Romeins Palmyra

Een van de triades van Palmyra: Aglibol, Baäl-Šamem en Malekbel (meer; Louvre, Parijs).

In het vorige blogje zagen we dat Tadmor/Palmyra een belangrijke oase was tussen de Eufraat in het oosten en Damascus in het westen. Met de desintegratie van het Seleukidische Rijk, rond pakweg 140 v.Chr., begon de handelsroute door de woestijn aan belang te winnen.

Een mislukte plundering

Een eeuw later, in 41, was de stad welvarend genoeg om de Romeinse aandacht te trekken. De Grieks-Romeinse historicus Appianus schrijft:

Marcus Antonius stuurde een eenheid cavalerie naar Palmyra, dat niet ver van de Eufraat ligt, om de stad te plunderen. De aanleiding was een onbeduidende beschuldiging dat de inwoners, omdat ze zich op de grens tussen de Romeinen en de Parthen bevonden, vermeden hadden partij te kiezen. (Als kooplieden brengen ze de producten van India en Arabië vanuit Perzië en verkopen die op Romeins grondgebied.) In feite was het echter Antonius’ bedoeling zijn ruiters te verrijken. De Palmyrenen waren echter gewaarschuwd en brachten hun bezittingen naar de rivier, stelden zich op de oever op en bereidden zich erop voor iedereen neer te schieten die hen zou aanvallen. De Palmyrenen zijn namelijk ervaren boogschutters. De cavalerie vond dus niets in de stad, draaide zich om en keerde terug, met lege handen en zonder een vijand te hebben ontmoet.noot Appianus, Burgeroorlogen 5.9.

Dit is de oudst-bekende vermelding van “Palmyra”, de Romeinse naam van Tadmor. Er zit natuurlijk een verwijzing in naar het Latijnse palma , “palmboom”, hoewel het ook een weergave schijnt te zijn van de eigenlijke naam, Dhmr ofwel Tadmor.

De (door ISIS verwoeste) tempel van Baäl in Palmyra

Romeinse invloed

Sindsdien groeide de Romeinse belangstelling voor de koopmansstad in de oostelijke woestijn. Een mijlpaal vermeldt hoe Quintus Caecilius Metellus Creticus Silanus, de gouverneur van Syrië tussen 13 en 17 na Chr., de grenzen bepaalde tussen zijn provincie en de onafhankelijke stadstaat. Uit een inscriptie weten we dat de Palmyrenen in dezelfde tijd in de tempel van Baäl beelden oprichtten voor keizer Tiberius, prins Germanicus en prins Drusus de Jongere.

Dat Rome invloed had in het in naam onafhankelijke Palmyra, blijkt uit een inscriptie over een belastingtarief uit 137. Daarin staan verschillende Romeinse functionarissen vermeld die in de voorafgaande eeuw hadden ingegrepen in de Palmyreense aangelegenheden. Daaronder zijn Germanicus en generaal Corbulo. Het is aannemelijk dat er een Romeins garnizoen was. We horen later ook van een Palmyreense cavalerie-eenheid in het Romeinse leger, de Ala Ulpia I Dromedariorum Palmyrenorum.

Romeinse invloed of niet, Palmyra bloeide. Het schijnt een van de plaatsen te zijn geweest waar kooplieden uit het Parthische Rijk het Romeinse rijk mochten betreden. Er waren, zoals Appianus al aangeeft, handelscontacten met de Perzische Golf. De vondst van zijde bewijst dat er indirecte contacten waren met China. Het zojuist genoemde belastingtarief laat zien hoe de Romeinse regering profiteerde van deze internationale handel, maar Palmyra had er uiteraard ook zelf voordeel van.

Religie

We weten dat een deel van de winst werd besteed aan bouwwerkzaamheden aan de tempel van  Baäl , die op 6 nisan 32 na Chr. werd ingewijd. De datum is veelzeggend, omdat het betekent dat de Palmyrenen het Babylonische Akitu-festival vierden.

Tot de vereerde goden behoorden Yarhibol (de zon), Aglibol (de maan) en een vrouwelijke godheid, die mogelijk de Syrische liefdesgodin Astarte of de Arabische oorlogsgodin Allat was. We vinden dus Syrische en Arabische goden en een Babylonisch festival in een heiligdom dat lijkt op een Griekse of Romeinse tempel. (Of beter: leek, want de zogenaamd Islamitische Staat heeft het heiligdom verwoest.) Het is nogal een mix, maar de Palmyrenen namen vreemde gewoontes en vormen wel over op hun eigen voorwaarden. Dus ja, die tempel lijkt wel wat op een Grieks of Romeins heiligdom, maar dat de offers op een platform op het dak werden voltrokken, zou in Griekenland of Rome ondenkbaar zijn.

Palmyra, Baäl-Šamem

Monumenten

In het laatste kwart van de eerste eeuw werden veel monumenten gebouwd. De tempel van  Baäl werd omgeven door een portico van elf meter hoog en 205 x 210 meter groot. Op enige afstand verrees de tempel van de Babylonische wijsheidsgod Nabu, die waarschijnlijk diende als orakel. In het noorden vinden we de nieuwe tempel voor de Fenicische god Baäl-Šamem, de “heer van de hemel”, die hier samen met Yarhibol en Aglibol werd vereerd.

Maquette van de tempel van Baäl in Palmyra

In 106 na Chr. voegde keizer Trajanus het Nabateese koninkrijk toe aan het Romeinse Rijk. Het Nabateese handelsnetwerk lijkt gedeeltelijk te zijn ontmanteld en Palmyra profiteerde ervan. De tweede eeuw zou getuige zijn van de bouw van verschillende prachtige monumenten.

Wordt vervolgd.

 [Een overzicht van de blogjes over het handboek oude geschiedenis is hier.]

Deel dit:

7 gedachtes over “Romeins Palmyra

  1. Frans Buijs

    Voor wie er meer van wil weten is er in het Nederlands een mooi beknopt overzicht van de geschiedenis van Palmyra, namelijk het gelijknamige boek van Paul Veyne. Dat van die offers op het dak staat daar niet in, dat is nieuw voor me. Wel een mooi beeld: ik zie Zenobia al voor me die bovenop de tempel de hulp van de goden inroept om het Romeinse Rijk aan te vallen.

  2. Ben Spaans

    Zenobia lijkt altijd genegeerd als filmkarakter. Ook geen Discovery of National Geographic docudrama, meen ik. Misschien is er wel ooit een Syrische film of tv-drama over gemaakt?

Reacties zijn gesloten.