Missing link?! Verrek, het klopt

Vroeg-alfabetische inscriptie op een scherf uit Tel Lachis (© J. Dye, Österreichische Akademie der Wissenschaften)

Ho, stop, wacht. Dit was even niet de planning! Eigenlijk had ik vandaag een stukje willen schrijven over het handboek dat ik momenteel herlees, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, maar nu is er ineens nieuws. En niet zomaar nieuws, nee, het is nieuws uit Israël, het land waar de laatste jaren eigenlikk nooit iets zinvols over te schrijven viel. Het was óf bluf óf hype óf bluf én hype. U weet wel, in het voorjaar is er een paashoax, elke zomer graven ze weer een paleis op van koning David, rond Tisha B’Av is er iets over de oorlog tegen de Romeinen en in december is Chanoeka incompleet zonder Hasmoneeën-muntschat. Maar nu ineens zetten archeologen de Week van de Klassieken luister bij met een serieuze en vrije belangrijke vondst over het ontstaan van het alfabet.

Oude alfabetten

Kijk, het zit zo. Wij hebben ons alfabet van de Romeinen, die weer een Italisch alfabet hebben aangepast, dat die Italische volken op hun beurt hadden van de Grieken, die het op een zeker moment hebben overgenomen van de Feniciërs. Anders dan men wel beweert, hebben die het alfabet niet uitgevonden. Het was al ouder. Het museum in Damascus toont bijvoorbeeld een mooi kleitabletje uit Ugarit met daarop de tekens van een dertigletterige abjad, geschreven in de Late Bronstijd. Dat is een spijkerschriftalfabet. (Ik heb er geen foto van want ik had op de dag dat ik het museum bezocht nog niet door hoe je een suppoost zijn baksjisj betaalt.)

Lees verder “Missing link?! Verrek, het klopt”

De val van Lachis

Sanheribs belegering van Lachis. Reliëf uit Nineveh, nu in het British Museum (Londen)

Had ik het in deze reeks n.a.v. de komende Nineveh-expositie in het RMO vorige week over de ondergang van Israël, het noordelijkste van de twee joodse koninkrijken in de IJzertijd, vandaag schrijf ik over de wijze waarop de Assyriërs het zuidelijke rijk, Juda, in 701 te pakken namen. Voor uw begrip: de hoofdstad was Jeruzalem, waar koning Hizkia resideerde en de tempel stond, maar de voornaamste stad was Lachis. Die wat westelijker gelegen stad lag veel gunstiger ten opzichte van de belangrijke weg van Egypte naar Syrië.

Hierboven ziet u een reliëf uit Nineveh met daarop de belegering van Lachis. Wellicht is het het handigst om het even aan te klikken en te vergroten want er zijn veel details te zien. Aan de linkerzijde boogschutters die de verdedigers van de muren proberen te verjagen, middenin de (door archeologen teruggevonden) belegeringsdam naar de stad op de heuvel, en rechts de bestorming van de stad, met daartussenin nog wat gespietste lijken. Althans, ik hoop dat het lijken zijn en geen levende mensen.

Lees verder “De val van Lachis”

Hizkia en de Assyriërs (1)

Assyrische pijlpunten, gevonden in Lachis en nu in het British Museum.
Assyrische pijlpunten, gevonden in Lachis en nu in het British Museum.

Een tijdje geleden publiceerde ik wat stukjes over de Assyrische expansie (1, 2, 3, 4, 5, 6, 7) en vertelde daarbij hoe het koninkrijk Israël, het noordelijke van de twee joodse staatjes, rond 724 v.Chr. ten onder ging. Het was een stoer rijk geweest, maar tegen de legers van Assyrië stond de koning van Israël machteloos.

De Assyriërs beschouwden oorlog als een wetenschappelijk studieobject. Voor individuele heroïek, zoals we die kennen uit de Ilias (die in dezelfde tijd werd geschreven), was in de Assyrische legers geen ruimte. Strijdwagens dienden niet om zwaarbewapende aristocraten naar het front te rijden, maar voor massale, frontale aanvallen. Als de tegenstander eveneens beschikte over strijdwagens, werd hij geconfronteerd met Assyrische infanteristen die man en paard met werpspiesen te lijf gingen. Vijandelijke gelederen werden verstoord door boogschutters, die pijlen met allesdoordringende ijzeren punten afschoten. Zie het plaatje hierboven. Was de vijand eenmaal van het slagveld verdreven, dan werd hij achternagezeten door ruiterij.

Lees verder “Hizkia en de Assyriërs (1)”