De nadelen van specialisme

Om een of andere reden moet ik de laatste tijd vaak denken aan mijn studietijd. Gisteren werd ik eraan herinnerd hoe vaak mijn docenten vragen ontweken. Als je een docent in vakgebied X erop wees dat in vakgebied Y een tegengestelde conclusie was bereikt, vermeed men de discussie.

Zo bleven de classici dus homerische krijgers vergelijken met soldaten uit postindustriële samenlevingen, hoewel antropologen die vergelijking problematiseerden; oudhistorici negeerden wat economen zeiden over de Fisher Equation; archeologen claimden kennis van antieke marktrechten en deden geen navraag bij de aardige jonge historicus die daarop aan het promoveren was. Men bleef problemen vanuit het eigen kader bekijken, zonder te zien wat andere kaders opleverden of wat de relatieve waarde van de diverse kaders was.

Lees verder “De nadelen van specialisme”

De zang der Sirenen

Een sirene (Antikensammlung, Munchen)

Ik wist dat het heel erg was, maar als je de cijfers ziet, schrik je pas echt. Studenten lenen zo’n €365 per maand. Dat is ruim €17.500 tijdens hun hele studie.

Welke studie is zo’n bedrag nog waard? Ik heb destijds geschiedenis gestudeerd, deed de wetenschappelijke afstudeervariant en heb het geluk gehad werk te vinden als historicus. Dat was echter uitzonderlijk. Mijn studiegenoten vonden veelal pas een baan na het doen van bij- en omscholingen. Ze begonnen op de arbeidsmarkt dus met een achterstand. Dat is een hoge prijs om te betalen voor het privilege enkele jaren een prachtige studie te mogen doen.

Lees verder “De zang der Sirenen”

Aanslag op de letteren

1993, de zoveelste bezuinigingsronde op de geesteswetenschappen. Niks nieuws onder de zon, zou je zeggen, maar dit keer is er toch iets aan de hand. Anders dan te doen gebruikelijk, laten de medewerkers van de UvA het namelijk niet gelaten over hun kant gaan. Ze beleggen op een woensdagavond aan het begin van de zomer een manifestatie in De Balie. De zaal zit behoorlijk vol als zevenentwintig “gerenommeerde schrijvers, publicisten en vertegenwoordigers van de belangrijkste letterkundige organisaties” zich uitspreken tegen de bezuinigingen.

Vergeefse moeite, vanzelfsprekend. Wie iets wil bereiken, moet demonstreren in september of oktober. Er is echter een wezenlijker probleem: als geheel overtuigen de zevenentwintig bijdragen niet. Stuk voor stuk zijn het beste aardige stukken, maar wie ze allemaal beluisterde (of naleest in de door Jan Fontijn, Marita Mathijsen en Anthony Mertens geredigeerde bundel), raakt er vooral door geïrriteerd, en ik heb wel eens vilein gepretendeerd dat het eigenlijk satire was.

Lees verder “Aanslag op de letteren”

Onrust in de geesteswetenschappen

Helaas beschik ik niet over de gave der bilocatie. Anders zou ik aanstaande dinsdagavond zowel een lezing verzorgen in Schagen als luisteren in Amsterdam bij een bijeenkomst met de titel “Onrust in de geesteswetenschappen. De dekanen aan het woord”.

De zin van de geesteswetenschappen staat al vrij lang ter discussie. Dat is niet zo vreemd. Geesteswetenschappers zijn te veel bezig met hun onderzoek en te weinig met het uitleggen daarvan, zodat menigeen niet goed weet wat ze doen. Er wordt daarom vaak sceptisch gereageerd op deze “fopwetenschap”. Ik heb in deze lezing enkele reacties geciteerd (doorscrollen naar “doelgroepen”) en wie wil weten waar de geesteswetenschappen toe dienen, kan terecht in het mooie boek over De vergeten wetenschappen van Rens Bod of in dit stukje.

Lees verder “Onrust in de geesteswetenschappen”

Zwijgende letterdames en -heren

De Lachmannmethode was het model van Darwins evolutieleer.

Ik heb een erg aardige uitgever, waar ook erg aardige mensen werken. Ik ga daarom graag bij ze langs. Toch vermijd ik de nieuwjaarsborrel, heb ik uitnodigingen voor het boekenbal afgeslagen en ga ik ook niet naar de septemberborrel.

Ik voel me namelijk niet op mijn gemak tussen al die letterdames en -heren. Het is in het boekenvak als in elke andere beroepsgroep: zet enkele vakgenoten bij elkaar, en de conversatie gaat over onderwerpen waarover men het eens is. Deze of gene literaire prijs, hoe triest het toch is dat Selexyz surseance moest vragen, het ongunstige culturele klimaat, de olijk Halve Zoolstra genoemde staatssecretaris. Ik verveel me al heel snel. Dat ligt dus niet aan die leuke mensen, maar aan mij. Ware ik tandarts op een tandartsencongres, ik zou me vervelen bij de borrelconversatie daar.

Lees verder “Zwijgende letterdames en -heren”

Het academisch Bén Tre

In de war

Maandagochtend, ik open de mailbox. Een berichtje van mijn moeder, een paar berichtjes die betrekking hebben op mijn werk, een vriendin die een lunchafspraak wil verzetten en een mailtje van iemand uit Groot-Brittannië, die me vraagt of ik een petitie wil ondertekenen tegen de naderende sluiting van het Canterbury Roman Museum. Ik heb mijn correspondent nog nooit ontmoet, maar als ik met hem correspondeer, geeft hij goede antwoorden waaruit een enorme belezenheid blijkt. Omdat ik hem respecteer, teken ik de petitie onmiddellijk, ook al ben ik nog nooit in Canterbury geweest en had ik tot vanmorgen niet gehoord van het museum.

Meestal ben ik sceptischer. In oktober 2009 kreeg ik een vergelijkbare uitnodiging om de Universiteit van Sheffield te schrijven dat ik bezorgd was over de voorgenomen sluiting van het Biblical Studies Department. Het verzoek was niet onredelijk. “Sheffield” is inderdaad een begrip en het verbaasde me al langer dat er plannen waren het departement te sluiten. Tegelijk wrong er iets aan de uitnodiging. De samenstellers somden allerlei rationele argumenten op, maar gaven nergens aan om welke reden men het besluit tot sluiting eigenlijk had genomen.

Niemand in Sheffield lijkt dat vreemd te vinden. Ik wel.

Lees verder “Het academisch Bén Tre”