Faits divers (19)

Reconstructie van de wandschildering uit de Villa van Maasbracht, nu te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

De vaste bezoekers van deze blog weten het: als er een aflevering is in de nogal onregelmatig verschijnende reeks faits divers, dan zullen het wel weer wat onsamenhangende faits divers zijn. En het is krek zo.

Woorden tellen

Het is vrij algemeen bekend – en ook niet onwaar – dat het Romeinse Rijk in de eerste en tweede eeuw na Chr. een bloeiperiode meemaakte. Maar hoe meet je zoiets? Je kunt scheepswrakken gaan tellen en die aantallen gebruiken om de groei en afname van het handelsvolume te documenteren. Je kunt jaarringen analyseren en constateren dat het klimaat in de derde eeuw veranderde. Je kunt opgegraven botten tellen en uitspraken doen over vleesconsumptie. En je kunt de bouwjaren van monumentale gebouwen in een grafiek zetten en aannemen dat elk gebouw twee eeuwen heeft gestaan, en zo constateren hoeveel monumenten er op een gegeven moment waren. Ook kun je inscripties per decennium tellen, om zo een indruk te krijgen.

En nu is er een nieuwe methode: woorden in papyri tellen. Er is een piek in de tweede eeuw. Niet onverwacht. Wel een extra argument.

Lees verder “Faits divers (19)”

Temple boys (ofwel: enge baby’s)

Beeld van een baby uit Bustan-esh Sheikh (Nationaal Museum, Beiroet)

In het jaar 310 v.Chr. belegerde Agathokles, de alleenheerser van Syracuse, Karthago. De bevolking van de stad begreep al snel dat ze goddelijke steun nodig had en besloot tot een dramatisch offer. Diodoros van Sicilië schrijft daarover dit:

Ze kozen tweehonderd kinderen uit de voornaamste families en offerden die in het openbaar. Niet minder dan driehonderd anderen, die ergens van waren beschuldigd, offerden zich vrijwillig. In de stad stond een bronzen beeld van Baal Hammon, met naar de grond toe uitgestrekte handen, de handpalmen naar boven, zodat een kind dat daarop was geplaatst er vanaf kon rollen en in een soort vurige put kon vallen.

Er bestaan reconstructies waarin het beeld van Baal Hammon een beestachtige kop heeft met een grote openstaande bek, zodat de armen – bewogen door middel van kettingen – konden dienen als een soort scheplepel om de kinderen omhoog te tillen en via de muil in het vuur te laten vallen. Dat is een wel erg fantasierijke uitleg van Diodoros’ beschrijving, die zo al naargeestig genoeg is. Lees verder “Temple boys (ofwel: enge baby’s)”

Stervende goden

Melqart (Deens Nationaal Museum, Kopenhagen)

In de negentiende eeuw was het simpel. Antieke religie had iets te maken met de natuur en met vruchtbaarheid. Het idee was dat godsdienst zou zijn ontstaan om te verklaren wat men niet wist. Wisselden de seizoenen? Er was ergens een godheid aan de gang. Blikseminslag, watersnood, aardbeving? Er was ergens een godheid aan de gang. Misoogst? Er was ergens een godheid aan de gang. Zwangerschap en geboorte? Zorg maar dat er een godheid voor je aan de gang ging om het nieuwe leven te beschermen.

Althans, zo zagen de negentiende-eeuwse wetenschappers het. Hun aanname was dat de mensen in de Oudheid net zo nieuwsgierig waren als zijzelf, en dat staat vanzelfsprekend nog maar te bezien. Een andere aanname was dat mensen in de Oudheid net zo geobsedeerd waren door seksualiteit als de victorianen en ook dat is slechts een aanname.

Lees verder “Stervende goden”

Eshmun, Hermes, Asklepios

Eshmun op een munt uit Lepcis Parva (British Museum, Londen)

Ik ben ziek dus ik geef u vandaag alleen even een plaatje van een munt uit Lepcis Parva met daarop de god Eshmun, die dit keer (als ik de uitleg in het British Museum mag geloven) visueel niet valt te onderscheiden van Hermes maar die in Lepcis de functie had van Asklepios: de godheid waaronder de volksgezondheid ressorteerde.

Het is één van de vele manieren waarop in het Fenicisch/Punische cultuurgebied alle goden dwars door elkaar liepen: de god die in Baalbek werd vereerd, Baäl-Hadad, kon voor de Grieken Apollo en Helios zijn maar ook Zeus. Dit vormt een waarschuwing om niet al te gemakkelijk de attributen van deze of gene godheid te gebruiken om te komen tot een identificatie. Dat betekent overigens tevens dat de identificatie van iemand die lijkt op Hermes als Asklepios óók te gemakkelijk kan zijn.

Lees verder “Eshmun, Hermes, Asklepios”

Terug naar Libanon

Sint-Elias, Beiroet
Sint-Elias, Beiroet

Als deze blogpost online zichtbaar wordt, ben ik in Beiroet. Ik ben een bevoorrecht mens, want dit is de derde keer in een jaar dat ik zal rondwandelen in een van de meest mondaine en kosmopolitische steden in het Middellandse Zee-gebied. Ik weet dat dat heel wonderlijk klinkt, want “Libanon” en “Beiroet” zijn in het Nederlands taalgebruik synoniem met verwoesting, ruïnes en geweld, maar het land is, met uitzondering van de oorlog tussen Israël en de Hezbollah in 2006, niet onrustiger dan bijvoorbeeld Turkije. Lees hier een citaat van William Dalrymple, uit zijn mooie boek From the Holy Mountain. Als je van moderne architectuur houdt, kom naar Beiroet.

Modern Libanon

Je kunt in Libanon ook verschrikkelijk lekker eten, want hier komen de Arabische, de Ottomaanse en de Franse keukens samen. De musea zijn schitterend, het verkeer is een bron van eindeloze verbazing en de mensen, tja, ik weet dat ik een cliché gebruik, maar ze zijn werkelijk aardig.

Lees verder “Terug naar Libanon”