Met de bodemradar op Urk

Bodemradar

Luchtfoto’s! Luchtfoto’s! Die waren best handig, redeneerden de generaals in de Eerste Wereldoorlog, om te weten waar vijandelijke loopgraven waren. En zo kregen de legers fotografische diensten, zo groeiden de fotoarchieven en zo kregen archeologen er een hulpmiddel bij. Op een zuurstofrijke bodem groeien gewassen beter, en een oude, reeds lang gedempte sloot is nog lang snel zuurstofrijker dan de omgeving. Zulke crop marks zijn zichtbaar op een luchtfoto. In Flanders Fields zijn zo tientallen middeleeuwse versterkte boerderijen geïdentificeerd, en elk jaar wordt wel iets ontdekt op de foto’s die in de jaren twintig boven Irak zijn gemaakt. Zoiets kan natuurlijk ook in Nederland.

Een motte op Urk?

Een lid van een lokale afdeling van de Nederlandse Archeologievereniging-AWN (zeg maar de vereniging van archeologieliefhebbers) bekeek de luchtfoto’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt van de droogvallende Noordoostpolder, en hij zag dat even voorbij Urk een kring lag in een deel van de polder dat ooit bij het eiland hoorde, maar al in de Late Middeleeuwen door de zee is verzwolgen. De kring is sindsdien nooit meer zichtbaar geweest, aangezien het nieuwe land in gebruik is genomen voor de landbouw. Ook op de foto’s van Google Earth en op de LIDAR-beelden van het Actueel Hoogtebestand is niets te zien.

Lees verder “Met de bodemradar op Urk”

De metro van Rome (2): een ingewikkeld stuk

Kaartje van de metro van Rome

De Romeinse metrolijnen B en A (in die volgorde) laten we nu even links liggen, en we gaan kijken naar de lijn waar nu zoveel over is te doen: lijn C. Deze metrolijn gaat het ‘verre’ en wat armoedige oosten van de stad verbinden met het noordwesten, voorbij de (meestal) luxe wijk Prati.

Plannen en vertragingen

De plannen voor lijn C stammen al uit 1941, toen het fascistische regime nog dacht in termen van een groots ‘Imperium’, met Rome als hoofdstad. Niet voor niets werd de bebouwing langs en op weg tussen het hoofdkwartier van Mussolini (Palazzo Venezia) en het Colosseum zo’n beetje platgegooid en omgedoopt tot Via dell’Impero, daarbij niet al te veel consideratie tonend met de daaronder deels verborgen keizerlijke fora.

Lees verder “De metro van Rome (2): een ingewikkeld stuk”

Een archeologie-canon

Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie

Gisteren bood ik op deze plaats een overzicht van een kleine veertig dingen die mensen zouden moeten weten over geschiedvorsing. Aangezien de historische canon van Van Oostrom / Kennedy geschiedenis presenteert als het ene feit na het andere, wilde ik toch eens benadrukken dat geschiedenis ook een wetenschap is.

Een van de trouwste lezers van deze blog, CK uit het archeologisch en historisch zo rijke Nijmegen, wees me erop dat een archeologiecanon ook niet zou bestaan uit een lijst van losse opgravingen, maar uit een lijst van methodische en technische vernieuwingen. In een telefoontje bespraken we dat archeologen, doordat ze de wetenschappelijke dimensie almaar niet benoemen en zich verschuilen achter de monumentenwetgeving, zélf de reden zijn waarom een staatssecretaris van Cultuur zich afvraagt wat hij aan moet met musea vol opgegraven potten en pannen, waarom de limesvoorlichting zo verrekte contraproductief is, waarom een hoogleraar publiek begrip van wetenschap de raarste dingen kan vertellen over het Rijksmuseum van Oudheden en waarom De Volkskrant archeologie te onbelangrijk vindt om iets te rectificeren. Een Nijmegenaar herinnert zich natuurlijk ook de aquaductenaffaire en de affaire in de buurgemeente Cuijk.

Lees verder “Een archeologie-canon”

Zijn we te laat?

We kunnen wel wat extra regen gebruiken. (Muurschildering uit Teheran)

Nederland zucht onder extreem hoge temperaturen. Sinds de hittegolven van 1975 en 1976 is het in ons land niet meer zo warm geweest. Eén ding is zeker: wie de zon aanbidt, hoeft dezer dagen geen verre oorden op te zoeken om lui-lurkend aan een zomercocktail een kleurtje op te doen en vitamine-D bij te tanken.

Al dat zonnegenot heeft echter ook keerzijden. De natuur verdroogt en op de Veluwe creperen de zwijnen. De zeugen hebben te weinig melk voor hun biggen en omdat de beuken en eiken geen nootjes en eikels maken, wordt het een slecht “mastjaar” voor de dieren. Ónder de grond – en dus buiten ons blikveld – lijkt zich tevens een ramp van andere aard te voltrekken: door de lage grondwaterstand dreigt ons archeologisch bodemarchief te verdrogen. Water heeft immers een conserverende werking; het voorkomt dat organische resten (zoals hout, dierlijk en menselijk botmateriaal) aan de lucht worden blootgesteld.

Lees verder “Zijn we te laat?”