Cycladenkunst

Een keros uit Melos (Antikensammlung, München)

Ik organiseer volgend jaar in juni een reis naar de musea van Beieren, die hun collecties hebben vernieuwd. De Archäologische Staatssammlung in München is het beste voorbeeld: feitelijk een totaal nieuw museum, waarover ik de loftrompet al eens heb gestoken. Aan de andere kant van het stadscentrum is de Königsplatz, waar in de Glyptothek een van ’s werelds mooiste collecties Griekse en Romeinse sculptuur staat opgesteld (zoals, zoals). Aan de andere kant van het plein is de Antikensammlung met aardewerk, sieraden en andere soorten antieke kunst (zoals, zoals, zoals, zoals, zoals, zoals, zoals). U heeft alles te danken aan de verzamelwoede van de Beierse koningen van de negentiende eeuw.

Cycladenkunst

Aan de Königsplatz is ook bovenstaand voorwerp te zien, dat ik, bij gebrek aan beter woord, maar een doos zal noemen. Het is gemaakt van speksteen en gevonden op het Griekse eiland Melos, een van de Cycladen. (Je leest steeds weer dat die zo heten omdat ze als een krans om het eiland Delos liggen. Ik weet niet waarom dat zo is. Volgens mij ligt Syros middenin.) De doos moet een deksel hebben gehad, maar die is niet bewaard.

Lees verder “Cycladenkunst”

Het einde van Athene (4)

Marcherende hoplieten (Louvre, Parijs)

[Het laatste deel van een reeks over de Dekeleïsche of Ionische Oorlog, ofwel de ondergang van Athene. Het eerste deel is hier.]

Alleen de Athener Konon was aan het bloedbad bij de Geitenrivieren ontkomen. En met hem de bemanning van negen schepen. De Spartanen bemachtigden of vernietigden de rest van de Atheense vloor. Ze stelden de krijgsgevangen genomen Filokles terecht. Van de andere gevangen Atheners hakten ze de rechterduim af, zodat ze nooit meer een zwaard of roeiriem zouden hanteren. Alkibiades sloeg weer eens op de vlucht en zou korte tijd later zijn einde vinden.

Athene had de oorlog met Sparta, die de laatste jaren succesvol was verlopen, verloren in één avond. Zonder vloot was het immers onmogelijk de stad te bevoorraden met het graan dat Athene importeerde van de Egeïsche eilanden en het gebied rond de Zwarte Zee. De Atheners wisten dat ze gedoemd waren, zoals Xenofon aangeeft:

Lees verder “Het einde van Athene (4)”

Venus van Milo

De Venus van Milo (Louvre, Parijs)

Het beeld hierboven – het derde in mijn eindejaarsreeks over museumstukken die niet waren wat ze leken – is wereldberoemd: de Venus van Milo. U mag ook “Afrodite van Melos” zeggen, wat wellicht passender is. Het is immers een Grieks beeld, gevonden op een Grieks eiland (Melos dus) en vooral: het speelt een rol in een discussie over welke Griekse kunst het waardevolst was. Om de inzet daarvan te begrijpen, moeten we even terug naar de achttiende eeuw, naar iemand over wie ik al vaker heb geblogd: Winckelmann, de man die de Griekse kunst in het middelpunt van de artistieke belangstelling plaatste. Omdat het kerstmis is en ik het mezelf niet moeilijk wil maken, citeer ik eerst mezelf.

Waarom was de absolute schoonheid ontstaan in Griekenland? Wat maakte dat land anders dan Egypte, Fenicië, Perzië en Etrurië? Winckelmann zocht het in het gematigde klimaat, waardoor de bewoners naakt konden sporten. Aangezien in gezonde lichamen gezonde geesten gedijen, ontwikkelden de Griekse kunstenaars een ongebruikelijk groot vakmanschap. Bovendien konden ze natuurlijk niet anders dan geïnspireerd raken door de aanblik van al die naakte atleten. Dezelfde gezonde geest bevrijdde zich bovendien, anders dan in de oosterse despotieën, van allerlei beperkende politieke tradities. Artistieke innovatie en vrijheid waren dus twee kanten van dezelfde medaille.

Lees verder “Venus van Milo”