WvdK | De val van Jeruzalem

Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70.

Over de ondergang van Jeruzalem in het jaar 70 n.Chr. heb ik vorig jaar uitgebreid geblogd en ik wil er nu niet al teveel over schrijven. U leest het hier allemaal maar na. Onze voornaamste bron is Flavius Josephus, die geen verschrikking onvermeld laat en desondanks de aandacht weet vast te houden. Josephus is absoluut een van de boeiendste klassieke auteurs en mag zeker niet ontbreken in het reeksje bronnen dat ik hier tijdens de Week van de Klassieken aan u voorleg.

Josephus is echter een auteur met een agenda. Hij presenteert de vernietiging van Jeruzalem als het resultaat van de rebelse houding van mensen die niet wilden luisteren naar de Joodse elite, de Sicariërs. Hun obstinate houding en hun geweld zouden al zijn begonnen aan het begin van de jaartelling en daarna zou het van kwaad tot erger zijn gegaan. Josephus kan echter geen continuïteit van het geweld documenteren voor de eerste decennia van de eerste eeuw, wat voldoende is om zijn theorie terzijde te schuiven. Hoe het wel zit, is voor een andere gelegenheid. In het volgende leest u over de laatste uren van het Joodse Jeruzalem: de nacht van 6 op 7 september 70. Aan het einde geeft Josephus zijn favoriete zondebokken nog even een trap na.

Lees verder “WvdK | De val van Jeruzalem”

Misverstand: Joodse kleren

Beelden uit de oude Heilig Land-stichting.

Misverstand: De oude Joden leken op negentiende-eeuwse Arabieren

Een van de kleinste provincies van het Romeinse Rijk was Judea. We zijn er goed mee bekend, want het jodendom en het christendom zijn er ontstaan, die beide een aanzienlijke hoeveelheid geschreven bronnen hebben nagelaten. Europa is nooit moe geworden weer te geven hoe het land van Mozes en Jezus er echt heeft uitgezien. Sinds ruim een eeuw zoekt men daarbij naar inspiratie in het hedendaagse Palestina.

Ooit was dat een vernieuwende gedachte. Toen in 1911 de Heilig Land-stichting (het huidige Museumpark Orientalis) werd opgericht om het leven van de mens Jezus aanschouwelijk te maken, was dat niet minder dan een revolutie. Tot dan toe was Jezus namelijk afgebeeld als een Europeaan of als een bovenmenselijk wezen. Het nabouwen van een Palestijns dorp bij Nijmegen was verfrissend, al was de premisse dat in het Midden-Oosten sinds de Oudheid niets was veranderd weinig aannemelijk en zelfs beledigend voor de bevolking, die blijkbaar niet tot vernieuwing in staat was geweest.

Lees verder “Misverstand: Joodse kleren”

Het sterrenkind (5)

Dakpannen van het Tiende Legioen Fretensis. Het embleem was een varken, wat door de Joden als belediging werd ervaren. (Davidson Centrum, Jeruzalem)

[Laatste deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

Ergens na 6 november 135, de datum van zijn laatste ons bekende brief, raakte Bar Kochba in Betar afgesloten van de buitenwereld. Het voornaamste verdedigingswapen zou volgens de rabbijnse bronnen het gebed zijn geweest van de hogepriester, de Eleazar die staat genoemd op de munten. Het is mogelijk dat de opstandelingen voor hem een als tijdelijk bedoelde tempel hebben gebouwd, maar van de vierkante ruïne die ooit op het plateau stond, is niets over dat zich leent voor archeologisch onderzoek. Hoe dan ook, de auteur van een rabbijns commentaar op het Bijbelboek Klaagzangen vermeldt dat Hadrianus, ontmoedigd doordat hij niet in staat was Betar te veroveren, overwoog naar huis te gaan.

Lees verder “Het sterrenkind (5)”

Het sterrenkind (4)

Graf van Lollius Urbicus, een van de Romeinse generaals, in Tiddis (Algerije)

[Vierde deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De keizer had besloten de beste generaal naar Judea te sturen en die kreeg ook de beste troepen. Om te beginnen was er het Tiende Legioen Fretensis, dat zijn basis had in Jeruzalem en na aanvankelijke verliezen werd versterkt met mariniers uit Italië. Uit het huidige Jordanië kwam het Zesde Ferrata. Het Tweeëntwintigste Deiotariana arriveerde vanuit Alexandrië en werd door de opstandelingen vernietigd (al kan het ook zijn gegaan om VIIII Hispana. Er werden versterkingen gezonden: het Tweede Traiana, dat eveneens in Alexandrië was gestationeerd. Verder waren er cohorten actief van III Cyrenaica, III Gallica en IIII Scythica; van zeventien eenheden hulptroepen zijn de namen bekend; en voor het eerst sinds de slag in het Teutoburger Woud werden in Italië weer jongemannen opgeroepen om dienst te doen. Cassius Dio schrijft:

Het risico van een regulier gevecht met de Romeinen durfden de Joden niet aan, maar ze bezetten de strategische plaatsen in het land en beveiligden die met muren en ondergrondse gangen, zodat ze schuilplaatsen zouden hebben als ze in het nauw kwamen, en ze onder de grond ongemerkt naar elkaar toe konden gaan. Hier en daar maakten ze van bovenaf openingen in de ondergrondse passages om licht en lucht binnen te laten. … Een rechtstreekse aanval op zijn tegenstanders vanuit één bepaald punt waagde Julius Severus niet, gezien hun numerieke overwicht en doodsverachting. Maar door hen groepje voor groepje aan te pakken … door ze uit te hongeren en in te sluiten, slaagde hij er langzaam maar zeker in hun verzet te breken, hen uit te putten en te vernietigen. Het staat in elk geval vast dat maar weinigen het overleefden. Vijftig van hun belangrijkste versterkingen en 985 van de bekendste dorpen werden met de grond gelijk gemaakt, en 580 000 mannen werden gedood bij bestormingen en gevechten. Het aantal doden ten gevolge van honger, ziekte en vuur was niet te tellen.

Lees verder “Het sterrenkind (4)”

Het sterrenkind (3)

Munt van Bar Kochba (British Museum, Londen)

[Derde deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De verhoudingen tussen Joden en Romeinen waren goed verziekt en pogingen de rust te bewaren, kwamen te laat. Tot overmaat van ramp stortte bij de bouwwerkzaamheden in Jeruzalem het grafmonument in van de legendarische koning Salomo. Een voorteken! De Romeinse auteur Cassius Dio beschrijft de escalatie:

In het begin namen de Romeinen geen notitie van de opstandige Joden. Maar heel Judea was in beroering gekomen, overal waren Joden in grote opwinding, hielden ze samenkomsten en gaven ze, deels door heimelijk verzet, deels openlijk, blijk van grote vijandigheid tegen de Romeinen; ook veel andere volken, die er graag van wilden profiteren, sloten zich bij hen aan en zowat de hele wereld was over de kwestie in rep en roer.

Lees verder “Het sterrenkind (3)”

Het sterrenkind (2)

Een deel van de hoofdstraat (cardo) die Hadrianus heeft laten aanleggen in Jeruzalem

[Tweede deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

De pacificatie van Judea was een feit. Dat bleek in 115, toen een messiaanse opstand uitbrak – ik blogde er al eens over – in het noordoosten van het huidige Libië en daarvandaan oversloeg naar Cyprus en Mesopotamië. Tegelijkertijd werden de Joden van Alexandrië zó ernstig door hun stadsgenoten bedreigd dat ze gedwongen waren de wapens eveneens op te nemen. Maar Judea bleef betrekkelijk rustig, al nam de Romeinse generaal Lusius Quietus enkele harde maatregelen, die kunnen worden uitgelegd als de onderdrukking van een opstand maar ook als de oorzaak van nieuwe onrust. Dat laatste zou de mening geweest kunnen zijn van keizer Hadrianus, die deze generaal in 117 om onbekende redenen terugriep en hem een jaar later uit de weg ruimde.

Maar er smeulde iets. Een aanwijzing is dat Johanan ben Zakkai werd opgevolgd door rabbijn Gamaliël, de zoon van de Simeon die tijdens de oorlog van 66-70 deel had uitgemaakt van de provisionele regering. Een aanzienlijk deel van de discussies in Javne ging over de reinheidswetten, wat suggereert dat het samenleven met niet-Joden niet eenvoudig werd gevonden. Ook werd gesproken over de komst van de messias, met name over het visioen van de profeet Daniël over de mensenzoon die het Laatste Oordeel zou vellen. Het ging daarbij om de regel “Ik zag hoe er tronen werden neergezet en op één daarvan een man van hoge leeftijd ging zitten”. De geleerden waren het erover eens dat dit God zelf was, maar waarom was er dan meer dan één troon?

Lees verder “Het sterrenkind (2)”

Het sterrenkind (1)

Masada

Een vijand verslaan is één ding, het gebied pacificeren een ander. Traditioneel werkten de Romeinen in nieuw-verworven gebieden samen met de bestaande elite, die enerzijds het prestige had om haar onderdanen te bewegen Romeinse maatregelen te aanvaarden en anderzijds op de Romeinse steun aangewezen was om aan de macht te blijven.

Meestal koketteerden de notabelen met hun vriendschap met de machthebbers, zodat de uiterlijke vormen van de romanisering, zoals de beheersing van Latijn of Grieks, al gauw waarneembaar werden. Wie hogerop wilde, nam dit over, en binnen een generatie of twee, drie kon een gebied onherkenbaar veranderd zijn.

In Judea faalde dit mechanisme. De elite die de Romeinen in 6 n.Chr. had welkom geheten was behulpzaam geweest, maar de hoge belastingdruk had het volk tot onrust gebracht. Daar kwam nog bij dat de joodse godsdienst het mogelijk maakte klachten te verwoorden op een religieuze wijze die door de Romeinen niet werd begrepen. Na de verwoesting van Jeruzalem in 70 n.Chr. moesten de pacificatie en romanisering opnieuw beginnen, en er was geen elite om mee samen te werken.

Lees verder “Het sterrenkind (1)”

Geweld in Judea (4)

Het "verbrande huis" in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting van Jeruzalem in 70. Let op de stenen kruiken, dat erop wijst dat de bewoners de regels volgden om water ritueel rein water te houden.
Het “verbrande huis” in Jeruzalem: een van de herinneringen aan de verwoesting in 70. Let op de stenen kruiken, die erop duiden dat de bewoners de halacische regels volgden om water ritueel rein te houden.

In de drie voorgaande stukjes (1, 2, 3) heb ik erop gewezen dat verschillende aspecten van het jodendom, zoals het uit de jaren 160 stammende Eindtijddenken en het in de vroege eerste eeuw v.Chr. ontstane messianisme, een reactie vormden op geweld en onderdrukking. We kunnen beiden ideeën volgen tot aan het begin van de jaartelling. Er waren messiaanse opstanden na de dood van koning Herodes en er waren, toen de Romeinen Judea enkele jaren later annexeerden, mensen die meenden dat dit het moment was om gewapenderhand Gods heerschappij op aarde te vestigen. Of zij meenden te leven in de Eindtijd, is onduidelijk, maar het idee dat Gods heerschappij op het punt stond te beginnen, suggereert van wel.

De Romeinen wisten alle opstanden te onderdrukken en garandeerden het gebied een betrekkelijke rust. Dat brengt me bij mijn zesde stelling:

6. Ondanks de Pax Romana bleven de oude verzetsideologieën bestaan

Lees verder “Geweld in Judea (4)”

Geweld in Judea (1)

Katapultstenen, afgeschoten op Jeruzalem tijdens een van de oorlogen van de
Katapultstenen, afgeschoten op Jeruzalem toen Antiochus VII Sidetes de stad in 133 v.Chr. belegerde (Jeruzalem, Toren van David)

Je komt de bewering vaak tegen: aan het begin van de jaartelling was Judea onrustig en de Romeinen vormden een echte bezettingsmacht. Het is een mooi decor voor pakweg een speelfilm over Jezus van Nazaret of een voorgeschiedenis van de Joodse Oorlog (66-70). Het beeld is echter wat misleidend. De antieke samenlevingen waren gewelddadiger dan de onze en antiek Judea was daarop geen uitzondering. We zijn er alleen beter van op de hoogte dan over de repressie in andere Romeinse provincies. We hebben namelijk het geschiedwerk van Flavius Josephus, die een heel eigen visie heeft op de eeuw vóór de Joodse Opstand. Hij had er belang bij elk gewelddadig incident uit te vergroten.

Onlangs verzorgde ik in Leeuwarden een lezing over dit onderwerp. Die heb ik opgehangen aan tien stellingen, die ik vandaag en in het weekend voor u zal behandelen.

Lees verder “Geweld in Judea (1)”

Quirinius

Portret van een Romein, ongeveer 20 n.Chr.
Portret van een Romein, ongeveer 20 n.Chr. (Glyptothek, Munchen)

Je zou Publius Sulpicius Quirinius een van de bekendste Romeinen aller tijden kunnen noemen. Hij wordt namelijk genoemd in het kerstverhaal, dat christenen over de hele wereld elk jaar weer aan elkaar vertellen. Hier is de vermelding bij Lukas die vanavond in menige kerk zal worden voorgelezen: “In die dagen vaardigde keizer Augustus een decreet uit dat de hele wereld zich moest laten registreren. Deze eerste registratie vond plaats toen Quirinius gouverneur van Syrië was.” (Lukas 2.1-2)

We weten veel meer over deze Quirinius. Hij werd geboren in de buurt van Lanuvium, een stadje in de buurt van Rome; zijn familie was vermogend, maar kon zich er niet op beroemen dat haar leden hoge ambten hadden bekleed. Die waren gereserveerd voor een beperkt aantal families. De staatsgreep van keizer Augustus bood echter ruimte aan de provinciale elite, die nu kon doorstromen naar de hoogste bestuursfuncties.

Lees verder “Quirinius”