Hercules van Magusa?

Hercules Magusanus (Museumpark Xanten)

In mijn vorige blogje besprak ik de mogelijkheid dat Hercules Magusanus een syncretisme was van een Romeinse halfgod en een Keltische of Germaanse godheid. Nu de andere mogelijkheid: Hercules Magusanus is de Hercules van Magusa, of iets dat daarop lijkt. Je kunt denken aan het Gallische woord magos, “veld”, dat in allerlei plaatsnamen is te herkennen, zoals Senomagus, “oud veld”, en Noviomagus, “nieuw veld”. Misschien brengt dit spoor ons verder, maar je zou dan willen weten wat het Keltische element is dat tot -anus verlatiniseerde.

Oude speculaties

De mogelijkheid dat Magusanus verwijst naar een plaats, is heel lang besproken geweest. Op de DNBL zijn vroegnegentiende-eeuwse publicaties te vinden vol vroegnegentiende-eeuws gespeculeer. Die hoeven niet per se onzin te zijn. Een van de eerste echte geleerden die zich ermee bezighield, Conrad Leemans, herhaalde in 1846 in Gedenkteekens van Hercules Magusanus de eerdere speculatie dat als het ging om de Hercules van deze of gene plaats, het zou kunnen gaan om Mecusa, ook bekend als Divodurum ofwel Metz. Ik denk dat dit moderne linguïsten niet overtuigt.

Lees verder “Hercules van Magusa?”

Hercules Magusanus

Hercules Magusanus (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Hercules Magusanus geldt als een van de belangrijkste goden van de Bataven. Dat zegt althans iedereen, maar er zijn haken en ogen. Dat iets goed is gedocumenteerd, wil vanzelfsprekend niet zeggen dat het belangrijk was. Maar na deze en nog wat andere kentheoretische slagen om de arm, moeten we maar denken dat Hercules Magusanus een belangrijke Bataafse godheid is geweest.

Hercules Magusanus

Toen ik u in december uitnodigde voor de oudejaarsvragen, kreeg ik voor het eerst de vraag voorgelegd waar Magusa lag. De normale lezing van “Hercules Magusanus” is immers dat het de halfgod Hercules was, zoals die werd vereerd met de rituelen van Magusa. De vraag verbaasde me omdat ik niet beter wist dan dat Hercules Magusanus een zogeheten syncretisme was: twee goden die aan elkaar werden gelijkgesteld, zoals Apollo Grannus en Mars Lenus. Dat ik niet beter wist, betekent natuurlijk niet dat Hercules Magusanus ook werkelijk een syncretisme was. Er zijn volop goden die een plaatsnaam hebben als bijnaam. Zo is Hercules Deusoniensis de Hercules van Deuso. Kortom, het was een goede vraag.

Lees verder “Hercules Magusanus”

Romeins Halder

Hercules in actie (Romeins Museum, Halder)

Weinig musea zijn zo mooi gehuisvest als het piepkleine Romeinse museum in Halder: het ligt middenin een natuurgebied, als een bijgebouw van een landgoed dat in de zeventiende eeuw is aangelegd op een donk bij het Brabantse riviertje de Dommel. Aan de cour van het landhuis is een theehuis, waar het goed toeven is. Kortom: ideaal voor een fietstochtje.

Je denkt bij Romeins Nederland niet meteen aan het Brabantse platteland, hoewel er bij mijn weten al zeker veertig jaar systematisch onderzoek wordt gedaan, dat zich vooral richtte op grote landgoederen zoals Hoogeloon. Een bestaande boerderij is daar in de eerste twee eeuwen na Chr. uitgegroeid tot een buitenverblijf dat in Italië niet zou hebben misstaan. Er was zelfs een badhuis. Elders in Noord-Brabant zijn landelijke nederzettingen gedocumenteerd die meer het karakter hebben behouden van een IJzertijdnederzetting. Ook daar was de Romeinse nabijheid echter voelbaar.

Lees verder “Romeins Halder”

De Romeinse keizers van Gallië (1)

Postumus, stichter van het Gallisch Keizerrijk (Bodemuseum, Berlijn)

Ik heb het, in het kader van mijn reeks over Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, al vaker gehad over de fase van de Romeinse geschiedenis die bekendstaat als de Crisis van de Derde Eeuw. De crisis als geheel, de Sassaniden en de afname van de economische mogelijkheden kwamen al aan de orde. De gevolgen waren immens. Rond 270 was het Romeinse Rijk in drieën uiteengevallen. Het centrale rijk (bestuurd door achtereenvolgens Gallienus, Claudius II Gothicus en Aurelianus) bestond uit Italië, de Afrikaanse provincies en een onrustige Balkan. In het oosten was het Rijk van Palmyra, in het westen het Gallisch Keizerrijk.

Je kunt die afsplitsingen zien als dieptepunt van een crisis, maar dat is te eenzijdig. Dat de Galliërs in alle opzichten het “echte” Romeinse Rijk imiteerden, bewijst vooral hoe grondig de romanisering was geweest, hoe groot het zelfvertrouwen van de provincies was en hoe vitaal de Romeinse wereld bleef.

Lees verder “De Romeinse keizers van Gallië (1)”