Meer over Dirk Obbink

Een fragment uit de Handelingen van de Apostelen en voor het goede begrip: Dirk Obbink heeft hiermee niets te maken. Het is gewoon echt (Neues Museum, Berlijn).

“The shit hits the fan”, zullen ze wel zeggen in Oxford en Washington. Het bewijs dat Oxford-classicus Dirk Obbink papyri heeft gestolen en dat het Museum of the Bible in Washington die heeft geheeld, is inmiddels geleverd.

Dirk Obbink, samengevat

Voor het goede begrip van de ernst van de affaire twee punten.

  1. Momenteel worden enkele christelijke papyri onderzocht maar de zaak lijkt breder. Van de Sapfo-papyri, eveneens ontdekt door Obbink, is al sinds 2014 bekend dat er dingen verkeerd zijn (hier het stuk dat ik in 2016 schreef in Skepter).
  2. Als de problemen al vijf jaar zichtbaar zijn, moeten Obbinks collega’s die hebben herkend en hebben laten doorwoekeren. De affaire gaat in feite niet slechts over één man of één specialisme, maar over het falende zelfreinigend vermogen van de wetenschap.

Hieronder eerst een samenvatting en daarna het nieuws.

Lees verder “Meer over Dirk Obbink”

Als een wetenschap kapot gaat

Kartonnage (Staatliche Museum Ägyptischer Kunst, München)

Dit is een zelfstandig vervolg op een stukje dat ik eerder schreef over het papyusfragment dat bekendstaat als eerste-eeuwse Marcus. U hoeft het niet eerst te lezen want het stukje van vandaag staat op zichzelf, maar als u het eerdere stukje toch leest, hebt u weer even paraat waarom papyri zonder geldige provenance wetenschappelijk van nul en generlei waarde zijn, dat een eerste-eeuws fragment van het Evangelie van Marcus niet bleek te zijn wat het leek, dat de vooraanstaande Oxford-geleerde Dirk Obbink lijkt te hebben gelogen en gestolen, dat een grote Amerikaanse collectie  (de Green Collection) heeft opgetreden als heler en dat Oxford een onderzoek instelt.

Wat is het nieuws? Per e-mail verneem ik dat Obbink nu is “suspended” van de Association Internationale de Papyrologues. Dat is een heel harde en gelukkig zeldzame maatregel, die een halve eeuw geleden voor het laatst is genomen (in 1972 om precies te zijn). Zo’n besluit neemt zo’n organisatie niet lichtvaardig en zéker niet als het gaat om iemand die werkelijk vooraanstaand is. Nu is “vooraanstaand” natuurlijk zo’n flauw compliment dat eigenlijk niks betekent, ongeveer zoals Wim Kan alle bewindspersonen “zéér bekwaam” noemde, maar Obbink is echt wel iemand. Ik heb lang geleden al eens geschreven over zijn ontdekking van een enorme lap van een tragedie van de joodse auteur Ezechiël. Wat nu gebeurt is ongeveer hetzelfde als wanneer een club een Nobelprijswinnaar royeert. Er moet verdraaid overtuigend bewijs zijn.

Lees verder “Als een wetenschap kapot gaat”

Datafraude

Leiden, Galgenwater

Als u op straat een fiets krijgt aangeboden voor vijfentwintig euro, hebt u een redelijk vermoeden dat er iets niet in de haak is. U zou vrijwel zeker een heler zijn als u die fiets kocht.

Als een oudheidkundige een papyrus- of perkamentfragment zonder provenance krijgt aangeboden, heeft hij een redelijk vermoeden dat het ding óf vals is óf is verworven door plundering. Hij zou vrijwel zeker datafraude plegen als hij ze uitgaf. Los daarvan ontzegt een wetenschapper die teksten zonder provenance bestudeert, zich een manier om de vondst te dateren: een tekst zonder archeologische context kan alleen paleografisch (dat wil zeggen: aan de vorm van het handschrift) worden gedateerd en dat is een berucht subjectieve methode.

Lees verder “Datafraude”

Transparantie

Zo ben je evangelist, zo ben je de inzet van wetenschapsfraude. Arme Marcus.

Ik zit op een hotelkamer in Vlorë, ben te vroeg wakker en lees dit. Het komt erop neer dat het eerste-eeuwse fragment van het Evangelie van Marcus dat een tijd geleden is opgedoken, nu wordt uitgegeven. Dat is op zich aardig nieuws, maar er lijkt een bommetje te zijn verborgen. Ik schrijf “lijkt” want ik kan het hier, op een hotelkamer dus, niet zo snel controleren.

Waarom is dat bijzonder? Omdat het papyrusfragment waar het om gaat, ooit met veel bombarie uit een kartonnage is gehaald. Een kartonnage is het papier-maché-deel van een mummie; de methode om zo portretten aan te brengen, kwam aan het begin van de jaartelling ten einde. Degenen die de kartonnage destijds “disassembleerden” toonden het op film en vertelden dat het geen probleem was omdat ze het voorwerp hadden gekocht. Het probleem is nu dat een Marcus-fragment nooit voor het jaar 70 na Chr. (de datering van dat evangelie) kan zijn geschreven. Een eerste-eeuws Marcusfragment is dus niet alleen verschrikkelijk oud (en reden tot vreugde voor evangelische christenen) maar vormt tevens bewijs dat de gewoonte mummies te voorzien van kartonnages langer heeft bestaan dan we wisten. Een archaic survival, zeggen we dan, een gebruik uit een eerdere cultuurfase dat ergens heeft overleef. De evangelische christenen hadden onvervangbare egyptologische data vernietigd.

Lees verder “Transparantie”

Nogmaals Sapfo

Sapfo (Museo Barracco, Rome)

Ik blogde al over Sapfo. Vandaag doe ik dat nog eens, want dit was dus iets waar ik helemaal blij van werd, die aankondiging, eergisteren, dat twee gedichten waren ontdekt van de Griekse dichteres. U vindt vond de voorgenomen wetenschappelijke publicatie hier, u vindt de vertaling die de Nijmeegse classicus Vincent Hunink terstond maakte daar en u vindt hieronder mijn poging te tonen hoe leuk oudheidkundige puzzels zijn.

Eerst even iets over Sapfo. Ze is een van de weinige bij het grote publiek bekende antieke auteurs. Vrijwel iedereen heeft wel eens van haar gehoord: ons woord “lesbisch” is afgeleid van haar woonplaats. Haar gedichten zijn echter minder bekend en dat is ook logisch, want ze zijn merendeels verloren gegaan.

Lees verder “Nogmaals Sapfo”

Ezechiël de Tragicus

Feniks, zoals beschreven door Ezechiël de Tragicus (Allard Piersonmuseum, Amsterdam)

Familiewaarden in Griekenland: een moeder heeft haar man gedood en denkt dat haar minnaar haar zoon heeft vermoord. Ze haast zich om het lijk te zien, maar de bloedige resten blijken die te zijn van haar minnaar. Superieure ironie, want het publiek van het toneelstuk Elektra weet al dat Orestes Aigisthos heeft gedood en weet welke schokkende ontdekking Klytaimnestra zal gaan doen. Niemand zal ontkennen dat Sofokles een van de grootste toneelschrijvers aller tijden is.

Het is maar al te begrijpelijk waarom classici steeds opnieuw Sofokles en zijn collega’s Aischylos en Euripides herlezen. Al in de Oudheid geloofde men dat dit drietal niet te overtreffen viel. Er circuleerde een wetenschappelijke uitgave van hun werk, waarvan een deel over is (alle tragedies van Euripides die beginnen met een E). We weten ook dat er een geannoteerde uitgave was van driemaal zeven tragedies, een soort ‘het beste van’, geselecteerd door een goede geleerde. Zijn selectie is didactisch superieur: drie tragedies over Elektra helpen de leerling bijvoorbeeld het specifieke te zien van de benadering van Aischylos, Sofokles en Euripides.

Lees verder “Ezechiël de Tragicus”