ik vertelde in het vorige blogje over de door de augusti Diocletianus en Maximianus ontketende christenvervolging. Het staat vast dat ook de caesar Galerius betrokken is geweest bij deze golf van anti-christelijk geweld. Hij zou er ook een einde aan maken. Uiteraard niet als caesar, want caesares hadden geen wetgevende bevoegdheid. Het gebeurde pas later.

Galerius’ vervolging

Eerst traden Diocletianus en Maximianus op 1 mei 305 af. Het is opmerkelijk dat ze het niet deden in één ceremonie, waar ze elkaar in de gaten konden houden. Nee, in volledig wederzijds vertrouwen presenteerden ze op twee plaatsen hun opvolgers aan de troepen. Hoezeer de tijden waren veranderd blijkt wel uit het feit dat de senatoren, die eeuwenlang de belichaming van de legitimiteit waren geweest, er niet aan te pas kwamen. Het leger belichaamde voortaan de legitimiteit. Het was gescheiden van de civiele wereld en soldaten presenteerden zich ook minder en minder als burgers en meer en meer als militairen. Ook als ze niet aan de grens verbleven, droegen ze bijvoorbeeld Germaanse mantelspelden. De veronderstelde “barbarisering” van het vierde-eeuwse Romeinse leger is dus feitelijk een fata morgana.

Lees verder “De christenvervolging van Constantius I”

De christenvervolging van Diocletianus

Diocletianus (Archeologische Musea, Istanbul)

Ik blogde onlangs dat de christenvervolgingen tijden de Crisis van de Derde Eeuw niet waren wat ze leken. Degene die opmerkte dat dat niet gold voor de vervolging ten tijde van de Tetrarchie, heeft een overschot aan gelijk. De twee augusti, Diocletianus en Maximianus, introduceerden een nieuw systeem voor de opvolging en hervormden het bestuur, wat ze legitimeerden door zichzelf te presenteren als de uitverkorenen van Jupiter en Hercules. Deze twee al populaire goden kwamen meer dan ooit centraal te staan in de staatscultus.

Op deze hervorming volgde een christenvervolging, hoewel die er niet rechtstreeks mee samenhing. Het had er meer mee te maken dat een echte Romein werd geacht te offeren aan echt Romeinse goden. De manicheeërs, die een profeet volgden die een generatie eerder had geleefd in het Perzische Rijk, golden bijvoorbeeld als verdacht. In het voorjaar van 302 gelastte Diocletianus, die op dat moment in Alexandrië was, dat ze levend moesten worden verbrand.noot Vergelijking van de wetten van Mozes en de Romeinen 15.3. De christenen waren een jaar later aan de beurt. Het vervolgingsbesluit uit februari 303 moet hen hebben overvallen, want ze mochten hun geloof al ruim veertig jaar openlijk belijden en hadden kerken gebouwd zonder dat iemand daar – althans voor zover bekend – aanstoot aan had genomen. Wie de verslagen leest, kan navoelen hoe onverwacht het kwam.

Lees verder “De christenvervolging van Diocletianus”

De Tetrarchie

De tetrarchen (San Marco, Venetië)

In de reeks over het handboek van De Blois en Van der Spek, Een kennismaking met de oude wereld, zijn we aangekomen bij de zogeheten Tetrarchie. Dat betekent “heerschappij van vier” en was, welbeschouwd, een van de grootste bestuurlijke revoluties uit de geschiedenis. Een Revolution von oben, overigens, want u moet niet denken aan sansculotten op de barricaden die strijden voor vrijheid, gelijkheid & broederschap. Evengoed was het idee om voortaan vier keizers te hebben, een innovatie zonder gelijke.

De Tetrarchie

En zoals de grote Thedor Mommsen placht te zeggen: de Romeinen drukten revolutionaire innovaties uit in traditionele vormen (de “Mommsenthese”). Zoals keizer Augustus de monarchie “ving” in de taal van de republiek, zo maakten de tetrarchen gebruik van oudere keizerlijke vormen. Eén ervan was de titulatuur: je had augusti en caesares, wat je zou kunnen vertalen als opperkeizers en onderkeizers. Het voornaamste verschil was dat de twee augusti wetgevende bevoegdheden hadden en de twee caesares niet. De augusti zouden op een gegeven moment – het zou uiteindelijk in het voorjaar van 305 na Chr. blijken te zijn – aftreden en de macht overdragen aan de caesares, die, nu ze zelf de rang van augusti hadden, nieuwe caesares aanwezen. Stel je voor dat er ineens vier presidenten van de Verenigde Staten zijn, dan weet je hoe revolutionair dit is.

Lees verder “De Tetrarchie”

De schepen van Mainz

Nachbau 2 (= Mainz 3)

Ik ben al jaren niet in Mainz geweest. Dit najaar heb ik even gespeeld met de gedachte er weer eens naartoe te gaan, maar de reisbeperkingen zijn te streng voor een onbekommerd weekendje weg. Niettemin: er zijn daar prachtige musea, waarvan het Gutenberg-Museum het belangrijkste is. Er is ook een tempel voor Isis en de Grote Godenmoeder met een leuke expositie; even verderop is het Landesmuseum met een prachtig lapidarium vol inscripties en sculptuur; nog even verderop is, in dezelfde straat, het Römisch-Germanisches Zentralmuseum. Dat biedt meer dan de naam suggereert, namelijk een overzicht van de antieke cultuur van Egypte tot Byzantium, alsmede een Biergarten.

Maar wat echt bijzonder is, is het Museum für Antike Schifffahrt. De spelfout waar u als de kippen bij bent, is niet de mijne, of beter: sommigen menen dat het museum zijn naam moet spellen zoals het historisch is gegroeid, anderen vinden dat de spelling mee moet gaan met de Rechtschreibreform van ’96. Althans, dat hoorde ik de laatste keer dat ik er was. Van een suppoost die ook vertelt dat de expositiehal ooit is gebouwd als zeppelinfabriek, ben ik echter op alles bedacht. De website toont in elk geval nog steeds beide spellingen.

Lees verder “De schepen van Mainz”

Diocletianus en Maximianus

Diocletianus en Maximianus (Çukurbağ Archeologisch Project / Kocaeli Museum, İzmit)

Een wetenschap – en oudheidkunde is een wetenschap – schrijdt verder langs twee wegen. Aan de ene kant is er de gestage accumulatie van data, aan de andere kant is er de aanpassing van methoden en denkwijzen. Door het eerste kan het tweede leiden tot verfijning en zelfs tot verbetering en dáár wordt het boeiend. De eigenlijke accumulatie van data is in de oudheidkunde echter net zo oninteressant als in andere vakken en ik schrijf liever een stukje zoals dat van gisteren, waarin ik kan tonen hoe er muziek kan zitten in mijn vak en dat dat de moeite waard is.

Vandaag desondanks toch een stukje uit de vermaledijde categorie “gestage accumulatie van data”, want het bovenstaande reliëf is gewoon mooi. Het is gevonden in het Turkse İzmit, dat ooit Nikomedeia heette en de residentie was van keizer Diocletianus, en het moet dateren van ergens rond het jaar 290. De vondst is echter niet alleen mooi. Ze is ook interessant.

Lees verder “Diocletianus en Maximianus”

De Chamaven (2)

De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.
De grote rivieren voor het graven van de Gelderse IJssel; in groen de grenzen van de gouw Hamaland.

Zoals Tacitus aangeeft, werd het land van de Chamaven – gisteren schreef ik erover dat het benoorden de Rijn moet hebben gelegen, waarschijnlijk in de Achterhoek – gecontroleerd door het Romeinse leger. Het lijkt erop dat de autochtone bevolking niet uitsluitend uit herders bestond, want de opgegraven boerderijen bewijzen dat de boeren oer wonnen en ijzer bewerkten. (Tot eind negentiende eeuw was de Oude IJssel beroemd om zijn ijzerwinning.) Het lijkt erop dat de Germaanse boeren hun kennis van de ijzerbewerking hebben opgedaan bij de Romeinen, die ook hun grootste klanten zullen zijn geweest.

Door de ijzernijverheid bloeide het oostelijk deel van Nederland, vooral in de derde eeuw na Christus. Dit is opmerkelijk, aangezien elders in onze contreien de derde eeuw een crisistijd was. De welvaart van oostelijk Nederland kwam ten einde toen het Romeinse bestuur in het Rijnland aan het begin van de vijfde eeuw ten einde liep en de vraag naar ijzer afnam.

Lees verder “De Chamaven (2)”