Doña Marina

Een Aztekisch beeldje van een dame (Humboldtforum, Berlijn)

Vele jaren geleden las ik Ochtend van Amerika, geschreven door Robert Lemm. Het ging over precolumbiaans Amerika, over het wereldbeeld van de daar destijds wonende volken, en over de komst van de Europeanen. De expeditie van Hernán Cortés, de ondergang van de Inka’s. Eén detail uit dat boek is me altijd bij gebleven: dat Cortés een vrouwelijke tolk had, Doña Marina.

Doña Marina, wier eigenlijke naam we niet kennen, was niet alleen Cortés’ vertaler, maar ook zijn minnares. Lemm wees erop dat deze vrouw niet alleen de talige problemen hielp oplossen die Cortés moet hebben ervaren, maar dat ze ook de Spanjaarden cultureel wegwijs maakte in een wereld die hun wezensvreemd was. Die opmerking is bij me blijven hangen. Toen ik me twintig jaar geleden bezighield met Alexander de Grote, viel me op dat ook hij een meertalige vriendin had, Barsine, die hem moet hebben uitgelegd hoe hij moest omgaan met de Perzische gewoonten. De Australische oudhistoricus Brian Bosworth is deze parallel trouwens ook opgevallen.

Lees verder “Doña Marina”

Drie nieuwe codices van de Azteken

De Codex Yohualli Ehecatl, het “Boek van nacht en wind” (Wereldmuseum, Leiden)

Hé, dit is leuk: de ontdekking van drie Azteken-codices. U moet daarbij niet denken aan de codices uit de Europese Middeleeuwen, want Azteken-codices zijn niet geschreven op perkament maar op berkenhout bestreken met een laagje gips. Voor zover ik weet bestaan de Mexicaanse codices ook uit één tekst, geschreven in pictogrammen. Dat is anders dan de Europese codices, die vaak diverse teksten bevatten en die alfabetisch zijn geschreven. En nog een verschil: de Azteken-codices zijn jonger. Ze zijn vervaardigd toen men in Europa boeken van papier was gaan drukken.

Pictogrammen

De naam codex mag dan wat ongelukkig zijn, de Azteken-codices bieden wel heel belangrijke informatie. Ze hebben andere perspectieven dan de teksten van de Europese veroveraars, zoals de brieven van Hernán Cortés en de latere Spaanse kronieken. In combinatie met de archeologische vondsten én de informatie die de afstammelingen van de Azteken mondeling hebben doorgegeven, vertellen de codices enkele eigen verhalen van de precolumbiaanse inwoners van Amerika.

Lees verder “Drie nieuwe codices van de Azteken”

Oorlog en verstedelijking

Twee van de piramiden van Caral (© Wikimedia Commons | gebruiker Xauxa)

Een tijdje geleden bezocht ik de expositie over de Azteken in het Wereldmuseum in Leiden (het oude Volkenkundig Museum). De precolumbiaanse cultuur was voor mij totaal vreemd. Het meest opvallend waren natuurlijk de mensenoffers, maar denk ook aan de maïsteelt, de sport, de harmonicavormige boeken, de mythologie, de wonderlijke namen. Maar er bleek meer archeologische informatie te zijn dan ik wist en er waren zelfs geschreven bronnen. Toegegeven, niet alleen de conquistadores maar ook de Azteken zelf vernietigden hun boeken, dus de geschreven informatie is helaas schaars. Dat wordt echter gecompenseerd doordat de afstammelingen van de precolumbiaanse gemeenschappen er nog altijd zijn. Trouwens, de afwezigheid van bronnen belet dat archeologen hun data een bepaalde kant op praten.

Kentheoretisch zijn de precolumbiaanse volken dus niet zo heel anders als de oude volken die op deze blog zo vaak aan de orde komen. Ook als het gaat om samenlevingstype, zijn er overeenkomsten. Vandaar dat ik me er wat in ben gaan verdiepen. Ik blogde al eens over mijn bezoek aan de collectie precolumbiaanse kunst in het Museum aan de Stroom in Antwerpen. En ik leerde onlangs iets interessants.

Lees verder “Oorlog en verstedelijking”

Precolumbiaanse kunst

Azteekse watergodin uit Mexico

Ongetwijfeld woedt er discussie over de vraag of we de geschiedenis van de Amerika’s vóór de komst van Columbus nog moeten aanduiden als “precolumbiaans”. Zoals alle historische periodiseringen verheldert én verdoezelt ook dit etiket. Ja, de komst van mensen van overzee was een schok, een breuk. Nee, er waren continuïteiten.

Schok en continuïteit

De klap van de Spaanse aanwezigheid was in elk geval onvoorstelbaar. De conquistadores kwamen met schepen, paarden, kanonnen, christendom, gouddorst en het pokkenvirus. De mensen in Midden-Amerika, die leefden in wat wij het Chalcolithicum zouden noemen, konden zich geen voorstelling maken van wat hun te wachten stond. Vermoedelijk begrepen ze het evenmin nadat Hernán Cortés, samen met de Tlaxcalteken en de Texcoca’s, de hoofdstad Tenochtitlan had verwoest. De ervaren schok schiep ruimte voor de snelle verspreiding van het christendom en de Spaanse taal.

Lees verder “Precolumbiaanse kunst”

Kalhu ofwel Nimrud

Twee lamassu’s uit het paleis van Aššurnasirpal (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

De afgelopen dagen had ik het over het oude Babylonië. Assyrië, het noorden van het huidige Irak, maakte deel uit van het Oud-Babylonische Rijk. Later herwon Mât Aššur, “het land van de god Aššur”, echter zijn zelfstandigheid en begon het aan een gestage expansie. Die is uitzonderlijk goed gedocumenteerd in vele duizenden kleitabletten. Het koninkrijk breidde zich in alle richtingen uit. Eén koning voor alle volken, was de ideologie, zo mooi beschreven door Daan Nijssen in Het wereldrijk van het Tweestromenland.

Het was daarbij een beetje – al moeten we voorzichtig zijn met vergelijkingen – zoals met de Spaanse conquistadores in Mexico: het succes van de vele veldtochten bewees dat de god Aššur het imperialisme steunde, de veroveraars deden dus godgevallig werk, en het was daarom niet vreemd dat ze veel buit binnenhaalden, want Aššur was een goede god die zijn vrome dienaars beloonde. En dus kwamen het goud, het zilver, het ivoor, de slaven, het koper, het edelsmeedwerk, het textiel, de paarden in grote aantallen en hoeveelheden naar de hoofdstad Aššur.

Lees verder “Kalhu ofwel Nimrud”