De Europese canon (41-45)

De Eerste Balkanoorlog

Overmorgen zijn de Europese verkiezingen en met het oog daarop blog ik deze week over de Europese canon. Vandaag vijf onderwerpen vol geweld, met ergens op de achtergrond de doorbraak van het modernisme. De Eerste Wereldoorlog werd gewonnen door de partijen die het meeste innoveerden, en vernieuwing werd het toverwoord van de twintigste eeuw.

De instorting van het Europese systeem

Periode: 1911-1922

Alternatieven: Eerste Wereldoorlog, Vrede van Versailles

Tussen de Europese mogendheden waren altijd fricties en spanningen, maar zolang er koloniën te verdelen waren, was er een bliksemafleider. Toen het verkeerd begon te gaan, was dat dan ook op het laatste stukje wereld dat nog niet was verdeeld: op de Balkan. Het Ottomaanse Rijk was verzwakt, Italië viel het aan in Libië (1911) en in het jaar erop vielen ook Servië, Montenegro, Griekenland en Bulgarije aan. Dat was de Eerste Balkanoorlog. Die duurde bijna acht maanden; de Ottomanen verloren vrijwel al hun Europese bezittingen. De vrede duurde één maand. Toen brak de Tweede Balkanoorlog uit, waarin Servië, Montenegro, Griekenland en het Ottomaanse Rijk zich keerden tegen Bulgarije.

Lees verder “De Europese canon (41-45)”

Een Europese canon

Cartoon, gezien in het Huis van de Europese Geschiedenis (Brussel)

Het is vandaag de Dag van Europa. Er zal ongetwijfeld wat officieels gebeuren dat me, ofschoon ik me wel degelijk verbonden voel met iets dat groter is dan Nederland, niet wezenlijk interesseert. Toch leek het me leuk er even aandacht aan te besteden – en wel door een lijstje te maken van zaken die de diverse mensen in Europa verbinden. Het is natuurlijk al eerder gedaan, door de onvergetelijke Pieter Steinz (Made in Europe), maar hij gooide een hele kaartenbak om en bood zo méér dan we konden behappen.

Uiteraard is Europa ondefinieerbaar, al liggen sommige thema’s voor de hand: het Vaticaan, de Académie des sciences, het Britse Parlement en de Preußische Kriegsakademie lijken me onbetwistbaar deel uit te maken van de institutionele kern. Turkije en Rusland liggen in de periferie maar horen er zowel geografisch als cultureel bij. Verschijnselen als stadsvorming, migratie en het neoliberalisme horen weliswaar bij Europa maar zijn ook daarbuiten te vinden. Ik zou niet zo snel een temporele afbakening kunnen geven, maar ik denk dat het moment waarop de eenheid van Latijnse taal en de Romeinse cultuur de pluriformiteit van de IJzertijdtalen en -culturen verving, een redelijk startpunt is.

Lees verder “Een Europese canon”

De vooringenomenheid van maarschalk Zjoekov

Nog even over de memoires van maarschalk Zjoekov. Ik ben al geruime tijd bezig met die baksteen (een, twee, drie) maar het schiet niet echt op. Ik heb een wat rare manier van lezen, waarbij ik het liefst een computer (of smartphone) bij de hand heb om dingen op te zoeken. Als kind zat ik al het liefst te lezen bij de kast met de Winkler Prins. Tegenwoordig is het makkelijker om informatie erbij te nemen: een landkaart erbij, even opzoeken wat de Yelnya-salient is, en hoe zat het ook alweer met de ondertekening van het Molotov-Ribbentrop-pact?

Waar een boek in principe één verhaal vertelt en de auteur bepaalt welke kant dat op gaat, wil ik ook andere dingen kunnen weten. Kunnen nadenken over wat hij niet vertelt. Eigenlijk zouden boeken moeten zijn uitgerust met hypertekst, zodat de regie niet meer bij de auteur ligt. (Bij mijn Hannibalboek heb ik serieus overwogen de materie te presenteren als een soort puzzel, waarbij de lezer kon kiezen welk pad hij afwandelde. Het was niet voldoende complex om een meerwaarde te zijn.) In elk geval: het boek van Zjoekov vordert langzaam.

Lees verder “De vooringenomenheid van maarschalk Zjoekov”

De herinneringen van maarschalk Zjoekov: 1940

Ik heb al eerder geblogd – één, twee – over de memoires van maarschalk Zjoekov, de Sovjet-commandant die in 1945 Berlijn innam, later Beria arresteerde en ook verantwoordelijk was voor de onderdrukking van de Hongaarse Opstand. Met twee delen en ruim 900 pagina’s is het een flinke turf. De lectuur wordt bovendien niet makkelijker doordat Zjoekov iedereen en alles in detail beschrijft. Geen wonder. Hij was een hoofdrolspeler in de geschiedenis van de twintigste eeuw en toen hij verantwoording aflegde, ja, toen moest dat in enig detail gebeuren.

In het vorige stukje vertelde ik hoe Zjoekov, hoewel hij in augustus 1939 bij Khalkhin Gol toch de Japanners had verslagen, almaar niet werd uitgenodigd om zijn overwinning te bespreken met Stalin. Dit is des te opmerkelijker omdat de zege de Japanners afleerde te dromen van de verovering van Siberië. In plaats daarvan kozen ze voor expansie naar het zuiden, richting China en Nederlands-Indië. Zjoekov had de oostelijke Sovjet-Unie veiliggesteld.

Lees verder “De herinneringen van maarschalk Zjoekov: 1940”

MoM: Intersubjectiviteit, objectiviteit en subjectiviteit

Jeruzalem, “Large Stone Structure”: dit is vrijwel zeker niet het paleis van koning Salomo, maar dat roeptoeteren archeologen wel de wereld in.

Bestaat er zoiets als objectieve kennis van het verre verleden? Als je de vraag zo stelt, is het antwoord nogal eens nee. Objectieve kennis wil zeggen dat iets geen interpretatie nodig heeft en voor iedereen altijd het geval is. De menselijke lichaamstemperatuur schommelt rond de 37 graden Celsius. Koning Filip is getrouwd met koningin Mathilde. Dertien is een priemgetal.

De Oudheid

Als het gaat om kennis van het verleden, is er een glijdende schaal. Robert Fisk overleed op 30 oktober 2020 en Jeanne d’Arc op 30 mei 1431. Komen we in de Oudheid, dan wordt het lastiger. Ovidius schreef de Tristiae in Tomi. Alexander bezocht Jeruzalem. Petoebastis III versloeg Kambyses. De Etrusken kwamen uit Anatolië. Troje is veroverd door een coalitie van Mykeense krijgers. Dat waren vijf voorbeelden waarover discussie mogelijk is. Dit is een onvermijdelijk gevolg van het feit dat we te maken hebben met dataschaarste. Hoe minder data, hoe meer ruimte er is voor verschillende interpretaties.

Lees verder “MoM: Intersubjectiviteit, objectiviteit en subjectiviteit”

De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol

Zjoekov ten tijde van de slag bij Khalkhin Gol (1939)

Een paar maanden geleden ben ik begonnen in de mémoires van de Sovjet-maarschalk Georgi Zjoekov, de man die in 1945 Berlijn innam en die enkele jaren later als minister van defensie verantwoordelijk was voor het neerslaan van de Hongaarse Opstand. Ik heb over mijn eerste indrukken van de meer dan duizend pagina’s tellende Herinneringen en overwegingen (1969) al eens eerder geblogd. Het is soms taaie kost en daarom vorder ik maar langzaam. Inmiddels heb ik echter toch het jaar 1939 bereikt.

Het meest intrigerende van Zjoekovs herinneringen is misschien wel de enorme trots die hij voelt op wat de Sovjet-Unie in de twintig jaar na de Revolurie heeft bereikt. Dat leidt tot dat typische volksdemocratische proza waarin de lof wordt gezongen van de industrialisering en vernieuwing van het leger: glorieuze overwinningen die werden bereikt door het eerste en tweede vijfjarenplan zoals vastgesteld door het Centrale Comité van de Communistische Partij van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, die de grootheid bewezen van de ideeën van de Oktoberrevolutie alsmede de juistheid van de leer van K. Marx en V.I. Lenin. Een en ander uiteraard onderbouwd met de productiecijfers die dit proza zo wonderlijk maken.

Lees verder “De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol”