Eise Eisinga

Eise Eisinga (Stadhuis Franeker)

Franeker is even klein als leuk. In het Martenamuseum was vorig jaar een geslaagde expositie over het boekenbezit van de voormalige universiteit waar ik met veel plezier heb rondgelopen. De wereld van Reinerus Neuhusius. Even verderop – het zal geen steenworp zijn maar het scheelt weinig – is het beroemde planetarium van Eise Eisinga.

Het bijbehorende verhaal is te beroemd om niet nog eens te vertellen. In 1774 zouden de maan en de planeten Mercurius, Venus, Mars en Jupiter vlak bij elkaar aan de hemel staan en er gingen geruchten dat daardoor de aarde uit zijn baan zou worden getrokken. Een door een dominee Eelco Alta geschreven brochure veroorzaakte nogal wat paniek.

Het misverstand dat hij de wereld in hielp is overigens interessant omdat het bewijst dat hij kennis had van de zwaartekrachtwet van Newton en begreep dat andere hemellichamen krachten uitoefenden op onze aarde, maar het effect overschatte. Dit is hoe pseudowetenschap altijd werkt. Mensen begrijpen wel het principe van deze of gene wetenschappelijke methode, maar zijn niet goed in staat de werking te kwantificeren.

Lees verder “Eise Eisinga” →

Vincent van Gogh

Het kerkje in Nuenen, dat Vincent van Gogh ooit schilderde

Eind jaren tachtig werkte ik als schoonmaker in het Van Gogh-museum in Amsterdam. Elke ochtend ging ik met de stofzuiger over de verschillende verdiepingen en ik heb aan die dagelijkse rondwandeling door het museum in elk geval een lievelingsschilderij overgehouden (namelijk dit). Het aardige van het op zich geestdodende werk was dat er regelmatig VIPs waren die voor openingstijd het museum binnen mochten. Ik heb dus weleens een praatje gemaakt met de Indische onderminister van godsdienstzaken. Soms leidde de directeur, Ronald de Leeuw, de voorname gasten persoonlijk rond en dan hoorde ik allerlei aardige dingen over Vincent van Gogh.

Diens biografie ken ik niet zo goed, maar het oeuvre kan ik dromen. Dus was ik niet weinig verbaasd toen ik een tijdje geleden, fietsend van Venlo naar Eindhoven, in Nuenen ineens in een schilderij van Van Gogh belandde. U ziet het origineel hierboven en u ziet het schilderij hier. Even later was er dit origineel…

Lees verder “Vincent van Gogh” →

Papeloze kerk

Hunebed D49 bij Schoonoord, de Papeloze Kerk

Als u dit leest, ben ik in Yerevan, de hoofdstad van Armenië. Misschien vind ik daar tijd om wat te schrijven, maar ik weet het niet zeker. En eerlijk gezegd wil ik de avonden op mijn hotelkamer vooral benutten om wat te lezen. Om er toch zeker van te zijn dat hier op de blog wat gebeurt, heb ik voor de komende dagen kleine stukjes gepland over fietstochtjes die ik de afgelopen tijd heb gemaakt. Vandaag de provincie Drenthe en meer in het bijzonder een hunebed met de opmerkelijke naam Papeloze Kerk. U vindt het als u van Schoonoord naar Sleen gaat, aan de rechterhand van de weg.

Een papeloze kerk is een kerk zonder priesters, wat in de negentiende eeuw werd uitgelegd alsof dit de plaats is geweest van protestantse hagepreken in de jaren van de Nederlandse Opstand tegen de Spanjaarden. Enigszins problematisch is die verklaring wel, want deze plek is wel érg ver buiten de bewoonde wereld. Even goed kan de naam zijn ontstaan omdat mensen hebben gedacht dat dit een heidens heiligdom was.

Lees verder “Papeloze kerk” →

Zo’n dag waarop het geluk je toelacht (2)

Dat u het maar weet: ze halen bier gewoon uit een beekje.

Ik had u achtergelaten langs de weg vanuit Tervuren naar het oosten, op een kasseienweg. Zonder dat er werkelijk veel spectaculairs viel te zien, was het landschap absoluut prachtig. Ik reed dwars door de glooiende velden, met een lichte wind in de rug, op een stralend zonnige dag maar zonder dat het al te warm was. Wat wil een mens nog meer?

Bij Loonbeek dook ik een dal in, zodat ik meteen weer een stevige helling op moest, maar daarna wachtte een stuk asfaltweg waarop ik probleemloos naar Sint-Joris-Weert reed. (Heerlijke plaatsnaam overigens, Vlaamser kan het nauwelijks.) Er was daar een spoorwegviaduct dat me trof als het soort industriële monument waar ik erg van houd. Via Nethen reed ik door een beekdal verder naar Hamme en ik kon alleen maar denken dat het mooi was.

Lees verder “Zo’n dag waarop het geluk je toelacht (2)” →

Zo’n dag waarop het geluk je toelacht (1)

Belgen zijn niet twee- maar drietalig

Het Afrikamuseum in Tervuren (ten oosten van Brussel) is heropend en ik had tegenstrijdige verhalen gehoord over de wijze waarop het museum nu zou omgaan met de welbeschouwd nogal koloniale collectie en het al even koloniale gebouw. Aan de ene kant waren mensen die vonden dat een wel heel diepe buiging was gemaakt naar politiek-correct denken, aan de andere kant oordeelde een anti-racisme-werkgroep van de VN dat het museum niet ver genoeg was gegaan. Alle reden om eens een kijkje te nemen.

Het plan was daarna naar het oosten te fietsen. Met wat geluk kon ik in Tongeren nog even naar de Stonehenge-expositie of even langs bij een kennis in Hasselt, met wie ik al weken probeer een afspraak te maken en wiens nummer ik netjes in mijn telefoon had geprogrammeerd voor het geval het inderdaad mocht lukken. Alles zou staan of vallen met een vroege aankomst in Brussel. En dus stond of viel alles met een vroeg vertrek uit Amsterdam. En dus ging de wekker al om kwart voor zes en dus kocht ik slaperig – me licht ergerend aan het luide gesprek bij de kaartjesautomaat naast me – een kaartje voor mijzelf en een kaartje voor mijn fiets, checkte in, plaatste mijn fiets in het daarvoor bestemde compartiment en plofte neer in een verder lege coupé.

Lees verder “Zo’n dag waarop het geluk je toelacht (1)” →

Bij ons in het dorp (10)

Wegwerkzaamheden vinden vaak ’s nachts plaats, als er weinig verkeer is. Dat heeft veel voordelen en een paar nadelen. Met die laatste maakte ik gisteren nogal hardhandig kennis, al was het meer een combinatie van factoren dan dat het alleen kwam door de wegwerkzaamheden.

Maar goed, ze zijn aan het einde van de Westerstraat de Marnixstraat aan het verbeteren. Als je de eerste straat uit komt fietsen, krijg je een soort omleiding waarbij je een stukje over de stoep moet rijden. Niks aan de hand. Helaas had het gisteren geregend en was de weg glad. En helaas was de afrit van de stoep wat onregelmatig. En helaas slipte ik over het natte asfalt. En helaas ligt er in de Marnixstraat een trambaan. Zodat mijn voorwiel in de sleuf van de rail raakte en over de kop sloeg.

Lees verder “Bij ons in het dorp (10)” →

Het Woudagemaal

Het Woudagemaal bij Lemmer

Station Zwolle is voor Noordoost-Nederland wat Utrecht is voor Midden-Nederland: een knooppunt waar elke treinreiziger langs komt. Als er in Zwolle moet worden verbouwd, is er een stevig mobiliteitsprobleem. Dit voorjaar betrof het de brug over de IJssel, deze zomer moesten er een stuk of zeventig oude wissels uit en een stuk of veertig nieuwe in. Dus was station Zwolle de eerste twee weken van deze maand gesloten en moest je met een bus van Meppel naar Kampen en andersom.

Ik houd niet van bussen – of beter: ik wil niet hoeven meeluisteren naar de muziek van de chauffeur. Voor mij zat er dus weinig anders op dan, als ik op een vrijdagavond van Leeuwarden naar de Randstad wilde, of op een zondagmiddag naar het noorden terugkeerde, een stuk te fietsen. Dat is natuurlijk geen straf. Van Sneek via Urk naar Lelystad. Van Hardenberg via Hoogeveen naar Meppel. Van Heerenveen via Schokland naar Kampen. Zo kwam ik afgelopen vrijdag bij Lemmer, waar ik erin slaagde de weg kwijt te raken en me ineens niet bevond ten oosten van het stadje, waar de brug ligt naar de Noordoostpolder, maar in het westen. Kortom, ik was ineens vlakbij het Woudagemaal. Werelderfgoed.

Lees verder “Het Woudagemaal” →

Trein, bus, fiets, koffer, toerist

Met de trein naar Leeuwarden, als je daar rond 9:00 uur moet zijn, dat is sowieso vroeg opstaan, want je moet om 6:42 de trein hebben vanaf Amsterdam-Zuid. Extra complicatie is dat er momenteel rond Zwolle geen treinen rijden en dat je met een bus moet: je zult moeten luisteren naar de muziek waar de chauffeur je naar laat luisteren, je zult niet kunnen werken op je laptop en je moet maar hopen dat je de fiets mag meenemen die voor je werk onontbeerlijk is.

De trein is wat vertraagd. Je stapt in, met een koffer en een fiets. Er zit een echtpaar op de voor fietsen gereserveerde plek. Ze hebben nogal wat koffers bij zich. Je begint uit te leggen dat ze daar beter niet hadden kunnen gaan zitten omdat daar de fietsen moeten staan, maar ze maken je duidelijk dat ze er niet weg willen. Jij moet, zo suggereren ze, je fiets maar neerzetten vóór ze.

Lees verder “Trein, bus, fiets, koffer, toerist” →

Pingjum

De dijk rond Pingjum

De trouwe lezers van deze blog weten dat ik graag een eind ga fietsen en dat ik momenteel een klus heb in Leeuwarden, dus het lag in de rede dat ik eens zou schrijven over dit mooie vlakke land. Vorige week moest ik in Harlingen zijn en omdat het een mooie avond was, besloot ik naar Makkum te rijden, waar ik als kind eens ben wezen logeren. Onderweg kwam ik door Pingjum, waar ik vorig jaar al doorheen was gekomen, op weg van Schagen naar Groningen. Een bord over de “Pingjumer Gulden Halsband” had toen mijn aandacht getrokken maar omdat het die dag nog een eind rijden was, had ik het gelaten wat het was. Vorige week had ik wat meer tijd.

In dit deel van Friesland leefden al in de IJzertijd mensen op de wat hogere kleiplaten, die ze zelf ook nog wat verder verhoogden: de eerste terpen, waarvan de Romeinse auteur Plinius de Oudere een mooie beschrijving heeft gegeven. Na de derde eeuw na Chr. werd het gebied echter leger en vermoedelijk ook natter. Vanaf pakweg Bolsward stroomden twee waterwegen naar het noorden: de Boorne of Middelzee liep oostwaarts langs Sneek en dan noordwaarts langs Leeuwarden naar de Waddenzee terwijl de Marne noordwestwaarts liep en ergens halverwege de huidige Afsluitdijk en Harlingen in zee uitstroomde. De twee waterwegen, die in de loop der tijden allebei zijn ingepolderd, vormden de zuidelijke grens van Westergo en ik vermeld nog even dat Bonifatius om het leven kwam aan de Boorne (dus niet in Dokkum).

Lees verder “Pingjum” →