De opstand van Avidius Cassius

Portret van een Romeinse man, dus niet per se Avidius Cassius (Archeologisch museum, Thessaloniki)

Jaren geleden maakte ik een overzicht van alle Romeinse keizers en usurpatoren – het is nog steeds hier te zien – met foto’s van portretbustes en munten en dergelijke. Ik voegde er wat linkjes bij die leidden naar pagina’s met de voornaamste biografische gegevens en bronnen. Leuk om te doen, maar soms lastig. Van een van de heersers kon ik namelijk almaar geen plaatje vinden: Avidius Cassius.

Op zich niet zó vreemd. Hij regeerde maar een paar weken, en dan ook nog alleen in een deel van het rijk. Maar toch. Er zijn keizers geweest die korter regeerden, zoals Gordianus I en Gordianus II, en van hen zijn wel portretten bekend. Ik deed eens navraag bij het Bode-Museum in Berlijn, dat een fenomenale collectie munten én een aardige publieksdienst heeft, en die vertelden me dat er geen munten van Avidius Cassius waren. En dat, dat is interessant.

Lees verder “De opstand van Avidius Cassius”

Antonijnse Epidemie

De genezende godheid Asklepios (Archeologisch museum, Antalya)

U weet: oudheidkunde is de wetenschap van de dataschaarste. Daardoor zijn er allerlei dingen die je nooit weten zult omdat je ze eenvoudigweg niet weten kunt. De Alpenpas waarover Hannibal naar Italië trok bijvoorbeeld. De data die oudheidkundigen wél hebben, zijn bovendien divers en worden bestudeerd door verschillende soorten onderzoekers, die onvoldoende communiceren om elkaar echt te begrijpen. Neem de gebeurtenis die bekendstaat als de Antonijnse Epidemie: de ziekte die na 165 na Chr. het Romeinse Rijk trof. Bij nader inzien is het allemaal minder duidelijk dan het lijkt.

Pestis, lues, loimos

Waaruit bestaat het bewijsmateriaal? Toevallig weet ik er iets van, omdat ik ooit belangstelling had voor demografische ontwikkelingen in de Romeinse tijd. Diverse bronnen noemen ziektes en gebruiken dan Latijnse woorden als pestis en lues of Griekse woorden als λοιμός. Hoewel “epidemie” de vertaling kan zijn, wil dat nog niet zeggen dat er sprake was een epidemie. Om te beginnen hebben deze woorden een bredere betekenis. Feitelijk verwijzen ze naar aandoeningen waarvoor antieke artsen geen meer specifieke naam hadden. Dat is dus elke ziekte die ze voor ’t eerst constateerden, ongeveer zoals wij in het najaar zeggen dat “de” griep heerst, ongeacht welk virus dat precies is.

Lees verder “Antonijnse Epidemie”

Antoninus Pius (3)

Antoninus Pius (Archeologisch museum, Constantine)

[Laatste van drie gastblogs over keizer Antoninus Pius door Dieter Verhofstadt. Het eerste blogje was hier.]

Antoninus Pius stond hoog in aanzien bij zowel het Griekse als joodse establishment, en zelfs bij verre mogendheden zoals het Indische Kushanarijk. Zijn schitterende reputatie steunde niet alleen op zijn weldadige en rechtvaardige regime, maar ook op zijn knappe voorkomen.

Toen Antoninus de gezegende leeftijd van zeventig naderde, droeg hij de macht over aan niet één maar twee adoptiefzoons: Marcus Aurelius en Lucius Verus, zoals zijn voorganger Hadrianus het hem had opgedragen. Zijn laatste woord sprak hij volgens de overlevering tot een schildwacht, aan wie hij het wachtwoord voor de komende dag gaf: “gelijkmoedigheid”. Hij ging liggen als om te slapen en stierf. Zijn regering was de langste sinds Augustus en zou dat blijven tot Constantijn de Grote. Als we al het bovenstaande beschouwen en vooral geloven, moeten we hem zien als een van de beste keizers die Rome ooit heeft gekend.

Lees verder “Antoninus Pius (3)”

Lucius Verus versus de Parthen

Lucius Verus (Torloniacollectie, Rome)

In 115 ontketende de Romeinse keizer Trajanus (r.98-117) een enorme oorlog tegen het Parthische Rijk. Hij liep de bufferstaat Armenië onder de voet en gelastte zijn legioenen om langs de Tigris en de Eufraat op te rukken naar de Perzische Golf. Een boottochtje vormde het triomfantelijke hoogtepunt van de operatie. Maar meteen daarna waren er opstanden en Trajanus’ opvolger Hadrianus (r.117-138) ontruimde de gebieden. Evengoed zat de schrik er goed in bij de Parthen: decennia lang bleef het rustig. De opbloeiende handel van een stad als Palmyra documenteert de zegeningen van de vrede.

Crisis

Tijdens Hadrianus’ opvolger Antoninus Pius (r.138-161) bleef het aan de Eufraatgrens rustig en de Romeinen verwachtten dan ook geen onoverkomelijke moeilijkheden toen Marcus Aurelius en zijn broer Lucius Verus aantraden. De nieuwe keizers werden totaal overrompeld door het offensief van de Parthische koning Vologases IV, die niet alleen het Romeinse Rijk binnenviel maar ook de gouverneur van Cappadocië versloeg. Een van de legioenen (VIIII Hispana of XXII Deiotorana) werd vernietigd. De Parthen versloegen ook de gouverneur van Syrië, installeerden in Armenië een vazalkoning en vervingen in het bufferstaatje Edessa de pro-Romeinse koning Manu door een eigen vorst.

Lees verder “Lucius Verus versus de Parthen”

Caesar en het Parthische Rijk

Soldaat uit het Parthische Rijk (Museum van Azerbaijan, Tabriz)

De stukjes in mijn reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” leid ik meestal in met een zo precies mogelijk datering, maar vandaag kan ik niet nauwkeuriger zijn dan dat het was in het jaar waarin Caesar zonder collega het consulaat bekleedde. Ofwel 45 v.Chr. We gaan het hebben over ’s mans volgende grote project: de oorlog tegen het Parthische Rijk.

Casus belli

De Romeinen hadden nogal wat unfinished business in het oosten. In 53 v.Chr. was generaal Crassus, nadat hij de Midden-Eufraat was overgestoken, verslagen bij Carrhae. Het staat vast dat de Romeinen zo snel mogelijk wraak wilden nemen. De heropleving van de Gallische Oorlog door Ambiorix en Vercingetorix had echter ieders aandacht gevraagd. Vervolgens was de Tweede Burgeroorlog uitgebroken.

Lees verder “Caesar en het Parthische Rijk”

Gaius Octavius in Spanje

Een heel jonge Octavianus (Museo Archeologico Nazionale, Florence)

Het was juni van het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde ofwel “ons” 45 v.Chr. Dus ja, u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij ontving zijn achterneef, Gaius Octavius, de latere keizer Augustus.

Gaius Octavius

Caesar had hem, toen nog een zestienjarige jongeman, al willen meenemen op zijn Afrikaanse campagne, maar Octavius’ moeder had dat verboden. Tijdens de viervoudige triomftocht had Octavius meegereden met de ruiters achter Caesars zegekar. Later was hij gastheer geweest bij een toneelvoorstelling. Hij was toen onwel geworden en had geen deel kunnen nemen aan de Spaanse Oorlog. Desondanks reisde hij, eenmaal genezen, zijn oudoom achterna. In de zomer van 45, kort voor zijn achttiende verjaardag, diende hij zich in de buurt van Gibraltar bij Caesar aan.

Lees verder “Gaius Octavius in Spanje”

Caesar houdt een landdag in Sevilla

De Guadalquivir bij Sevilla

Het was eind april en het was in het jaar waarin Julius Caesar zonder collega het consulaat bekleedde (45 v.Chr.). En de voorgaande volzin wil zeggen, zoals u weet, dat dit een nieuwe aflevering zal zijn in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

De val van Munda

In het vorige stukje zagen we dat Caesar van Córdoba via Sevilla naar Cádiz was gegaan. In dezelfde tijd was zijn gevluchte tegenstander Gnaeus Pompeius om het leven gebracht. Al die tijd was er gevochten om Munda, waar Caesars verslagen tegenstanders hun toevlucht hadden genomen. Verschillende belegerden wisten dat ze hun kans op genade, de Clementia Caesaris, hadden verspeeld. Zij hadden geen andere mogelijkheid dan te vechten tot het bittere einde. Anderen konden echter nog wel rekenen op een lankmoedige behandeling en dat moest wel leiden tot spanningen. Uit De Spaanse Oorlog hebben we een verslag waarin een kleine lacune zit.

Lees verder “Caesar houdt een landdag in Sevilla”

Het theater van Marcellus

Het theater van Marcellus in Rome

Het is tegenwoordig wat moeilijk voorstelbaar, maar het deel van Rome dat nu het meest geldt als het historische centrum, het deel in de grote Tiber-boog, lag in de Oudheid buiten de stadsmuur. Het heette Campus Martius, “Marsveld”, en werd pas in de late derde eeuw na Chr. bij de stad getrokken. Toen was het volgebouwd met allerlei monumenten, waarvan de tempels van de Largo Argentina, het Mausoleum van Augustus en het Pantheon het opvallendste zijn. Omdat Pompeius hier een theater had gebouwd, wilde Julius Caesar dat ook doen, en uiteraard moest dat groter en luxueuzer zijn.

Het theater van Marcelles

Na Caesars dood bleef het werk liggen, maar toen Augustus eenmaal aan de macht was gekomen, werd de constructie hervat. Uit een inscriptie weten we dat het gebouw al was voltooid in 17 v.Chr., toen Augustus er een feest organiseerde. Niettemin werd het pas in 13 officieel ingewijd en genoemd naar Marcus Claudius Marcellus, de tien jaar eerder gestorven neef en schoonzoon van de keizer. De keizerbiograaf Suetonius vermeldt de schouwburg:

Lees verder “Het theater van Marcellus”

De slag bij Munda (5)

Een trofee (Altes Museum, Berlijn) (denk ik)

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar een zwaarbevochten zege boekte op zijn republikeinse tegenstanders. In het vorige stukje beschreef ik hoe Caesars mannen na een urenlange strijd uiteindelijk de overhand kregen.

Een antieke veldslag, doorgaans gevochten met blanke wapens, kon ongelooflijk bloedig zijn. Als we lezen over rivieren die van het vergoten bloed rood kleurden, is dat niet altijd een hyperbool. De verslagen partij leed meestal enorme verliezen en dat was bij Munda niet anders.

De doden

De auteur van De Spaanse Oorlog schrijft:

Zo werden ze totaal verslagen en ze zouden de slag niet hebben overleefd, als ze hun toevlucht niet hadden gezocht in hun uitvalsbasis. In dit gevecht sneuvelden ongeveer dertigduizend man, zo niet meer, evenals Titus Labienus en Publius Attius Varus, die beiden meteen na hun dood begraven werden. Ook kwamen drieduizend Romeinse ridders om, zowel uit Rome als uit de provincie. Onze troepen verloren ongeveer duizend man, deels ruiters deels infanteristen; ongeveer vijfhonderd man werden gewond. Van de vijanden werden dertien adelaars buitgemaakt.noot Ps.Caesar, Spaanse Oorlog 31; vert. Hetty van Rooijen.

Lees verder “De slag bij Munda (5)”

De slag bij Munda (4)

Een zegevierende Numidische ruiter, zoals in Munda (Bardomuseum, Tunis)

Vandaag 2069 jaar geleden vond de slag bij Munda plaats, waarin Julius Caesar zijn republikeinse tegenstanders beslissend versloeg. In het vorige stukje beschreef ik dat Caesars mannen zich moeizaam een weg omhoog vochten, tegen een heuvel op. De strijd ging urenlang gelijk op.

De generaals

Cassius Dio concentreert zijn verslag op de twee commandanten. Die konden allebei niet langer aanzien dat de strijd nu eens gunstig verliep voor de eigen partij, dan weer voor de tegenpartij. Daarom sprongen ze van hun paarden om te voet deel te nemen aan de strijd, hopend door hun fysieke aanwezigheid de balans te kunnen laten doorslaan in het voordeel van de eigen troepen.

Lees verder “De slag bij Munda (4)”