MoM | Hermeskeil

De opgraving van Hermeskeil in de regen. Het vennootschappelijke automobiel in de achtergrond.

De laatste keer dat ik mijn zakenpartner zag was met oudejaar. Hij is momenteel in Korea voor de opnamen van een programma dat, zo lees ik bij een doorgaans goed-geïnformeerd medium, “Sterren Schaatsen Rondjes op het IJs” heet. Als hij straks in Nederland terug is, ga ik naar Cyprus. Kortom, ik zie hem te weinig. Vorig jaar lukte het echter om eens samen op vakantie te gaan en zoals de vaste lezers van deze blog weten, bezochten we Bastenaken, de Titelberg en Trier.

Op een regenachtige dag gingen we naar Hermeskeil, waar momenteel een opgraving plaatsvindt die de archeologie als wetenschap verder zou kunnen brengen. Ik heb de problematiek al vaker behandeld: het staat vast dat Julius Caesar iets heeft veroverd dat hij Gallië noemde, maar we weten niet wat hij precies onderwierp. Al in de negentiende eeuw hebben archeologen – ze werden gefinancierd door Napoleon III – versterkingen uit het midden van de eerste eeuw v.Chr. gevonden, maar alles wat ze vonden lag ten zuiden van de Seine. En dat terwijl Romeinse forten, zelfs als het gaat om die voor kleine eenheden, niet echt moeilijk terug te vinden zijn. De opgraver van het kleine fort bij Maldegem, Hugo Thoen, was verbaasd dat in Gallia Belgica in een kleine anderhalve eeuw niet één van Caesars enorme legioenbases was geïdentificeerd. Daarmee bepaalde Thoen de parameters van de discussie: was Caesars rapport van zijn noordelijkste veroveringen geen bluf?

Lees verder “MoM | Hermeskeil”

Caesar in Noord-Gallië (4)

Caesar (Museum van Korinthe)

[Dit is het vierde uit een korte reeks stukjes waarin de Vlaamse archeoloog Guido Cuyt en ik de recente identificatie van Caesars slagveld bij Kessel proberen te plaatsen in de wijdere context van het onderzoek. In het eerste deel behandelden we dat de archeologische vondsten het verslag in Caesars Gallische Oorlog niet bevestigden, in het tweede zochten we naar het slagveld aan de Sabis en naar het heuvelfort van de Aduatuci., terwijl we in het derde bekeken of Atuatuca kon worden gezocht bij Kanne-Caestert.]

De kampen van Labienus en Cicero (54-53 v.Chr.)

In dit vierde stukje nog even wat losse eindjes voor we later vandaag kunnen ingaan op de betekenis van de identificaties voor de ontwikkeling van de oudheidkundige vaktheorie. Eerst het kamp van Labienus, die de winter van 54/53 doorbracht in het grensgebied van de Remers en de Treveren. Het is denkbaar dat ze verbleven in Cugnon, waar een heuvelfort uit de Late IJzertijd is gevonden. Een voorde in de rivier de Semois past bij Caesars beschrijving van de plek waar de Treverische vorst Indutionarus sneuvelde. Op dit punt is meer onderzoek noodzakelijk.

Lees verder “Caesar in Noord-Gallië (4)”

Caesar in Germanië

Model van Caesars Rijnbrug (Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Dit wordt een zeer gehaast stukje, maar het nieuws is te leuk om niet te delen. Archeologisch is dit dus gewoon “breaking news”.

Julius Caesar veroverde Gallië. Er is geen redelijke twijfel daaraan. Archeologisch is zijn eigen verslag, De Gallische Oorlog, bevestigd in onder meer Alesia en Gergovia, die zijn opgegraven door niemand minder dan Napoleon III. Het rare was echter dat er almaar geen archeologische bevestiging kwam voor Engeland, België en Duitsland, hoewel er honderden marskampen moeten zijn geweest voor de acht legioenen die al met al een decennium benoorden de Alpen verbleven. Ik blogde al eens over deze discrepantie.

Lees verder “Caesar in Germanië”