Gerard Reve in Greonterp

Het kerkje van Westhem

Het moet meer dan dertig jaar geleden zijn dat een medestudent me, over een bord zelfgemaakte pilav heen, vertelde dat hij kort daarvoor naar Greonterp was geweest, het gehucht in Friesland waar Gerard Reve heeft gewoond. Vooral het detail – in geuren en kleuren opgediend – dat je op het Friese platteland op sommige plaatsen alleen met een “belbus” kon komen, is me bijgebleven. (Hoofdstedelijke arrogantie, ongetwijfeld.) Sindsdien stond Greonterp ook op mijn mentale landkaart, maar het is er al die tijd niet van gekomen erheen te gaan.

Tot maandag dus. Afspraken in Leeuwarden rond het middaguur en in West-Friesland in de avond, de noodzaak met de veerpont van Stavoren naar Enkhuizen te gaan en dus een leeg stuk middag. Het zonnige weer én “Reve in Fryslân” maakten het nog aantrekkelijker. Ik kan u het fietstochtje aanraden: u vertrekt in Sneek of IJlst en rijdt dan via Piekezijl naar Westhem en Blauwhuis en daarvandaan naar Greonterp. Daar moet u de weg maar even vragen naar Workum, want een verderop gelegen spoorwegkruising maakt dat de route nogal contra-intuïtief is. Eenmaal in Workum kunt u uw tochtje naar wens voortzetten naar Hindeloopen en Stavoren. (Deze plaatsen heten overigens ook Snits, Drylts, Pikesyl, Westhim, Blauhûs, Warkum, Hylpen en Starum; alleen Greonterp heet Greonterp.)

Lees verder “Gerard Reve in Greonterp” →

De wolken achterna

De Stroese Heide voor Kootwijk

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, werk ik momenteel aan een boek over het visioen van Constantijn – doe mijn uitgever en mijn boekhandelaar een lol en bestel het alvast met deze link – en de tekst daarvan is grotendeels klaar. Ik ben nu in de fase waarin ik allerlei details controleer en ik meelezers vraag mijn werk te controleren. Gisteren, woensdag dus, kwam de correctie binnen van mijn coauteur, Vincent Hunink, en een deel van zijn aantekeningen deed me lachen. Ik had het manuscript al laten nakijken door een oud-leraar, die altijd komma’s bijplaatst; Vincent haalde die nu allemaal weer weg.

Om een uur of een had ik een tekst af die ik aan meelezers kon uitdelen. Een bescheiden mijlpaal en ik besloot de boel de boel te laten en een fietstochtje te gaan maken, de wolken achterna, waarheen de wind me maar zou blazen.

Zo gezegd, zo gedaan.

Lees verder “De wolken achterna” →

Fietsen naar Thessaloniki: naar huis

De weg van Skiron

Ik had besloten terug naar huis te gaan, moet op de camping al mijn spullen hebben ingepakt en zal de volgende dag weer naar Thessaloniki zijn gereden. Daar moet ik de trein naar Athene hebben genomen maar ik herinner me van die reis volstrekt niets. Het is mogelijk dat ik een tweede dag in Thessaloniki heb doorgebracht en met een nachttrein naar het zuiden ben gereisd. In elk geval fietste ik op een zonnige dag al vroeg in de ochtend van Athene naar Korinthe, omdat ik geen zin had te wachten op een trein die me naar die volgende stad zou brengen.

De istmus van Korinthe

Het kerkje bij Dafne, even ten westen van Athene gelegen aan de Heilige Weg naar Eleusis, was gesloten. Ik ben er noch daarvoor noch daarna ooit binnen geweest. De opgraving van Eleusis was eveneens gesloten. Misschien kwam dat laatste wel omdat het een maandag was, ik weet het domweg niet. In ieder geval reed ik langs “Skirons weg” naar de istmus en naar Korinthe zelf, vanwaar ik het boemeltje wilde nemen naar Patras.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: naar huis” →

Fietsen naar Thessaloniki: Thessaloniki

bty
Thessaloniki is de fijnste stad van Griekenland

Mijn verblijf in Griekenland zat erop. Het was oorspronkelijk mijn plan geweest vanuit Thessalië naar Thessaloniki te rijden en daarvandaan door Joegoslavië, Oostenrijk en Duitsland terug te keren naar Nederland. Er was echter oorlog uitgebroken in het eerstgenoemde land en dus wilde ik nu door Bulgarije, Roemenië en Hongarije naar Wenen rijden, waarheen ik de volgende stapel landkaarten had vooruitgestuurd. Onderweg hoopte ik onder andere Sofia, de resten van de Donau-brug van Trajanus, Aquincum en Carnuntum te bezoeken. Zoals ik me herinner had ik alle visa in mijn paspoort staan, maar er staat me niets bij van bezoekjes aan Haagse consulaten, dus misschien herinner ik me dat wel verkeerd.

Naar Thessaloniki

Wat ik wel herinner is de fietstocht noordwaarts vanuit Almyros: naar Larisa, de immer stoffige hoofdstad van Thessalië, en daarvandaan verder door het prachtige Tempe-ravijn. Hier breekt de rivier de Peneios door de bergketen van Olympos, Ossa en Pelion: een mythologisch landschap, want volgens een beroemd verhaal stapelden ooit de opstandige reuzen de twee laatste bergen op elkaar om daaroverheen de Olympos te bestormen. Ik ben verschillende keren door de kloof gekomen en vind het een van de mooiste landschappen in Griekenland.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: Thessaloniki” →

Fietsen naar Thessaloniki: Thessalië

Een hellenistische havenstad in Thessalië: nauwelijks zichtbaar op deze foto uit het kartonnen cameraatje, ligt hier Halos.

In 1989 werkte ik een zomer lang op een opgraving van de Rijksuniversiteit Groningen: Halos in Thessalië. Een groot opgraver is aan mij niet verloren gegaan, maar ik heb er veel geleerd en een paar mensen leren kennen die ik nog af en toe tegenkom, dus het is een waardevolle tijd geweest.

Wat minder leuk was, was dat ik er verschrikkelijk slecht sliep. Dat had niets te maken met het hotel in het vissersdorp waar we verbleven, Amaliapoli, of met het werk, mijn kamergenoten of de stress van onbekend werk. Ik lag ’s avonds lang wakker en in de middag duurde mijn siësta nooit lang genoeg. Daardoor was ik vaak een van de eersten die na zijn middagdutje in de lobby van het hotel zijn aantekeningen zat uit te werken. Daarna ging ik aan de baai zitten, meestal met een doos kleurpotloden om tekeningen te maken van de prachtige Pagasitische Golf, met uitzicht op het schiereiland van Magnesia. Dat trok de aandacht van wat meisjes uit het dorp, die vaak een praatje kwamen maken en hun Engels oefenden. Met een van hen bleef ik daarna brieven uitwisselen en tijdens mijn fietstocht in de zomer van 1992 ging ik bij haar langs.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: Thessalië” →

Fietsen naar Thessaloniki: de Pindos

De trots van Griekenland: de kloosters van Metéora

In dit zomerfeuilleton, waarvan u de eerste aflevering hier kon lezen, neem ik u deze zondag mee naar Igoumenitsa in Griekenland, waar ik op een druilerige ochtend eind mei 1992 met mijn RIH de veerpont af kwam wandelen.

De Pindos, deel één

Een wonderlijk levendige herinnering: toen ik mijn lires wilde wisselen in drachmes, ontdekte ik dat ik nog maar weinig Italiaans geld bij me had, hoewel ik een paar dagen daarvoor nog een groot bedrag had opgenomen. Ik was voor zeker 150 gulden aan valuta kwijt. Ik moest me ertoe zetten me er niet door uit het veld te laten slaan.

Voor me lag de Pindos, het gebergte dat Albanië en het noordwesten van Giekenland scheidde van zuidelijk Joegoslavië en noordoostelijk Griekenland. Het einddoel van deze dag was Ioannina, dat ik alleen kende van verhalen (en een subplot uit De graaf van Monte Cristo) en een rustige klim beloofde naar een hoogte van ongeveer 500 meter. Tegenwoordig ligt er een snelweg, maar die was er destijds nog niet.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: de Pindos” →

Fietsen naar Thessaloniki: Via Appia

Terras van de Dianatempel van Aricia

De Romeinen bouwden de Via Appia in de laatste jaren van de vierde eeuw v.Chr. om Latium te verbinden met de Griekse steden van Campanië, zeg maar het achterland van het huidige Napels. Op de landkaart is dat een kaarsrechte lijn. Voorbij Campanië kronkelt de weg door de Abruzzen naar de havenstad Brindisi in de hak van Italië. Vanuit Rome leent het begin van de Via Appia zich uitstekend voor een bezoek: antiek plaveisel, oude grafmonumenten, catacomben, een kasteel, een villa. Er is een bushalte waarvandaan je terug kunt naar de stad, maar je kunt ook fietsen huren in Rome. Ik was er twee keer eerder geweest en beide keren had ik verder willen gaan langs de eindeloze weg. Nu had ik die mogelijkheid dan wel.

De Via Appia

De eerste kilometers gingen over antiek plaveisel maar na verloop van tijd nam eigentijdse functionaliteit het over van het monumentenbeleid en was de weg geasfalteerd. Ik begreep ineens hoe het Amerikaanse leger in juni 1944 over de Via Appia had kunnen oprukken van Anzio naar Rome en waarom ze uiteindelijk links- en rechtsaf waren gezwenkt. Zo fietsend bereikte ik de Albaanse Berg, de dode vulkaan ten zuidoosten van Rome waar de moderne weg even afwijkt van zijn antieke voorganger. Ik bekeek de krater, waarin het Albaanse Meer ligt, en fietste verder naar een tweede kratermeer, het Meer van Nemi.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: Via Appia” →

Fietsen naar Thessaloniki: Rome

Rome, Monte Testaccio

Wat doet iemand die, zoals beschreven in de eerdere delen van dit zomerfeuilleton, 2100 kilometer heeft gefietst om in Rome aan te komen? Hij gaat nog een eind fietsen natuurlijk, want hij is weliswaar binnen de Grande Raccordo Anulare maar nog niet in Romes historische centrum.

Rome

En dus peddelde ik langs de laatste kilometers van de Via Flaminia. Bij de Milvische Brug stak ik de Tiber voor de laatste keer over en over de verder kaarsrechte weg reed ik naar de Porta del Popolo, waar onderdoor ik de oude stad binnenkwam. Over de Via del Corso – nog steeds kaarsrecht, nog steeds eeuwenoud, nog steeds in gebruik – reed ik richting Capitool.

De fiets heb ik neergezet voor het Conservatorenpaleis en dat was dat. Het eerste deel van mijn reis zat erop.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: Rome” →

Fietsen naar Thessaloniki: de Apennijnen

Midden in de Apennijnen: de opgraving van de pars rustica van Plinius’ landgoed.

Ik was – voor degenen die vandaag instappen in het zomerfeuilleton (eerste aflevering hier) – op weg naar Rome. Weliswaar was me verzekerd dat na de Alpen de Apennijnen reuze zouden meevallen, maar het was nog een flink eind naar de bovenloop van de Tiber en vooral: ik moest klimmen naar een pas op zo’n 800 meter hoogte. Minder dan de 1300 meter naar de Col du Lautaret maar meer dan de 700 naar de Col de Montgenèvre. En ik was geen held in klimmen.

De Apennijnen

Maar het lukte allemaal goed en in Sarsina wachtte me een verrassing, namelijk het standbeeld van Plautus, de Romeinse komediedichter, die daar blijkbaar was geboren. Ik herinner me een wat statig beeld van een man in een toga die vanaf een hoge sokkel over de grote weg uitkeek, maar ik heb het met Google Earth niet kunnen terugvinden. Wel staan er in Sarsina beelden van toneelspelers in Romeinse uitrusting. Met dat laatste toon je beter wat de man heeft betekend, maar vermoedelijk zou hij zelf het eerste soort beeld leuker hebben gevonden.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: de Apennijnen” →

Fietsen naar Thessaloniki: Ravenna

Bisschop Maximianus van Ravenna vindt dat u zijn naam niet mag vergeten. De anonymus middenin is keizer Justinianus (San Vitale, Ravenna)

Ik had u, beste lezer van dit zomerfeuilleton, gisteren achtergelaten bij het graf van Augustinus in het mooie Noord-Italiaanse stadje Pavia.

Cremona

Ik pikte daar die ochtend mijn eerste Italiaanse espressootje en fietste verder naar Cremona, dat al net zo’n fijne stad bleek te zijn als Pavia. Toch was ik in mei-juni 1992 niet op reis van stad naar stad, zelfs al zal ik er nog tientallen noemen. Ik wilde gewoon het landschap ervaren. De zon voelen, de wind in de rug hebben, ergens rechts van me de Po zien glinsteren, de populieren langs de weg zien. De middeleeuwse dom hier, het museum daar en het kasteel verderop waren zeker geen obstakels maar waren niet waarvoor ik op reis was.

Ten oosten van Cremona was een slagveld uit het Vierkeizerjaar 69: het is waar de Rijnlegioenen van de Romeinse keizer Vitellius de troepen van keizer Otho versloegen. Het verslag in Tacitus’ Historiën is adembenemend en was de reden waarom ik de omweg over Cremona had gemaakt. Niet dat er iets was te zien, maar ik wilde er zijn geweest. Ik denk dat de Bataven in Vitellius’ leger zich op die dag in april 69 wel op hun gemak zullen hebben gevoeld want het vlakke rivierenland doet wat denken aan de Betuwe.

Lees verder “Fietsen naar Thessaloniki: Ravenna” →